Een kleine ode aan Godfried Bomans

Zaterdag 2 maart was het de honderdste geboortedag van Godfried Bomans, een van mijn favoriete schrijvers.

Wat in je jeugd wordt aangereikt, gaat een heel leven mee. Op de HBS werd er door de lerares geschiedenis voorgelezen uit de sprookjes van Bomans. Later maakte ik kennis met Erik en Pa Pinkelman. Met ‘Pim, Frits en Ida’, een serie leesboekjes voor kinderen van de basisschool, toen ik zelf voor de klas stond. Ook ik vond het heerlijk om voor te lezen uit zijn werk. En stiekem hoop ik dat die verhalen (bijvoorbeeld over ‘Het luie jongetje’, dat niet naar school wil en toch wijs wil worden, of ‘De waarheid omtrent Sinterklaas’) een indruk hebben achter gelaten. Dat het werk van deze grote schrijver blijft doorleven.

Hij had het vast fijn gevonden om oud te worden. Hij schreef graag over oude mannen en vrouwen. Hij deed dat met een subtiel gevoel voor humor. In ‘Het luie jongetje’ bijvoorbeeld gaat het over vier generaties tovenaars, cq heksen, allemaal nog in leven. Met hun eigen wijsheid en een zekere strengheid. De humor in de kinderverhalen is meer bedoeld voor volwassenen; je kunt ze niet (voor)lezen zonder glimlach.

In zijn werk staat geen woord teveel. Een van zijn beroemde uitspraken was dan ook: “Schrijven is schrappen”. Dat komt goed overeen met zijn opmerking, die ik zaterdag aantrof op de tuinscheurkalender:
Eenvoud is niet het kenmerk van de beginner. Het is de duur bevochten stempel van de meester.
Hij was een meester. En voor mij blijft hij dat.

07782da0-5ff6-11e2-9559-b949519d466c_original

Een oude vriendin

In de jaren vijftig woonden wij in Den Haag. In een van de naoorlogse nieuwbouwwijken. Deze wijken trokken uiteraard veel jonge gezinnen. Zo leerden wij veel kinderen kennen en mijn ouders veel gelijkgestemde volwassenen. De oorlog was voorbij. Er moest gewerkt worden; iedereen begon met goede moed aan een nieuw bestaan. Er was weer toekomst.

Wij speelden veel buiten. Er was genoeg ruimte, er was weinig verkeer en als de werklui naar huis waren, kon je heerlijk in de bouw rondscharrelen. Er waren “landjes”, waar het flink drassig kon zijn, zodat je laarzen overliepen. Er groeiden al snel wilgen, waar je in kon klimmen. We bouwden hutten, zochten rupsen en waterslakken.

images

De volwassenen wisten niet wat we uitspookten, al zullen ze wel een vermoeden hebben gehad, wanneer we moe en onder de modder thuiskwamen. Het was natuurlijk erg onschuldig allemaal, maar wij hadden het idee dat we de wereld ontdekten. Dat we grote geheimen hadden. Dat alles voor de eerste keer gebeurde, wat in zekere zin ook zo was.

Ik ben wel eens benieuwd hoe het iedereen is vergaan, die vriendjes en vriendinnetjes van weleer. We stonden aan het begin van ons leven en zijn uiteindelijk alle kanten opgegaan.

Wij op onze beurt wisten nauwelijks waar de volwassenen zich mee bezig hielden. Ook zij ontdekten de wereld, hun nieuwe wereld. Mijn ouders kwamen uit een dorp en ze moesten acclimatiseren in de grote stad. Het ging ze goed af. Al snel bouwden zij een vriendenkring op. Dat ze lid waren van de kerk was daarbij een prettige bijkomstigheid. Zij bespraken zaken met elkaar waar wij geen weet van hadden. Zo gaat het en dat is ook goed.

