Wat is hierop uw antwoord?

20150806_123955

Net toen ze de kwast in de verf doopte, ging de bel. Dat kwam slecht uit. Maar de nieuwsgierigheid won het van de opkomende irritatie, dus ze roffelde de trap af en opende de voordeur. Het felle wit, dat ze door het raampje had zien schemeren, bleek een smetteloos overhemd te zijn, waarboven een vrolijk, bruingebrand gezicht haar toelachte. Daar stond ze dan, in haar verfkloffie. In een flits bekeek ze zichzelf door zijn ogen. Oude spijkerbroek, aftands shirtje. Onder de verfspatten. Hij groette beleefd en liet een pasje zien. Stelde zich voor als François en wapperde met een kaartje. O, nee, dacht ze. Ik koop niks, ik neem geen abonnement, ik vul geen enquête in, ik wil geen kunst. “Ik kom voor gas en licht.” Ach, ja, dat kon ook nog. Ze wees op de meterkast, direct achter de deur. “Nee, ik kom niet opnemen, maar het bedrijf waarvoor ik werk, wil u graag weer terug als klant. Twee jaar geleden bent u overgestapt, maar wij hebben een leuk aanbod voor u…..” Zijn donkere ogen keken haar indringend, maar vriendelijk aan. Ze voelde haar weerstand wegebben. Ze opende de deur nog wat verder en hoorde het als in trance aan. “…als u weer bij ons terugkomt. Hoe hoog is uw verbruik?” “Dat zou ik even moeten opzoeken.” “O, maar ik heb de tijd, ik wacht wel even.”

De zon brandde. Hartje zomer en we gaan het hebben over de verwarming, dacht ze. Ze kon hem toch niet laten staan in die hitte? Voor ze het wist nodigde ze hem binnen. Terwijl de computer opstartte, zette ze koffie. Alleen suiker. Het technische praatje dat hij hield naar aanleiding van de gegevens die ze had uitgeprint ging goeddeels langs haar heen. Wel hing ze aan zijn lippen, maar dat was meer om goed in zich op te nemen hoe ze bewogen. Zijn tanden glansden spierwit wanneer hij zijn glimlach tevoorschijn haalde. Hij tikte wat in op zijn tablet. Met hoeveel personen woont u hier? Ze slikte. “Alleen, ik woon hier alleen”, antwoordde ze hees.

“Dus we zijn het eens?” Ze knikte. Alle gegevens waren genoteerd. Hij dronk zijn kopje leeg en pakte zijn telefoon. Ik ga nu het bedrijf bellen om deze afspraak door te geven. Daarna wil degene die ik bel u ook aan de lijn om u wat vragen te stellen.” “Eh, dit is toch wel zuivere koffie hè? Ik bedoel, hoeveel mensen laten een vreemde zomaar binnen?” “Dat zijn er inderdaad niet veel”, zei hij, met een veelbetekenende grijns, “de meeste mensen regelen dit soort zaken per internet.” Zie je wel. Stom was ze. Waar zou ze nu met open ogen intuinen? “Als u hier even tekent…” Ze haalde de tablet naar zich toe. Waarom deed ze dit? Met haar wijsvinger zette ze haar handtekening in een vakje. In het vakje daaronder zette hij een krabbel.

Hij had zijn zaken afgehandeld en gaf haar de telefoon. Hun vingers raakten elkaar even. Een schelle vrouwenstem schetterde in haar oor: “Dit is een formaliteit. We willen vooral weten of u kredietwaardig bent, voordat we overgaan tot deze verbintenis. Hebt u geld genoeg?” “Eh, ja…” “Heeft u alle voorwaarden doorgenomen?”, klonk de stem. “Ik denk het wel.” “Bent u bekend met de tarieven?” “Ja, maar…” “Dan weet u ook wat u boven het hoofd hangt als u zich terugtrekt?” “Nee, niet precies.” “Goed, dan stel ik u nu de hoofdvraag: ‘Neemt u F.de H. tot uw wettige echtgenoot?’ Wat is hierop uw antwoord?” Ze wist het! Ze had het al die tijd geweten! Ze had haar kop erbij moeten houden. “Nee!”, wilde ze schreeuwen. Ze kreeg geen geluid uit haar keel. Zweet parelde op haar voorhoofd.

