Buitenspelen zou een vak op school moeten zijn (1)

DSC08393

Als ik aan mijn oudste kleinzoon(7) vraag wat hij het leukste vindt op school, is het eerste wat hij noemt: buiten spelen. (Als tweede noemt hij tegenwoordig rekenen) Voor jongetjes is niets zo goed als in beweging zijn. Op je stoel zitten en priegelen met je pen of je potlood, je hoofd bij de les houden, sommen uitrekenen, rijtjes woorden lezen; ze vinden het allemaal maar een noodzakelijk kwaad. Ze willen actief zijn met hun lijf: voetballen, rennen, klimmen. Voor meisjes is het uiteraard ook heel goed, lekker buiten rennen (jongenspakkertje!), maar zij voegen zich toch wat makkelijker in een leerhouding. Ze willen best laten zien hoe mooi ze kunnen schrijven en laten horen hoe goed ze al kunnen lezen. Natuurlijk zijn er uitzonderingen; ambitieuze jongens en wiebelige meisjes, maar ook zij vinden het over het algemeen heerlijk om buiten te spelen.

Toen ik dit weekend richting Den Haag reed, passeerde ik een billboard met daarop de tekst: Buitenspelen zou een vak op school moeten zijn. “Ja!”, dacht ik, “hoe waar is dat!” En al die jaren ‘pleinwacht’ kwamen me weer voor de geest en de veranderingen die in de loop van de jaren hebben plaatsgevonden in het speelgedrag van kinderen……
Als ik bedenk wat wij vroeger deden in de pauze, het speelkwartier heette dat toen ook nog, dan is er een hemelsbreed verschil met het ‘spelen’ van nu.

Geen kind knikkert meer, maar wij konden er ’s nachts niet van slapen. Of omdat je alles had verloren wat je had opgegooid, of omdat je van plan was weer een grote winst binnen te slepen. Tollen? Wat was er mooier dan je zweep- of priktol te laten draaien. We deden beeldenverkopertje, schipper mag ik overvaren, joepie-joepie is gekomen, sta-bal, witte zwanen-zwarte zwanen, bokspringen, de boom wordt hoe langer hoe dikker. Kaatseballen, met twee of drie ballen tegen de muur. Touwtje springen met twee touwen. We tekenden hinkelbanen op de tegels, van 1 tot 10 en de dood aan het eind. We hadden zoveel te doen, dat de tijd te kort was.

Het grappige was, dat er voor alles een tijd was. Om onverklaarbare redenen was het opeens knikkertijd, of tollentijd. Daar ging je dan helemaal in op.

Hoe zou het toch komen, dat dat in deze tijd niet meer bestaat? Ik wil absoluut niet beweren dat vroeger alles beter was, maar gespeeld hebben we. En wij konden dat van nature, zonder dat het een op het rooster ingepland vak was.
Hoe krijgen we de kinderen van nu weer echt aan het spelen?

Wordt vervolgd.

Advertenties