Maar nu ben ik benieuwd naar hoe het leven van onze ouders in die tijd was. Waar hielden ze zich mee bezig? Waar spraken zij over? Wat was belangrijk voor hen? Wat was essentieel? Wat verschafte hen vreugde, wat veroorzaakte verdriet? Welke plannen hadden ze?

We verhuisden een aantal keer, maar de goede vriendschappen van mijn ouders bleven intact.
Toen mijn moeder overleed kwam een van de vroegere vriendinnen naar de crematie. Wij spraken elkaar kort, maar het was een warm gesprek. Ze woonde nog steeds in Den Haag. Niet ver van de plaats waar wij in de jaren vijftig woonden. Een goed verzorgde dame van tegen de tachtig. Weduwe inmiddels.

Nadat mijn vader was overleden kwam zij weer, zoals het goede vrienden betaamt. We spraken af, dat we contact met elkaar zouden opnemen. Dat deden we echt. We bellen elkaar nu zelfs regelmatig. Sturen elkaar kunstkaarten. Raden elkaar boeken aan. En we ontmoeten elkaar. Het mooie is, dat we na een museumbezoek of een concert aan de praat raken over die Haagse tijd. Ik kom zaken aan de weet, die vaag waren, of waar ik alleen maar naar kon gissen, maar die voor de herinnering aan mijn ouders grote waarde hebben.

Door de bijzondere gesprekken met haar, gaan mijn ouders voor mij weer een beetje leven. En voor haar herleeft “die goede oude tijd”.

Een schrijver

Al een paar dagen spookte hij door mijn hoofd, Otto Veenhoven. Wat zou er van hem zijn geworden? Zeventien jaar geleden ontmoette ik hem in het Stedelijk Museum in Amsterdam.
In het restaurant kwam hij aan mijn tafeltje zitten. Hij was al wat ouder, ik schatte hem zestig jaar. In zijn leren jasje zag hij er jong en vitaal uit. Tijdens een kop koffie vertelde hij dat hij schrijver was en zijn boek in eigen beheer had uitgegeven. Dat hield in dat hij het ook zelf aan de man moest brengen en daarvoor reisde hij heel Nederland door. Hij diepte iets op uit een onooglijk linnen tasje.

DSC06419

“Rosanne” werd op tafel gelegd. Een autobiografische liefdesthriller, een merkwaardig meesterwerk, volgens de beschrijving op de achterkant. Het boek maakte me nieuwsgierig en ik besloot het van hem te kopen. Hij schreef er een aardige opdracht in, en voor dertig gulden was het van mij. Hij vroeg mij hem een reactie te sturen wanneer ik het uit had. Dat heb ik gedaan en er volgde een korte correspondentie.
Op zijn uitnodiging hem eens te bezoeken bij hem thuis in Waarde ben ik niet ingegaan; er hing iets vreemds om deze man heen.

Het huis in Waarde
              Het huis in Waarde

Een paar jaar later werden er in de Zaanstreek opnamen gemaakt voor de serie “Unit 13”. Onder andere in en om het huis van een goede vriendin. Tijdens de nacht moest de set bewaakt worden. En daar dook Otto Veenhoven plotseling weer op. Hij nam die taak op zich en in zijn oude aftandse autootje hield hij de zaak in de gaten. Bij vriendin M in de keuken dronk hij regelmatig een kopje koffie. Ook zij kocht een exemplaar van Rosanne.

We verloren hem uit het oog. We hoorden pas weer iets over hem toen in 2003 het boek “Sunny Home”  verscheen, wat in diverse kranten uitgebreid beschreven werd. Hij bekende hierin de moord op zijn stiefvader. Was het waar? Daarover waren de meningen verdeeld. Gesproken hebben we hem nooit meer.

Ja, wat is er van hem geworden? Op het internet vind ik informatie waaruit blijkt dat hij vorig jaar april rustig is ingeslapen, zoals dat heet. Er zullen geen nieuwe boeken meer verschijnen. En we zullen nooit weten of zijn boeken echt autobiografisch zijn.