Pasen in de Eifel

img115

Een sombere dag is prima om een rommelkastje uit te mesten. Ik neem me voor om dit nu eens grondig aan te pakken. De dvd’s liggen al snel op nette stapeltjes. De fotoboeken zijn aan de beurt. Maar dan zie ik een stukje vergeeld papier uitsteken. Ik ben verkocht. Nog geen seconde later zit ik in de rode ribfluwelen stoel te gieren van de lach.

Op mijn schoot ligt een met de hand geschreven verslag van veertien kantjes van een paasvakantie in de Eifel. Meisjeshandschrift. En de taal van een meisje van zeventien. Hoogdravend af en toe, soms kinderlijk. Ze maakt veelvuldig gebruik van het woordje echter. En van taal die ze uit boeken heeft geleend: ‘het brood is hier zo hard als een bikkel. We moeten onze tanden en kiezen dubbel zo goed gebruiken als thuis.
Wat ben ik blij dat ik dit gevonden heb. Tussen de regels door geeft dit zo’n mooi beeld van het reilen en zeilen van ons gezin, eenenvijftig jaar geleden.

Via zijn werk had mijn vader voor de paasvakantie een huisje gehuurd. Tien dagen naar Duitsland. Wat waren we opgewonden, mijn broertjes en ik. Voor het eerst naar het buitenland. De bergen zien! De reis begon met een rit in een taxi. Dat was al bijzonder. ‘Daarna zeulden we vier koffers en nog wat handbagage naar het derde perron.’ We kregen te maken met situaties die nog nooit eerder waren voorgekomen: ‘…om 12.40 waren we in Venlo. Hier kwam de douane en vroeg of we iets aan te geven hadden. Nadat we verklaard hadden dat dit niet het geval was, ging hij weer verder. Om tien voor een zette de trein zich weer in beweging, richting Viersen. Hij werd nu getrokken door een stoomloc, die in Duitsland nog wel veel gebruikt worden. Dikke witte rookwolken belemmerden ons het uitzicht.’ Heerlijk!

Na een lange busrit belandden we in een huisje met ‘naar alle kanten een prachtig uitzicht.’ We wandelden, zochten fossielen, tafeltennisten, jokerden en genoten van moeders kookkunst. Af en toe leerde ik nog wat voor het HBS-examen. Een paar keer dronken we koffie in de kantine, een ongekende luxe. Zelfs kregen we een keer een mars. En een glas cola!

‘We beklommen bergen aan de noordkant.’ en ‘kerfden onze initialen en de datum in een rotswand.’ De hoogte werd nauwgezet vermeld. Het regende, het hagelde, het sneeuwde, het was zo koud dat we soms met dekens om ons heen dicht bij de kachel zaten, maar niets kon de stemming bederven.

Op een ochtend liepen we wat rond over het terrein en zagen een herder met een kudde schapen. We renden naar huis om het fototoestel te halen. Dit was het echte Duitsland. We maakten een praatje met de man. Zo oefenden we het Duits. Ook trouwens bij het boodschappen doen: ‘Alles moest in het Duits gevraagd en geantwoord worden, wat nog wel eens wat moeilijkheden gaf.’

Ik schenk een kop koffie in en lees het verslag nog een keer. Even is ons gezin als vanouds bij elkaar.

img116

Advertenties

Wat doen we met Pinksteren?

Pinksteren is een Christelijk feest. Althans, zo lijkt het. De discipelen van Jezus ‘spraken in tongen’ op het Wekenfeest. Dat maakte hen er klaar voor om de blijde boodschap van hun leermeester Jezus over de wereld te verspreiden.
In feite is het een feest met een Joodse oorsprong, evenals Pesach, waarbij de uittocht uit Egypte werd herdacht. Na zeven weken (vijftig dagen) werd tijdens het Wekenfeest herdacht dat Mozes de tien geboden ontving op de Sinaï. Beide feesten houden verband met de oogst: rond Pesach begint de gerstoogst en Sjavoeot (Pinksteren dus) is de start van de tarweoogst. Tijdens dit laatste feest wordt de synagoge versierd met bloemen, groen en vruchten, als de bloeiende vruchtbare helling van de Sinaï. Het was de gewoonte dat er een offer werd gebracht van het geoogste graan, de eerstelingen. In de synagoge werden de tien geboden voorgelezen evenals het boek Ruth. Het is goed om voor ogen te houden dat Jezus’ vrienden dit Joodse feest vierden, voordat zij, min of meer gedwongen, de Christelijke leer gingen verspreiden.

