Een dierbare herinnering

img037

De oude vrouw lag roerloos in bed. De lakens opgetrokken tot aan haar kin. Het gerimpelde gezicht straalde berusting uit. Het was goed zo. Het leven was geleefd. Dit waren haar laatste uren.

Het was aangenaam koel in de torenkamer. Door het openstaande raam zag zij de wolken voorbijrazen langs de grijze lucht. Het rook naar regen. In de open haard doofde langzaam het vuur. Weldra zou de nacht invallen. Haar kleindochter zou komen om de kaarsen aan te steken. Met vertedering dacht zij aan het lieftallige meisje. Net zo mooi als zij in vroeger jaren was geweest. Het lange zwarte haar omlijstte het blanke gezichtje, waarin de blauwe ogen schitterden als sterren. De bloedrode mond steeds tot glimlachen bereid.

Gedachten aan haar eigen, tragische jeugd drongen zich steeds vaker op. Ze moest haar kleindochter eindelijk het verhaal vertellen, besloot ze. Voor het te laat was. Ze had de dood al wel vaker in de ogen gekeken, maar deze keer was het menens.

De deur knarste. Het meisje stapte met lichte tred de kamer in. “Grootmoeder?” “Kind, wil je me in mijn stoel helpen? Ik wil de bossen en de heuvels zien.” Het meisje pakte de donkerrode fluwelen kamerjas. Toen ze de ceintuur strikte, schrok de oude vrouw op. Even maar. Ze liet haar begaan. Ook toen het meisje een benen kam uit haar schortzak haalde en het volle grijze haar begon te kammen. “Grootmoeder, je ziet er nog steeds prachtig uit.”

“Kom bij me zitten, mijn kind. Ik wil je wat vertellen. Iets van heel lang geleden. Ik vertel het jou, zodat dit verhaal niet verloren gaat.” Het meisje schoof een stoel bij. Ze pakte een appel van de schaal en poetste die op aan haar jurk tot hij glom als een spiegel. De vrouw keek ernaar, glimlachte en begon……

…… “En toen ik daar lag, in die glazen kist, was ik tot niets meer in staat. Maar ik wist wat er om me heen gebeurde. De kleine mannetjes waren ontroostbaar. Ik kon ze niet vertellen dat ik ze hoorde, dat ik wist van hun verdriet.

Op een zachte lentedag was het zover. Ik hoorde paardenhoeven. En ik wist dat er iets moois ging gebeuren. Plotseling voelde ik het. Twee zachte lippen op mijn mond. Ik opende mijn ogen en ik wist dat het leven begonnen was.

Ja, kind, je hebt hem goed gekend: de vader van jouw moeder, je grootvader.”

De Brief

4779769-hand-schrijven-van-een-brief-met-een-gans-verenLieve Roos,

Lang heb ik geaarzeld om je te schrijven. Slaapverwekkend lang zelfs. Maar nu heb ik de stoute schoenen aangetrokken en zit ik in mijn kamer, met uitzicht op de bergen, aan tafel met pen en papier. De eerste woorden heb ik zojuist geschreven, zoals je ziet. Ik aarzel een beetje over het vervolg.

Ik hoop dat het goed met je gaat. Het is natuurlijk niet niks, de situatie waarin je nu verkeert. Je weet waarschijnlijk niet dat er veel over wordt gesproken. Het hele land wil zich er wel mee bemoeien, maar ik vermoed dat dat nieuws je niet heeft kunnen bereiken.

Het is natuurlijk prettig, wanneer er een soort van natuurlijke bescherming rond een persoon kan groeien, maar misschien is dit toch wel een beetje te veel van het goede. ‘In der Beschränkung zeigt sich der Meister’, zoals een van onze grote schrijvers het zo mooi uitdrukte, het gaat nu echt over de top.

Maar goed. Het belangrijkste is, dat er heel snel een eind aan deze nachtmerrie komt. En ik vraag me af, of ik daarin iets kan betekenen. Ik zou met alle liefde naar je toe willen komen als ik het idee had dat het zou helpen. Eerlijkheidshalve moet ik bekennen dat men mij al voor is gegaan, maar zonder succes. En dat is nog zacht uitgedrukt.

Ach Roos, nu ik deze woorden schrijf, weet ik het zeker. Ik moet niet als een slampamper in mijn riante optrekje blijven zitten, maar in actie komen. Voor jou, voor mij en misschien zelfs wel voor ons…..
Wat denk je? Zou je me toestaan je te kussen, wanneer ik je eindelijk heb weten te bereiken? Ik voel me steeds sterker worden. Ik trek mijn mantel aan, zadel mijn witte paard, gord mijn zwaard om en…..

Lief Doornroosje, ik kom eraan!

WE-300 is een schrijf-’uitdaging’ van Plato (http://platoonline.wordpress.com).
Schrijf een verhaal van 300 woorden waarin een door Plato bedacht woord niet mag voorkomen. In dit geval was het verboden woord: spinnen.

Oidipous

Een donderslag bij heldere hemel
Doet mij de oren suizen
Geen wraak
Doch welgezind is mij de dood
Met vaste tred
Betreed ik werelden die ik nooit zag
Of ooit zal zien

Onkundig van de vloek was ik
Mijn leven lang
Blind voor het lot
Dat mij volgde als
Mijn eigen schaduw

Uit angst verstoten
Maar eens een prins
Maakt een mens
Voor altijd
tot een koningszoon

Ik die het raadsel van het leven ken
Was niet bekend
Met hem die mij het leven schonk
Daar waar heden,
Verleden en toekomst
Zijn verknoopt
Beroofde ik hem van het zijne

DSC07634

O, moeder, mijn vrouw
Wee mij,
Die jouw verborgen ruimte deelde
Met mijn eigen gebroed
Onwetend, onbewust

Maar nu
Kenner van het eigen lot
In mijn zelf geschapen duister
Lijkt niets wat het is
Is niets wat het lijkt

In grote eenzaamheid
Daal ik af
Ongebonden
Het doel bereikt
Slechts mens geweest
Op aarde

DSC07021