Turkse cinema!

Vijftig jaar geleden maakten we liftend een rondreis door Turkije. Dit is het derde deel van het verslag en een vervolg op: Naar Turkije! en En dan naar Izmir!

Na een middag tomaten sorteren en in kisten pakken, besloten we dat één nacht in het burgemeestershuis logeren wel genoeg was. Er was verder niet veel te doen en een gewoon gesprek voeren zat er uiteraard niet in. Bovendien hadden we het plan om nog naar Ankara te liften en dat was niet naast de deur. Dus bij de avondmaaltijd deelden we, zo goed en zo kwaad als het ging, mee dat we de volgende ochtend weer wilden vertrekken: “Demain partir.” Hoewel de burgemeester enigszins teleurgesteld keek, was het waarschijnlijk ook een opluchting. Ze hadden hun bed aan ons afgestaan en wij vonden dat eigenlijk wel een beetje gênant. Bovendien werden er voortdurend lekkere hapjes aangedragen. Afslaan was onbeleefd, hadden we zo langzamerhand wel geleerd, maar waar moest je het allemaal laten? En ook zij kregen waarschijnlijk wel genoeg van het ‘praten met handen en voeten’ en het kleine beetje Frans. “Bien”, zei hij snel, “maar vanavond wij naar cinema.” We hadden geen idee wat hij bedoelde. Er was toch geen bioscoop in dit godverlaten gehucht? Maar goed, we zouden wel zien.

Na de avondmaaltijd viel de nacht al snel in. De vrouwen trokken zich terug in huis en de mannen maakten zich klaar voor de feestavond in de cinema. Dat betekende dat ze handen en gezicht wasten bij de waterput. Toen konden we gaan. Inmiddels was het pikdonker, maar zij kenden de weg uiteraard, dus wij volgden.

Een onvervalste Turkse nacht. Nog steeds was het warm. De vage geur van houtvuren verspreidde zich over het land. De kreet van een vogel verscheurde heel even de stilte. De mannen fluisterden; zouden ze het over ons hebben? Een lauw briesje stak op en ritselde door het korenveld. In de verte doemden lichtjes op.

De plaats van bestemming bleek een oude houten schuur met een kleine verhoging als podium. Voor de bezoekers stonden er houten stoeltjes. Achter een verveloze tafel, die ooit blauw was geweest, inde een oude Turk met een groen mutsje het entreegeld. Er werd voor ons betaald. We hadden geen idee wat dit vermaak kostte. En ook nog steeds niet wat het vermaak zou zijn.

“De zaal” stroomde snel vol. Vol mannen. Die hadden zich hier kennelijk al tijden op verheugd. Handenwrijvend keken ze vol spanning naar het podium. Gelukkig hoefden ze niet lang te wachten. Muzikanten namen plaats en daarna kwam onder luid applaus een beeldschone vrouw naar voren. Ze lachte naar de mannen, strekte haar armen naar ze uit, schudde haar donkere haar, en de kwastjes, die op twee strategische punten op haar blouse waren bevestigd, deden vrolijk mee. Ze barstte los in een helder gezang. In het zachte licht van de lampjes glansde haar soepele groene rok sprookjesachtig toen zij haar heupen draaide en haar buik liet trillen. Dit was dus de cinema! Ze draaide, wiegde, danste, lachte, en zong het ene lied na het andere. Het publiek reageerde extatisch! De burgemeester keek ons met een vette grijns aan: vonden we dit net zo mooi als hij en zijn kornuiten? We knikten vol overtuiging.

Na de pauze was het tijd voor verzoeknummers. De mannen die er geld voor over hadden, stopten dit in haar boezem, die de zangeres hiervoor genereus aanbood. Ze fluisterden haar in het oor wat ze graag wilden horen. Ze knikte, lachte haar allerliefste glimlach, schudde haar borsten en zweepte het publiek op met haar dans, haar zang, haar gebaren en haar blik.

Wij genoten omdat het zo echt, zo mooi, zo authentiek was. Geen toeristisch optreden, geen verplicht nummer. Onvervalst volksvermaak. Maar we genoten vooral van het publiek, dat er zo intens in opging.