Ze voelde een hand op haar arm. “Rustig maar, mevrouw, u zag er zo verwilderd uit, ineens. Er is niets aan de hand. Het contract wordt u gemaild. Het is in orde. Omdat u ooit al klant bij ons was, is de overstap een fluitje van een cent. U had even een black out. Geen wonder met die verflucht in deze hitte. Bedankt voor de koffie. Goedemiddag, ik kom er zelf wel uit.”

Advertenties

Belofte maakt schuld

DSC00057

“Heb je gezien hoe netjes de poort is?” Cees kijkt me hoopvol aan. “Hij is natuurlijk niet nieuw meer, die roestbak, maar opgeknapt is-ie.” Dat moest ik beamen, ik was er tenslotte net zelf doorheen gekomen. “Heel netjes gedaan, en zo’n frisgroene kleur. Mooi!” Maar hij was nog niet klaar, bromde hij. De zijkanten ging hij nog verven, maar dan moest eerst het prikkeldraad wat erom heen zit – helaas nodig om vernielzuchtige lui buiten de deur te houden – verwijderd worden. Iemand zou hem daarbij moeten helpen, daar ging hij zich niet in zijn eentje aan wagen.
En dan het bord, boven de poort. Dat ging mee naar huis. Dan kon hij dat op zijn gemak overschilderen. Die letters waren behoorlijk lastig; daar moest hij echt voor gaan zitten.

“Die nieuwe tuinder, waar je het laatst over had, komt-ie nou nog of hoe zit dat?”, vraagt hij een beetje bars. Ik had hem gevraagd bij het overhandigen van de sleutel te zijn, uit hoofde van zijn functie als tuincommissielid. Ik leg hem uit dat er wat nieuwe ontwikkelingen zijn, waardoor de nieuwe tuinder waarschijnlijk een betere plek zal kunnen krijgen. Er zijn mensen die stoppen met tuinieren, dus die tuinen komen vrij. Tuinen met een betere ligging en daardoor met veel meer zon dan op de eerder aangeboden tuin. Hij knikt, hij weet ervan. “Dus dat komt nog?” “Je hoort van me”, zeg ik, wat luider om de langs denderende trein te overstemmen.

Dan moppert hij nog een beetje over het slechte onderhoud van het schilderwerk van de kantine. – Een groot woord, trouwens, voor een hokje van vier bij drie. – Eens een schilder, altijd een schilder, dat blijkt maar weer. Hij wijst naar het kasje op zijn tuin. “Kijk, dat is ook oud, maar ik onderhoud het goed. Net een nieuw raam erin gezet en geschilderd. Zo houd je je spullen in orde.” Tenslotte wijst hij naar de brug. “Als we nou twee-en-een-halve liter groene verf aanschaffen, dan kan alles in één keer. Dan ziet het er voor de winter weer knap uit.” Ik verzeker hem dat ik het zal regelen.

“Dus die poort vind je netjes?”, wil hij nogmaals weten. “Ik heb er gisteren zelfs een foto van gemaakt”, zeg ik. “Kun je die niet op internet zetten?”, vraagt hij, met een grijns. “Ik schrijf er een blog over, oké Cees?” “Ja”, zegt hij, “ja, doe dat.”

En met een nog grotere grijns loopt hij naar zijn fiets.

——————————————————————————————————————-

Om privacyredenen is de naam Cees gefingeerd.

De moestuin van Monet

DSC00035

Zaanstad heeft een grote aantrekkingskracht op toeristen en dat is niet zo verwonderlijk. Er is veel leuks te zien, van De Zaanse Schans in het noorden tot het Tsaar Peterhuisje in het zuiden. Met langs die route schitterende pakhuizen, bijzondere fabrieken en pittoreske huisjes. En natuurlijk de Zaan. Meestal let ik er niet zo op, sjees erlangs op de fiets op weg om een boodschap te doen. Soms stel ik me op als toerist en zie dan bijzondere dingen. Laatst keek ik door de ogen van drie kleine toeristjes: de kleinkinderen.

Toen zij in de herfstvakantie bij mij logeerden, belandden we in een gedeelte van Zaandam waar ik niet meer zo vaak kom: de Russische buurt. Hier vind je, aan de Krimp, het Tsaar Peterhuisje dat in een soort van glazen stolp te bezichtigen valt. Omdat het maandag was zat het hek potdicht, jammer genoeg. Ook de buitenkant is al mooi, maar het bekijken van het piepkleine huisje waar die reus van een Tsaar ooit overnachtte leek hen zo leuk, dat het op ons verlanglijstje is gezet. Het bordje met Cyrillisch schrift naast de deur trok vooral de aandacht van de twee jongens: ze konden het ‘gewoon lezen’ en probeerden het woord voor ‘dinsdag’ fonetisch in hun geheugen te prenten.

