De Drie Gratiën

De aanblik van de marmeren meisjes
Doet mij naar adem happen
Schoonheid, vreugde en geluk
Gracieus gevangen in harde steen

Het witte marmer lijkt zacht en soepel
Een wang, een schouder een borst
Voile-achtige gewaden voegen zich naar het
Ranke lichaam, een heup, een knie
Vingertoppen tippen vederlicht
Aan slanke hals, aan gezicht
Hoe zacht, aardig en aandachtig
Zij weerspiegelen elkaars glimlach
In hun marmerogen

Fluisteren zij elkaar geheimpjes toe?
Bespreken zij wie er wel en wie niet
Door de beugel kunnen
Om wie ze zo vreselijk moeten lachen-
Is het soms de man van wie de telefoon
Op volle sterkte om aandacht schreeuwt-
In deze stemmige, stille zaal van hun logement,
De Hermitage aan de Amstel?

Traag dimt het licht, draait weg
En weer op volle sterkte gericht
Lijken zij gereserveerd, serieus, koel
Afscheid is op handen

Nog even dan vliegen deze dames
Dik ingepakt terug
Naar hun eigen riante onderkomen
De Hermitage aan de Neva

Advertenties

De schoonheid van een klein gebrek

Sommige dingen moeten perfect zijn, onbeschadigd en gaaf. Maar soms voegt een kleine oneffenheid juist iets toe en krijgt het voorwerp meer waarde.De koffie is gezet. Er staat een versgebakken appeltaart te dampen op het aanrecht in de keuken. Ik pak een schoteltje uit de kast. Zo eentje van Chinees porselein met ingebakken rijstkorrels en blauwe schilderingen langs de rand. Die rand, daar gaat het om. Er zijn twee scherfjes af. Was het bordje gaaf geweest, dan had ik er een stukje taart opgelegd en meer niet. Nu verricht ik die handeling ook, maar er gebeurt iets meer. Terwijl ik het bordje op tafel zet, gaat mijn blik naar de beschadigde rand. Ooit stond het bij mijn ouders in de kast. Het was met zorg uitgezocht door mijn moeder; zij hield van bijzondere en mooie dingen. En ze was er heel zuinig op. En nu is toch dat bordje, waarop zij ’s avonds voor vader en haarzelf een appeltje schilde, beschadigd geraakt.

Na het eerste herseninfarct zag ze slecht en had zij niet veel kracht meer. Toch wilde ze alles nog zelf blijven doen. Ik was er niet bij, maar ik kan me zo voorstellen dat ze het bordje ’s avonds uit de kast pakte en het heeft laten vallen, met appeltjes en al. Dat er stukjes afgesprongen waren, heeft zij niet goed kunnen zien, anders zou ze het hebben weggegooid.

Zo mijmer ik, terwijl ik de appeltaart langzaam opeet. Het beschadigde bordje brengt mij weer even in contact met mijn moeder. De herinnering aan haar ervaar ik als een kostbaar geschenk. De taart is op, de droom vervliegt. Ik schenk nog een kop koffie in en spoel het bordje voorzichtig af.

Corrie van der Sterre4 augustus 1918 - 9 februari 2003
                    Corrie van der Sterre
           4 augustus 1918 – 9 februari 2003