De volgende ochtend werden we al vroeg gewekt door de vrouw des huizes die voor de slaapkamerdeur in haar handen klapte. Na een ontbijt van vers brood, zoete thee en geurige tomaten werden we met een ezelskar naar de autoweg gebracht. Van hieruit zouden we proberen zo snel mogelijk in Ankara te komen. We bedankten hartelijk voor de gastvrijheid. De heerlijke tomaten, die ons nog waren toegestopt, knoopten we in onze theedoek. Voor onderweg.

Op naar het volgende avontuur. De lange weg naar Ankara.

——————————————————————————————————————-

Dat de foto’s, en vooral die van de vrouwen, zo vaag zijn, komt doordat hij van heel veraf is genomen en wij in die tijd niet over een telelens beschikten. Veel mensen, en zeker de vrouwen, wilden pertinent niet gefotografeerd worden, dus probeerden wij het zo. Met het afdrukken vergrootten we een deel, maar echt scherp werd het dan dus niet. Toch geeft het wel een aardige indruk. Vind ik…
Wat is er in vijftig jaar tijd veel veranderd!

Advertenties

Moedertje Wolga

DSC03190

Flaneren langs de Wolga. Op een zwoele lenteavond. Vriendin H en ik hadden een jaar geleden niet kunnen denken dat dat er nog eens van zou komen. Maar nu zijn we hier toch echt. De enige dissonant zijn de wolken muggen, die we moeilijk van ons af kunnen houden. Maar verder is het heerlijk. De geur van water, niet specifiek, maar je weet het gewoon, zo ruikt het als er water in de buurt is. Alles klinkt ook anders; water weerkaatst alle geluiden en lijkt ze tegelijkertijd enigszins te dempen. Het voelt goed. Het voelt geweldig! Heel anders dan een wandelingetje langs de ons zo welbekende Zaan.

Waar wij nu zijn, in Tver (zeg Tveer), ontspringt de Wolga en vanaf hier zal zij met haar lengte van ruim 3600 km door Rusland stromen tot aan de Kaspische Zee. Moedertje Wolga. Op haar breedst is de rivier 26 km. Hier niet. We kunnen de overkant makkelijk zien.

De schemering valt en de lucht kleurt roze. Het wateroppervlak kleurt van grijs naar donkerblauw tot zwart. Lichtjes weerspiegelen. Gouden koepels, tussen het groen aan de overkant, trekken de aandacht. Sprookjesachtig mooi is het hier. Voor het echt donker wordt, lopen we terug naar het centrum. Bij dit geluksgevoel hoort een glaasje wodka. We slaan dat niet in een keer achterover, we zijn tenslotte geen volleerde Russen; nippend mijmeren we nog wat na. Wat goed dat we hier zijn. En hopelijk niet voor het laatst.

DSC03211

In de ochtend ziet de rivier er weer heel anders uit. Alsof ze met frisse moed aan de nieuwe dag begint. Waar de zon de golfjes beschijnt, glinstert het water zilverachtig. Vanaf de oever hebben we uitzicht op de oudste ijzeren brug over de Wolga, even verderop. Een magische plek. Je kunt afdalen tot vlak bij het water. Dan komt het erop aan je evenwicht goed te bewaren als je op de wiebelige steenblokken stapt en je handen in het Wolgawater wast. Zo weet je zeker dat je eens terug zult komen.

Waren we de vorige reis al opgetogen dat we de Moskva zagen, in grijs regenweer, dat we nu de grootste Russische rivier hebben uitgedaagd voor onze terugkeer te zorgen, stemt ons helemaal tevreden.

Wolgaslepers

Een paar dagen later zien we in Het Russisch Museum in Sint Petersburg het indrukwekkende schilderij van Ilja Repin: De Wolgaslepers. Het keiharde leven, niks romantiek.

Maar voor ons is de cirkel rond.

——————————————————————————————————————-

Blog over dezelfde reis, ook met SRC-reizen; klik op de link: https://ajroc.wordpress.com/2016/06/07/to-russia-with-love/

To Russia, with love.

Matroesjka

Gepikt en gedreven; de reis naar Rusland kan beginnen. Aan alles is gedacht: van ondergoed tot visum, van diarreeremmer tot extra sd-kaart voor de camera. Opmerkingen hebben we zo goed mogelijk gepareerd: ga je naar dat land van Poetin? Ja, wij gaan naar ‘dat land van Poetin’. Dat land heeft namelijk ons hart gestolen en onze tweede reis naar Rusland wordt een schitterende aanvulling op de eerste, verwachten wij.