Van De Krimp liepen we richting Zaan. (Dat wil zeggen: ik liep, zij renden!) Het is een mooi oud buurtje. En hoewel er hier en daar onvermijdelijk nieuwbouw ontstaat, is de sfeer niet verpest en kun je je met gemak voorstellen dat zo’n belangrijke Rus hier heeft rondgelopen.

20141013_161040

Gewend als de kinderen zijn aan het kleine slootje voor mijn deur, vonden ze het uitzicht over de brede Voorzaan fascinerend. De grijsblauwe wolkenlucht boven spiegelend water, huisjes van de Prins Hendrikkade in de verte, de aangemeerde schepen: het leek wel een schilderij.

DSC00030

Wie hier ook van genoot, maar dan bijna anderhalve eeuw geleden was degene die er ook daadwerkelijk een schilderij van maakte: Monet. In 1871 verbleef deze beroemde Franse schilder vier maanden in de Zaanstreek. En in die periode (van 2 juni tot 8 oktober) maakte hij vijfentwintig schilderijen. Hij was enthousiast over “de verrukkelijke boten, de molens en de kleuren van de huizen”.

DSC00033

We vervolgden onze wandeling over de Hogendijk en bewonderden Het Blauwe Huis, dat door Monet vereeuwigd werd. Je kunt de knalblauwe muur onmogelijk missen. Prachtig vonden de kinderen het. Later kwamen we er achter dat dit Monets lievelingsschilderij was: waarschijnlijk omdat dit het enige werk is waarop hij zijn vrouw en zoontje heeft afgebeeld.

DSC00027

En er lag nog een verrassing op ons te wachten. Niet ver daar vandaan ontdekten we, achter met doeken bespannen hekken, de Moestuin van Monet.

DSC00028

Voordat we afdaalden naar deze oase van rust, bekeken we de reusachtig afgedrukte schilderijen en lazen we de recepten. Het sprak enorm tot hun verbeelding; het gaf ze het gevoel dat ze de schilder een beetje leerden kennen.

DSC00045

Daarna liepen we door het poortje de trap af naar het terrein tussen Hogendijk en Krimp. Hier is door buurtbewoners een fantastische tuin gecreëerd: grote bakken met groenten, vruchten, kruiden en bloemen.

DSC00049

Bieten en prei, boerenkool, salie, lavas, tomaten, aardbeien, frambozen. Een klein ‘blauw huisje’ met boeken, die je gratis mee kunt nemen. Een regenwatercontainer met kraan. En interessante weetjes over Monet, die uit de losse hand op de bakken geschilderd zijn. Gezellige zitjes. De Zaanse Dichterskring heeft gezorgd voor bijpassende gedichten, die her en der in de tuin zijn opgehangen.

DSC00050

Als klap op de vuurpijl een heuse datsja, waardoor we weer in Russische sferen werden gebracht.
Even voorbij dit ‘Russische’ buitenhuisje verlieten we de tuin. Voor vandaag genoeg gezien. Na een groet aan Tsaar Peter op zijn sokkel, midden op de Dam en de belofte om nog eens terug te komen, togen we weer naar huis.

Het was een welbestede, gezellige, leerzame middag. En ik dank de jongens en de kleine meid dat ik met ze mee mocht op een ontdekkingstochtje door mijn eigen stad.

Herodes op herhaling?

Maria

De kerstgroep was gebladderd en geblakerd
Nadat de vlammen in de school waren gedoofd
Jozef knielde zeer eerbiedig zonder hoofd
En ’t kindje Jezus was te heet gebakerd

Maria’s blik was uitgeblust en dof
De os en ezel keken enigszins verwaterd
Naar koningen die reeds waren genaderd
Hun geschenken niet veel meer dan stof

Een herder bracht het kind verkoolde broden
En telde stil zijn schapen zonder vacht
Dit alles kon gebeuren in één nacht

De beeldjes zijn met engelengeduld
Gelijmd, geschilderd en verguld
Weer was het niet gelukt het kind te doden