De Haremakerai

haremakerai

Na de teleurstellende ervaring bij de kapper van een tijdje geleden, besluit ik mijn heil te zoeken bij een andere zaak. Want hoe je het ook wendt of keert, haar blijft groeien. En zoals ik al eerder schreef – ik vind het zo leuk om deze uitdrukking van mijn moeder weer te gebruiken – op een gegeven moment kijk je ’s morgens in de spiegel en denk je: wat ziet dat haar er lijzig uit, daar moet de schaar in!

De afspraak is snel gemaakt. Ik kan terecht bij de Haremakerai, een salon in de buurt, die wordt gerund door een oud-leerling. Een leuke bijkomstigheid. Deze jonge vrouw heeft het goed voor elkaar. Het lieve bescheiden meisje dat twintig jaar geleden bij mij in de klas zat, heeft haar droom verwezenlijkt: een eigen kapperszaak met vier man (vrouw!) personeel, waar ze haar creativiteit kwijt kan en waar ze stagiaires opleidt, zodat ook haar andere passie, het onderwijs, een plaats in haar leven heeft kunnen krijgen.

De gevel is, hoe kan het ook anders, fris ‘Zaans’ groen geschilderd. Het bijzondere logo is een ontwerp van haar kunstzinnige zus. Je vindt de karakteristieke items van de Zaanstreek erin terug: de industrie, de wind, de walvisvaart en uiteindelijk, waar het hier tenslotte om gaat: de haren.

logo-h

Wat een vondst om je kapperszaak De Haremakerai te noemen! Een echte Zaanse naam en precies zoals de rasechte Zaankanters ‘harenmakerij’ uitspreken. Zaanser kan bijna niet.
Dit vraagt wellicht om enige uitleg. In de oliemolens van de Zaanstreek gebruikte men bij het persen paardenharen matten. Deze werden gemaakt van het haar van staarten en manen in de enige ‘harenmakerij’ die dit gebied rijk was en die op zo’n vijftig meter afstand van de kapsalon heeft gestaan. In de zestiger jaren van de vorige eeuw is dit pand in zijn geheel naar de nabij gelegen Zaanse Schans getransporteerd, waar het nog steeds bewoond wordt.

klaas-harenmaker

Eindelijk is het vrijdag. Ik ben wat aan de vroege kant en ga aan de grote leestafel zitten. De ruimte is netjes en gezellig ingericht; schoon, licht, warm, creatief, met een bijzondere touch.
Er worden twee kleine jongens geknipt. En ‘mijn’ kapster is nog bezig met een klant. Er liggen recente tijdschriften, er wordt een heerlijk kopje koffie geserveerd. Er staat een rekje met informatie over activiteiten in de Zaanstreek. Een folder van Kledingbank Zaanstad stop ik in mijn tas. Ik voel me hier op mijn gemak; het is net een gezellige huiskamer.

Dan neem ik plaats voor de grote spiegel. De excuses omdat het wat is uitgelopen, wuif ik weg; ik heb de tijd. En het kan gebeuren. Het is mensenwerk en dat kan niet in een keurslijf worden geperst. Bovendien kan het ook in mijn voordeel werken, wanneer er optimaal aandacht aan de klant wordt besteed.

We bekijken hoeveel eraf kan. Niet te kort, vindt ook zij. Dan begint het avontuur, waar ik me vol vertrouwen aan overgeef. Zorgvuldig en met aandacht wordt er geknipt. Het lijkt net of er niets gebeurt, zo vanzelfsprekend voelt het aan, maar toch zie ik steeds meer grijze plukjes op de zwarte kapmantel vallen. Na een half uurtje schud ik op verzoek mijn hoofd. Simpele, maar doeltreffende methode, zo valt het haar op een natuurlijke manier op zijn plaats. Ze controleert of er nog wat uitsteekt, knipt de laatste haartjes weg, et voilà! Zo strak en recht is mijn haar nog nooit geknipt.