En die verwachtingen worden niet beschaamd. Integendeel. Moskou is nog zoals het was. Moskou is zoals Moskou moet zijn. De gouden koepels tegenover de strakke architectonische hoogstandjes. De drukke tienbaanswegen tegenover de rustige achterafstraatjes. De dichtbevolkte, levendige binnenstad tegenover de stille parken. Maar het is vooral Moskou. De stad sluit om ons heen als een goedzittende warme mantel. We voelen ons thuis.
De laatste avond in deze fascinerende stad brengen we door op en rond het Rode Plein, waar we in de vallende schemering opgaan in het geroezemoes van de Moskovieten die hier, in paren rondslenterend, het weekend afsluiten. De nieuwe werkweek is in zicht.

rode plein

Dan volgt de geplande, wonderbaarlijke, schitterende reis over het Russische platteland langs de Gouden Ring -die meer dan genoeg stof oplevert voor nog een aantal blogs- waarna we aankomen in Sint Petersburg. Overvol opgedane indrukken belanden we nu in een totaal andere wereld.

Wat een omschakeling! We willen de rust, de stilte, de schoonheid nog even vasthouden. Maar er is geen houden aan. De magie van Sint Petersburg doet haar werk er we stromen mee in het bruisende leven. Verkeer, lawaai, mensen. Vooral mensen.

Moskou, een van oudsher gegroeide en nog steeds groeiende stad. Sint Petersburg, gepland en gebouwd volgens een vooropgezet plan. Beide steden mooi, authentiek, ruim, bijzonder, aantrekkelijk, boeiend, verrassend, maar vooral verslavend. Hier wil je zijn, zien, horen, ervaren, ademen, lopen, en altijd weer terugkomen.

En dan: “De Rus”. Een wonderlijk volk. In Moskou zien alle mannen eruit of ze Boris heten; Sint Petersburg lijkt vooral bevolkt door de Igors. De vrouwen hier zijn de Natalja’s; in Moskou de Irina’s. En overal is drukte, is activiteit, beweging. Men is onderweg. Óf men rijdt rond in dikke, dure auto’s van en naar Belangrijke Bijeenkomsten, óf men schommelt over straat met een schamel tasje met boodschappen, óf men slentert en flaneert mooi aangekleed, heerlijk geurend en vaak gebotoxt over de Arbat in Moskou of de Nevskij in Petersburg.

In functie is de Rus streng en zich van zijn plicht bewust. Controle bij de winkeldeur: heb jij je aankopen wel eerlijk afgerekend en zit het bonnetje in je tas? Op het vliegveld: lijk jij wel op de foto in je paspoort? Heb je echt al je spullen op de controleband gelegd? Ja, ook het fototoestel dat je in je hand houdt! In de kerk: uh-uh-uh, géén foto’s maken! De Russische blikken kunnen echt heel streng zijn! En dan doe je met opgewekte tegenzin wat er van je wordt verwacht.

Maar, o, wat zijn er in de normale omgang toch een aardige mensen. Oude vrouwtjes (met die plastic tasjes met boodschappen) leggen met handen en voeten uit waar je het woonhuis van Dostojewski kunt vinden. Vrolijke jongens maken je in hun beste Engels duidelijk welke smakelijke broodjes zij je het liefst serveren bij de heerlijke koffie Americano die ze je net hebben voorgezet. De aardige dame van het winkeltje in het museum legt met liefde uit waar de uitgang is. Een lief, grijs omaatje, dat de rol van suppoost vervult, verkondigt trots met een breed gebaar dat alles wat er in ‘haar’ zaal hangt prachtig is. Hetgeen wij van harte beamen.

Het is ook weer goed om thuis te zijn. Het geeft de mogelijkheid om nog eens te vertrekken naar dat bijzondere en prachtige land. Naar mijn lievelingsstad Moskou. En daarna naar Sint Petersburg.

Een heerlijk vooruitzicht.
With love to Russia..….