Net zoals Kerst en Pasen bij ons invloeden kennen van de zogenaamde ‘heidense gebruiken’, zoals die door de oude Germanen werden nageleefd, was dit ook het geval met Pinksteren. Dit was, in feite net als bij de Joden, een vruchtbaarheidsfeest. Op een aantal plaatsen in Nederland werd het feest van ‘De Pinksterblom’ gevierd: hier en daar op de Waddeneilanden en in een aantal plaatsen in Brabant en in het oosten van het land.
De Pinksterblom of Pinksterbruid was een meisje dat door de jongemannen van de gemeenschap werd gekozen uit de huwbare meisjes. (Schoonheidskoningin avant la lettre) Ze werd, versierd met bloemen of kransen, het dorp rondgeleid, waarbij een lange stoet jongens en meisjes volgden. Er werden liedjes gezongen en men kreeg geld of zoetigheid. Het feest duurde de hele dag en was tevens nauw verbonden met de hoop op vruchtbare akkers. En, niet onbelangrijk, het was een feest waarop jongens en meisjes elkaar konden ontmoeten (wat ook tot vruchtbare de samenkomst kon leiden).

Hier is onze fiere Pinksterblom
En ik zou hem zo graag er eens wezen
Met zijn mooie kransen om het hoofd
En met zijn klinkende bellen
Recht is recht, krom is krom
Gelief je ook wat te geven
Voor de fiere Pinksterblom
Want de fiere Pinksterblom moet voort!

pinksterbruid_thumb-470x325

Jammer dat zo langzamerhand de kennis omtrent onze jaarfeesten verwatert. En de tweede Paas- en Pinksterdagen zijn meer en meer Ikea-dagen geworden. Niet alleen een aanslag op ‘de portemonnee’, maar ook op het behoud van onze cultuur.

Pasen, een herinnering

Pasen is weer voorbij. Het feest van de vruchtbaarheid. Het feest van het nieuwe leven. Ostara doet haar werk, tegen de verdrukking in.
Voor altijd zal Pasen voor mij verbonden blijven met de geuren van tulpen en narcissen.

In mijn Haagse tijd mocht ik meezingen in het jeugdkoor van Teun Groen, cantororganist van de Adventkerk. Dat betekende wel dat ik, onder de les, midden in de klas, moest voorzingen. Doodeng, natuurlijk, maar je moet wat voor je ambities over hebben. (Dat ik daarna gepest zou worden konden we nog niet weten, maar ja hoor, ook toen al) Ik werd ingedeeld bij de alten. Het was leuk, meerstemmig zingen, en vaak studeerden we iets in voor tijdens de kerkdienst.

De Adventkerk

De Adventkerk

Het waren de jaren vijftig. Het was een vooruitstrevende gemeente, in een nieuwe wijk: er kon en mocht veel. Het gebouw was zeer modern. Het interieur strak en licht. De wandplastieken vond ik heel bijzonder. Wanneer je ze nu ziet, zeg je: typisch jaren vijftig. Maar nog steeds vind ik ze mooi en tot de verbeelding spreken. Het mooiste vond ik het glas-in-loodraam. Het paste goed bij het moderne gebouw. En je kon er heerlijk bij wegdromen.

De vier evangelisten, Dirk Hubers

De vier evangelisten, Dirk Hubers

Het zal begin jaren zestig zijn geweest. Pasen. We zouden in de kerk een Paasspel opvoeren. (De Passie avant la lettre) Spelers waren snel gevonden: het hele koor deed sowieso mee, de blokfluitgroep (waar ik ook lid van was, maar verder is het met de musicaliteit niets geworden) en nog wat oudste kinderen van de Zondagschool. Het doet mij nu vermoeden dat de organist het allemaal had bedacht. Voor die tijd zal het zeker modern en misschien zelfs lichtelijk gewaagd zijn geweest.

kansel

Op stille zaterdag was het zover. Hoe het allemaal precies is gegaan weet ik niet meer. Wel weet ik nog dat we het heel bijzonder vonden dat we ons mochten omkleden in de zaaltjes naast de kerk, waar we gewoonlijk nooit kwamen. Dat we daar wachtten tot we op moesten. Er heerste een vreugdevolle spanning; we oefenden de teksten nog maar een keer. We kregen broodjes, wat voor iedereen een traktatie was. En toen de schemer inviel, stroomde de kerk vol. We waren er klaar voor.

Daar liepen wij, in witte gewaden. We zongen: Hosianna! Da-ha-ha-ha-havids Zoon. We zwaaiden met de narcissen en de tulpen; Palmpasen. En die geuren brengen mij altijd weer even terug in de tijd dat alles nog mooi en goed was.