Was het proces bij het bedrijf van Klaas Harenmaker een goed bewaard geheim, voor de Haremakerai geldt dat niet. Al snap ik absoluut niet hoe deze vrouw in een handomdraai met kam en schaar een perfect zittend, tot volle tevredenheid stemmend kapsel tevoorschijn tovert.

Met een goed gevoel sta ik even later buiten. De nieuwe afspraak is gemaakt. En ze heeft gelukkig beloofd me in het vervolg te tutoyeren.

rook

Over de oorspronkelijke harenmakerij:
http://onh.nl/nl-NL/verhaal/1859/voormalige-harenmakerij-uit-de-18e-eeuw

“Dag juf!”

koning_willem-alexander

Terwijl hij doelgericht naar de biertjes loopt in de supermarkt, roept hij mijn naam: “Dag juf!” Ik herken hem niet direct, maar als ik wat beter kijk, weet ik het: P. “Ik was die lastige leerling”, zegt hij, zonder op antwoord te wachten. Ik kijk naar hem op en zeg: “Nee, je was niet lastig, ik vond je niet lastig.” Moet ik het hem zeggen: “Ik had met je te doen?” Beter van niet. Hoewel het de waarheid is. Hij luistert nauwelijks. Dat herken ik van hem. Maar ook het zachte gezicht. De blauwe ogen, die nog steeds een beetje verwilderd kijken. Het blonde haar. Hij is stevig geworden, gespierd, dat iele jongetje van toen. “Ik werk in de haven”, antwoordt hij, op mijn vraag wat hij is gaan doen. “Leren was niks voor mij. Werken wel. Hard werken. Buffelen.” “Wat goed van je”, is mijn simpele antwoord. Ik voel me klein.

Hij moest eens weten wat er in mijn hoofd omgaat. Ik herinner me de keren dat we met zijn moeder spraken; ook zij had het moeilijk. Die keer dat hij een stoel door de klas smeet. Hij weet het vast nog, maar ik durf het niet te noemen. Niet nu. Niet vanavond. Hij staat voor mij met een tray biertjes in zijn hand. Het is de avond voor Koningsdag. Hij zegt het: “De koning is jarig. Dat gaan we vieren.”

We staan tegenover elkaar. Zijn vrienden zijn in de buurt, maar hij neemt de tijd. Het lijkt wel alsof hij zich wil excuseren voor zijn gedrag van twintig jaar geleden. Maar er is geen excuus nodig: ik begreep hem, ik begreep wat hem bezielde. Met zo’n achtergrond kon je niet veel anders verwachten. Hij neemt de draad weer op. Nog steeds communiceert hij een beetje onhandig, net als toen. Indringend kijkt hij me aan: “Nog steeds niet compleet grijs!”, is zijn constatering. Hij herhaalt het een aantal keren, alsof hij zich erover verbaast. Met hem als leerling had het wel zo moeten zijn, misschien? Hij buigt zijn hoofd en wrijft over zijn stekeltjes: “Ik word al kaal!” Hij lacht.

“Maar nu gaan we feesten! De koning is jarig.” Met zijn vrienden en zijn biertjes loopt hij naar de kassa, mij enigszins vertwijfeld achterlatend. Ook net als toen.

Ik had hem veel meer willen zeggen: dat ik begreep, waarom hij het zo moeilijk had. Dat ik wist dat leren niet zijn grootste hobby was. Dat ik het fantastisch vind hem in zo goede doen te ontmoeten; groot en sterk en evenwichtig. Zelfverzekerd ook. Dat ik het enorm waardeer dat hij zo hard werkt. Dat ik eigenlijk niet anders had verwacht. Dat het niet voor iedereen is weggelegd om uit boeken te leren. Dat hij van het leven zelf heeft geleerd. En hoe bijzonder ik dat vind.
Ook had ik hem willen vragen hoe het met zijn moeder gaat.

Hij heeft geen tijd meer. Hij geeft me een hand, kijkt me aan. Een officieel afscheid.
De monarchie gaat voor.

——————————————————————————————————————-

De foto komt van het internet.

Lees ook: “Hé juf!”: http://wp.me/p36K0e-lP

“Hé juf!”