——————————————————————————————————————-
Nog een blog over dezelfde reis; klik op de link: https://ajroc.wordpress.com/2016/06/15/moedertje-wolga/

Blog over de vorige reis, naar Moskou en Sint Petersburg.
Klik op de link: https://ajroc.wordpress.com/2015/10/06/ontmoedigend-overweldigend/

Blog over een nieuw boek over de Romanovs.
Klik op de link: https://ajroc.wordpress.com/2016/07/06/de-romanovs-van-montefiore/

Pasen in de Eifel

img115

Een sombere dag is prima om een rommelkastje uit te mesten. Ik neem me voor om dit nu eens grondig aan te pakken. De dvd’s liggen al snel op nette stapeltjes. De fotoboeken zijn aan de beurt. Maar dan zie ik een stukje vergeeld papier uitsteken. Ik ben verkocht. Nog geen seconde later zit ik in de rode ribfluwelen stoel te gieren van de lach.

Op mijn schoot ligt een met de hand geschreven verslag van veertien kantjes van een paasvakantie in de Eifel. Meisjeshandschrift. En de taal van een meisje van zeventien. Hoogdravend af en toe, soms kinderlijk. Ze maakt veelvuldig gebruik van het woordje echter. En van taal die ze uit boeken heeft geleend: ‘het brood is hier zo hard als een bikkel. We moeten onze tanden en kiezen dubbel zo goed gebruiken als thuis.
Wat ben ik blij dat ik dit gevonden heb. Tussen de regels door geeft dit zo’n mooi beeld van het reilen en zeilen van ons gezin, eenenvijftig jaar geleden.

Via zijn werk had mijn vader voor de paasvakantie een huisje gehuurd. Tien dagen naar Duitsland. Wat waren we opgewonden, mijn broertjes en ik. Voor het eerst naar het buitenland. De bergen zien! De reis begon met een rit in een taxi. Dat was al bijzonder. ‘Daarna zeulden we vier koffers en nog wat handbagage naar het derde perron.’ We kregen te maken met situaties die nog nooit eerder waren voorgekomen: ‘…om 12.40 waren we in Venlo. Hier kwam de douane en vroeg of we iets aan te geven hadden. Nadat we verklaard hadden dat dit niet het geval was, ging hij weer verder. Om tien voor een zette de trein zich weer in beweging, richting Viersen. Hij werd nu getrokken door een stoomloc, die in Duitsland nog wel veel gebruikt worden. Dikke witte rookwolken belemmerden ons het uitzicht.’ Heerlijk!

Na een lange busrit belandden we in een huisje met ‘naar alle kanten een prachtig uitzicht.’ We wandelden, zochten fossielen, tafeltennisten, jokerden en genoten van moeders kookkunst. Af en toe leerde ik nog wat voor het HBS-examen. Een paar keer dronken we koffie in de kantine, een ongekende luxe. Zelfs kregen we een keer een mars. En een glas cola!

‘We beklommen bergen aan de noordkant.’ en ‘kerfden onze initialen en de datum in een rotswand.’ De hoogte werd nauwgezet vermeld. Het regende, het hagelde, het sneeuwde, het was zo koud dat we soms met dekens om ons heen dicht bij de kachel zaten, maar niets kon de stemming bederven.

Op een ochtend liepen we wat rond over het terrein en zagen een herder met een kudde schapen. We renden naar huis om het fototoestel te halen. Dit was het echte Duitsland. We maakten een praatje met de man. Zo oefenden we het Duits. Ook trouwens bij het boodschappen doen: ‘Alles moest in het Duits gevraagd en geantwoord worden, wat nog wel eens wat moeilijkheden gaf.’

Ik schenk een kop koffie in en lees het verslag nog een keer. Even is ons gezin als vanouds bij elkaar.

img116

Ontmoedigend overweldigend

DSC01319

Weer twee stipjes op de kaart bezocht. Op de wereldkaart, welteverstaan. Deze reis behoefde een degelijke voorbereiding. Een visum. Een nieuwe koffer. Enig leeswerk kon ook geen kwaad. Maar echt goed voorbereid op hoe het zal zijn ben je natuurlijk nooit. De werkelijkheid is altijd anders. Gelukkig maar, anders kwam je nooit uit je luie stoel.

DSC01519

Wat je ook mag denken over Rusland en zijn president, het is een feest rond te lopen door een waar fotoboek. En meer dan dat. Regelmatig spreek ik mezelf toe: Kijk goed! Je loopt hier echt! Het is tastbaar! Stamp, voel, proef, ruik! Adem de lucht die zo anders is dan thuis. Voeg je voetstappen toe aan die miljarden andere. Zie wat je ziet!