Nu weet ik beter; ik ben allang het paradijs uitgejaagd.

Adam en Eva uit het Paradijs verdreven,
Friso ten Holt

Adam en Eva uit het Paradijs verdreven,
Friso ten Holt

Der Lenz ist da!

Het is 21 maart. De lente begint officieel. De dagen zijn al een tijdje aan het lengen (17 maart waren dag en nacht precies even lang). Bij ieder straaltje zon doen de krokussen hun best. De knoppen zwellen. Af en toe hoor je de merel zijn liefdesliedje zingen. Kwetterend zwiepen de mezen door de lucht.

Voorjaar, spring, printemps, Frühling. Allemaal woorden die een nieuw begin aanduiden.
Maar lente? Het Duits kent ook Lenz. En in het Engels bestaat het woord: lent.

DSC06638

Een paar jaar geleden kocht ik het prachtige boekje: Cattern Cakes and Lace, van Julia Jones en Barbara Deer. De ondertitel is: A calender of feasts. Het staat vol gebruiken en feesten gedurende het jaar. Feesten die echt Engels zijn; sommige kennen wij ook, maar lang niet allemaal. Het is prachtig geïllustreerd met oude foto’s, kantwerk, bloemen, zoals alleen de Engelsen dat kunnen. Alle feestdagen worden uitgebreid beschreven, ook die waarop één of andere Heilige wordt herdacht. Vaak ook met een spreuk uit de overlevering of van één of andere beroemdheid. Bij al de feesten die erin beschreven staan, hoort een gerecht. De recepten daarvan zijn natuurlijk ook te vinden in dit prachtige boekje.
Bij Aswoensdag, de dag na carnaval, staat als aanduiding: First day of Lent. Lent komt van het Anglo-Saksische woord: “lengentide”, waarmee bedoeld wordt: het lengen der dagen. Lent is de vastenperiode van veertig dagen, tot Pasen. (Op de zondagen hoeft niet gevast te worden en zo kom je dan precies op veertig).
Omdat Pasen ieder jaar op een andere datum valt (de eerste zondag na de eerste volle maan in de lente, 21 maart), begint lent nooit op dezelfde dag.

Wij herkennen in ons woord lente niet het vasten. Toch was de periode van veertig dagen tussen carnaval en Pasen vanouds de vastentijd in de Rooms-katholieke kerk. Kinderen hadden een vastentrommeltje, waarin ze het snoep bewaarden wat ze in die periode kregen. In de Protestantse kerken wordt het veertigdagentijd genoemd. Het is terug te voeren op de veertig dagen die Jezus in de woestijn doorbracht om zich te bezinnen en daar niets at.

Lent is bijna voorbij. De lente begint. Een vreugdevolle, hoopvolle tijd.

Paaseitjes in de sneeuw

Eind januari en de paaseitjes liggen al in de winkel. Veel te vroeg. De sneeuw is nog niet eens gesmolten en we moeten al gaan denken aan het voorjaar. Krokussen en lammetjes. In september kon je knabbelend op kruidnoten en chocoladeletters op het terras in de zon alvast je kerstkaarten schrijven. Alles was al te koop. Alsof het leven nog niet snel genoeg gaat, nemen we steeds vaker een voorschotje op de toekomst. Het lijkt wel of we bang zijn voor de leegte. Even niets. Even het gewone leven, zonder feesten. Zonder extra’s. Of misschien is het angst voor schaarste. Als ik het nu niet direct koop dan zit ik straks zonder.

Zelf merk ik dat ik juist laconieker wordt, naarmate alles me door de omgeving meer wordt opgedrongen: dan maar geen chocoladeletters in december. Een gewone reep is net zo lekker en makkelijker te breken. Geen kruidnoten meer in de supermarkt? Dan bak ik ze zelf.

Hoewel… Met paaseitjes is het toch een beetje anders. Die kan ik niet zelf maken. Wat zouden de kleinkinderen teleurgesteld zijn, wanneer er met Pasen geen eitjes verstopt waren in de tuin. Toch koop ik ze natuurlijk nog niet, maar ik houd wel de voorraden in de gaten. En zoveel heb ik er ook niet nodig: een kinderhand is gauw gevuld. En een kleine tuin ook.

 Ik zie ze al voor me: drie stralende gezichtjes. Een voorschotje op de toekomst.

 paaseitjes in de sneeuw
    Paaseitjes in de sneeuw