DSC09003

Ik kwam haar tegen in een gedeelte van de stad waar ik niet vaak kom. Op weg naar de Heemtuin. Ik was net afgestapt om een foto te maken van bloeiend fluitenkruid. In januari, ik kon mijn ogen bijna niet geloven.

“Hé juf!”

Een aantal jaren geleden zat ze bij mij in groep 8. Een lieve meid, die hard werkte, haar best deed, zo goed en zo kwaad als dat ging. De thuissituatie was problematisch, zoals dat heet. Ze was creatief, tekende graag en schreef mooie gedichten.
Op de afscheidstekening die ik van haar kreeg, schreef ze: Ik hoop dat ik u nog eens zie. Dat hoopte ik ook, al was het alleen maar om te weten of het goed met haar ging. Zoals alle kinderen met wie het niet van een leien dakje ging, had ze een speciaal plekje veroverd in mijn hart.

“Hé juf!”

Inmiddels heb ik het haar al ettelijke malen horen zeggen. We zijn elkaar al heel wat keren tegengekomen. Toen ze nog bezig was met haar opleiding tot kok. Toen ze bij La Place werkte. Toen ze liep te winkelen met haar zoontje van een paar weken. Steeds waren het korte, levendige gesprekken. Altijd optimistisch van toon, al vertelde ze en passent en niet met zoveel woorden, dat het leven niet over rozen ging, maar dat ze er het beste van maakte.

“Hé juf!”

Ze stapt af. Ze woont nu in deze rustige, groene buurt, een eigen flatje. Nee, niet meer met de vader van haar kind. Hij kon de verantwoordelijkheid niet aan, was te veel met zijn eigen leven bezig. Maar er zijn afspraken gemaakt. Met het zoontje gaat het goed. Anderhalf is hij nu, hij begint al te praten. Wat wil je, met zo’n moeder: een spraakwaterval. Er is zoveel te vertellen. Het gaat goed, ze is vol levenslust. Vol plannen. Een webshop met zelfgemaakte taarten. Ze schrijft. Nog steeds gedichten. En (advies van “de juf”) pen en papier is altijd bij de hand: in haar tas, naast haar bed. Snel iets noteren, voor het te laat is. Ze wil ze uitgeven, misschien. Een eigen dichtbundel. Ze tekent; op haar telefoon tientallen foto’s van prachtig werk. Met haar zoontje onderneemt ze leuke dingen; ze zorgt goed voor hem. Nee, ze heeft even geen werk. Druk bezig met de therapie, voor het syndroom dat bij haar is geconstateerd. Misschien gaat het ooit over.

Er staat een koude wind. Maar toch wil ze nog wat essentiële zaken kwijt. De problemen die ze als kind ondervond, zijn nog steeds niet opgelost. Hoezeer ze ook haar best heeft gedaan die ene ouder te bereiken, zeker nu hij een kleinkind heeft, het is niet gelukt. Ze voelt zich gekwetst, maar het maakt haar ook op een goede manier strijdbaar. Ze weet wat ze wil. De brief ligt klaar. Het is nu wachten op het juiste moment om hem te versturen.
Haar moeilijke jeugd heeft ertoe bijgedragen dat ze een eigen wijsheid heeft kunnen ontwikkelen die er niet om liegt. En vanuit een soort instinct weet ze hoe ze moet handelen om het leven van haar kind zo optimaal mogelijk te laten verlopen.

Ik bewonder de manier waarop ze haar leven vormgeeft, tegen de verdrukking in. En ik hoop vanuit de grond van mijn hart dat het allemaal goed komt. Dat ze haar plannen kan verwezenlijken. Ik heb zo mijn twijfels. Ondanks alles bespeur ik een wankel evenwicht.

Ze kijkt op haar mobiel: zo laat al. “Ik stuur u mijn gedichten”, belooft ze, net als anderhalf jaar geleden. Ik ben benieuwd. Ze sjeest weg. Het kinderzitje klappert aan het stuur. Ik zie haar om de hoek verdwijnen.

Ik maak de foto van het fluitenkruid en laat de rest van mijn plannen voor die middag varen.
Ik heb het ijskoud….