Dat stenen je kunnen ontroeren, had ik nog niet eerder meegemaakt. Maar het gebeurde. Moskou, stad van koepels, kathedralen, pleinen, brede straten, schone gevels, mozaïeken, moderne zakencentra, dure warenhuizen. Uniformen, drukte, een spetter regen. En nog een paar.

DSC01294

DSC01338

De Moskva, het grijze water, de bruggen, de parken vol kleurige paraplu’s. De zon op het goud, de overdaad. En mensen. Veel mensen. Feest! Vuurwerk! Ook een stad kan haar verjaardag vieren. Controles, een enkeling verkleed als de (wrede) heersers van vroeger en nu, klaar voor de foto.

DSC01138

Kraampjes met matroesjka’s, bontmutsen, prullaria. “Gollandia? Nog nooit van gehoord.” Paardenraces op het Rode Plein. Muziek! De graven, monumenten. De melancholie, het verdriet, de eenzaamheid, opborrelend gezang, bronzen stemmen. Hoe cliché wil je het hebben. Ach, het wordt me zo in de schoot geworpen en ik neem het dankbaar aan. Spasiba!

DSC01132

Moskou. Als een levend wezen stelt de stad zich aan mij voor. Omarmt mij. Ik voel me geborgen als in een levende matroesjka. Het pijnlijke gevoel van het vertrek wordt verzacht door het vooruitzicht nog een paar dagen in Sint Petersburg rond te kijken. Anders, maar zeker zo mooi.

Ja, weer twee stipjes op de kaart bezocht. En in het hart gesloten. Tijdens de terugvlucht overvalt me een vreemd gevoel van weemoed. Hoe meer ik zie, hoe groter de wereld wordt. Ik besef mijn onmogelijke kleinheid. Ontmoedigend overweldigend ligt de wereld onder mij.
Ik moet daar letterlijk en figuurlijk genoegen mee nemen.

DSC02215

Zonder haar

whisky-fles-met-glas-216x300“Leuk!” Heel overtuigend klonk het niet. Vanonder zijn zware wenkbrauwen keek hij naar het gebogen figuurtje tegenover hem. De gids van het reisbureau lag open voor haar op tafel. Haar donkere haar glansde in het lamplicht. Ingespannen las ze de gegevens. Waarom liet ze dat knopje van die pen niet met rust? Hypernerveus werd hij van dat geluid. Plotseling keek ze hem aan: “Het klinkt of je het niet meent.” “O, ja hoor”, sprak hij afwezig, “best leuk. Alleen…”
Hij maakte zijn zin niet af. Expres. Hij wist dat hij haar hiermee in verwarring bracht. Hij wist dat haar gedachten nu koortsachtig rondtolden door haar hoofd. Dat zij probeerde te bedenken waarom hij zo vaag deed. Of er wat was. Ze vroeg het niet. Nóg niet, maar hij wist dat het zou komen. En daarna zou het weer als vanouds gaan. “Niks! Er is niks!”, zou hij haar toeschreeuwen. Hij zou een dubbele whisky inschenken en daarna nog één en nog één… Zij zou in huilen uitbarsten en de brochure door de kamer smijten. Ze zou roepen dat ze helemaal geen zin meer had in die klotevakantie. En dan waren ze weer waar ze ieder jaar rond de kerstdagen belandden. Uiteindelijk boekte hij gewoon waar hij zin in had: niet te ver van huis, geen drukte en vooral geen vertier. De vakanties kwamen ze in stilte door.

Hij haalde diep adem en wachtte op haar voorspelbare reactie. Hij pakte een glas en schonk zich maar vast in. Hij zou het nodig hebben.
Toen ze zich naar hem omdraaide wist hij wat er komen ging. De ogen zouden vuur spuwen. Ze zouden zich langzaam vullen met tranen. Het anders zo bleke gezichtje kreeg kleur. De onderlip ging trillen. En….

Ze stond op. “Drink jij tegenwoordig alleen?” Uit de kast pakte ze een whiskyglas en schonk zich in. Een dubbele zag hij. Nooit dronk ze “dat bocht”. Altijd witte wijn. Ze nam een flinke slok. Of het water was. Hij zag de tranen in haar ogen springen. Ze keek hem recht in het gezicht. De hand die ze op zijn arm legde, trilde niet. “Sven”, zei ze schor. Hij slikte. Wat gebeurde er? “Sven, ik heb geen zin om dat spelletje nog langer te spelen. Ik heb geen zin meer om de schijn op te houden. Al jaren probeer je mij met je gemanipuleer te beletten eens een andere vakantiebestemming te kiezen. Jij wilt weer naar dat eeuwige, saaie, oubollige kuuroord: ga dan ook maar. Je krijgt je zin. Maar zonder mij. Ik kan wel wat leukers bedenken. Als je het weten wilt, ik heb al een reisje naar de Cariben geboekt. Met Gerard.”

Alsof hij het in Keulen hoorde donderen. Hoe had hij het nu? Zelf geboekt? Met Gerard? Dat broekje van haar werk? Dit ging helemaal de verkeerde kant op. Dit was totaal niet hoe hij het zich had voorgesteld. Geen geschreeuw, geen gehuil. Maar wel een ellenlange monoloog, voor haar doen. Zij die altijd zo stil en meegaand was. Zo was de lol er voor hem helemaal af.
“Maar…”. Hij kreeg niet de kans om zijn zin af te maken. De kamerdeur werd met een knal dicht gesmeten. Voeten roffelden de trap op. Hij rende achter haar aan, greep haar bij een arm, een vreselijke gil en…..

Toen hij weer bij zinnen kwam, drong de gruwelijke waarheid met een schok tot hem door: gezamenlijke vakanties waren voorgoed verleden tijd.
IJzig kalm draaide hij het alarmnummer en bracht de goudvissen vast maar naar de buren.

——————————————————————————————————————-

De foto komt van het internet.

Wladiwostok

Dit is een verhaal in het kader van WE-300, een schrijfopdracht van Plato (http://platoonline.wordpress.com/): Schrijf een verhaal van 300 woorden waarin een door Plato bedacht woord niet mag voorkomen, maar het moet wel duidelijk zijn dat het daarover gaat. In dit geval was het verboden woord: boeien. Ik heb het ‘vertaald’ met Wladiwostok.

DSC08000

Nadat ze haar tas tussen twee banken had geperst, zeeg ze neer op de enige plek in de coupé die nog vrij was. Naast een van de twee vergenoegd kijkende dames, die tegenover elkaar bij het raam zaten. Kon die ene die rode koffer niet een beetje aan de kant zetten? Zag die trut dat zelf niet? Haar stemming werd er niet beter op toen er werd omgeroepen dat de sprinter naar A tien minuten vertraging had. Altijd hetzelfde. Eindelijk had ze de beslissing genomen, eindelijk was ze weggegaan en nu reed die trein weer niet op tijd.
Die van de rode koffer schopte haar schoenen uit en maakte het zich gemakkelijk. Wat deed ze nu? Ze haalde een pincet en een spiegeltje uit haar handtas en … nee, het kon niet waar zijn. Wat een onsmakelijk mens. Was zij er niet juist vandoor gegaan omdat haar man er van die onfrisse gewoontes op na hield? Vermoeid staarde ze uit het raam. Wat een leven. Maar ze ging het nu echt helemaal anders doen.
De trein zette zich tenslotte in beweging. Zou ze nog kunnen boeken voor de Trans Siberië Expres? Naar Wladiwostok reizen; dat had ze nou altijd al gewild. Als hij er maar niet achter kwam. Ze moest het goed aanpakken; een rechercheur was tenslotte niet voor één gat te vangen. Ze rommelde in haar rugzak, die mobiel moest in elk geval uit.
De twee vrouwen raakten in gesprek. Waarom was ze niet in de stiltecoupé gaan zitten? Hier had ze totaal geen behoefte aan. Die ene, die de hele tijd al zo’n vreemd lachje op haar gezicht had, opende haar tasje en haalde een sleuteltje tevoorschijn. Allebei de dames kregen vreselijk de slappe lach. Ze keek nog eens goed; zo’n sleuteltje kwam haar maar wat bekend voor.

Wladiwostok

Bedankt Rebelse Huisvrouw (http://www.rebelsehuisvrouw.nl/boeien/) en Letterzetter(http://letterbak.wordpress.com/2013/07/23/verrassing/), dat ik een eindje met jullie mee mocht reizen.

Deel 2: Lady in Red http://wp.me/p36K0e-8E
Deel 3: Aan de Poort http://wp.me/36K0e