Dank u SinterklaaRsje

220px-HajjiFiruzHet is herfstvakantie. De kleinkinderen logeren bij mij. We kijken naar het jeugdjournaal. Gouda komt in het nieuws. Sinterklaas zal daar in november aanmeren met zijn stoomboot en nu probeert men politiek correct een aantal zwarte pieten te veranderen in kaaskoppen en zoete koekjes. Op mijn vraag aan de kleinzoons (van wie één niet meer gelooft en de ander nog wel) wat ze ervan vinden, krijg ik een eensluidend antwoord: “Raar, zo zien mensen er toch niet uit!” De gelovige poneert: “Ik ben nu gewend aan zwarte, dus dan moeten ze dat niet ineens gaan veranderen.” De ongelovige vindt het te belachelijk om over te praten. Zwart is zwart. Zo hoort het. Punt. Wat dat betreft zijn kinderen behoorlijk conservatief.

Diep in hun hart, of moet ik zeggen intuïtief, weten ze dat het allemaal verder niets met kleur te maken heeft, maar met een feest. Sinterklaas is niet beter dan zijn pieten. Vaak vinden ze zwarte piet wel zo leuk: hij beheert de zak waarin zich het snoepgoed bevindt. Er heest een gezond gevoel van spanning: je schoen zetten; ook al geloof je niet meer, je hoopt dat er wat in komt. Voor wat, hoort wat: zingen als je je schoen zet, een wortel voor het paard, een tekening voor Sinterklaas. Maar ook een verlanglijstje. En dan op pakjesavond: zou hij komen, de goede Sint? Er wordt op de deur geklopt. Ook al geloof je het hele jaar niet meer, op dat moment zet je het ongeloof in de ijskast en ren je met bonkend hart naar de deur, ouders en grootouders met waterige oogjes achterlatend.

De oudste kleinzoon (een halve Pers) viert in feite zelfs twee keer in het jaar ‘sinterklaas’. Uiteraard in december. En tijdens het Iraanse Nieuwjaar, zo rond 21 maart, nog een keer. De traditie wil dat er dan twee figuren komen opdraven, van wie er één op sinterklaas en de ander op zwarte piet lijkt; respectievelijk: Baba Nohroez en Hadji Firouz. Er worden cadeautjes uitgedeeld en hadji Firouz maakt grapjes. Dit is niet de hoofdmoot van het feest, maar het hoort er wel degelijk bij! En de kinderen vinden het heerlijk.

Natuurlijk gaat het bij beide feesten om de tegenstellingen: lief en stout, zwart en wit, oud en nieuw, enzovoort. De tegenstellingen waarop ons hele bestaan is gefundeerd, en waarvan je spelenderwijs doordrongen wordt. Het is iets universeels.
En het gaat in de donkere dagen van het jaar natuurlijk ook om vrolijkheid en gezelligheid. Om elkaar verrassen en verwennen. Aardig zijn voor elkaar. Deze leuke, warme elementen van het hele gebeuren zouden we gewoon vergeten door al het kille en koude gedoe van tegenwoordig. Door het donker naar het licht. Rascisme? Daar heeft het sinterklaasfeest in de verste verte niets mee te maken.

Ik hoop eerlijk gezegd, dat we vanaf nu niet ieder jaar die “P”-discussie zullen hoeven te voeren. Dat gedram en gedrein over iets wat totaal geen link heeft met het aloude feest zorgt er juist voor dat mensen een grotere liefde opvatten voor de zwarte piet in ons bestaan. Dat zou die zuurpieten toch juist tevreden moeten stemmen?

20140902_174807Nee, het enige waar we over zouden kunnen vallen is de tekst van één van de simpelste sinterklaasliedjes: Sinterklaasje, bonne, bonne, bonne. In groep één van de basisschool leren kinderen al rijmen. Hoe trots kunnen ze zijn, wanneer ze het principe van het rijm doorhebben.
En dan, in de laatste twee zinnen van dit schone lied van slechts vier regels gaat het mis:

Gooi wat in mijn laarsje
Dank u Sinterklaasje.

Dát vinden kinderen nou verwarrend. En dát vind ik een kwalijke zaak.

——————————————————————————————————————-
Nog een zwarte-pietendiscussie, maar dan op een heel ander vlak:
De gele veer.

De foto van Hadji Firouz komt van het internet.

Allebei bestaan ze niet

20140902_174807Het is nog zomers, maar er zijn al mensen bezig met winterse perikelen. Niet met het trainen voor de hopelijk te schaatsen Elfstedentocht, de extra isolatie van het huis, of de aanschaf van warme kleding. Nee, het is een serieuze aangelegenheid waarmee zij zich onledig houden: het hulpje van een fictieve figuur, die half november in diverse plaatsen in Nederland met een stoomboot aankomt.

Daar raken we al direct de kern van de zaak. Deze hulpjes, de zwarte pieten, hebben een uiterlijk, dat sommige mensen verafschuwen. Is dat het enige probleem?
Nee, in wezen gaat het niet om de kleur, maar om het dociele gegeven. Deze zwarte personen voeren hen terug naar de tijd van de slavernij. Zij vinden dat zwarte piet een slaafs, volgzaam, beetje sullig wezen is, een karikatuur. Het Sinterklaasjournaal laat doorgaans iets anders zien; de pieten hebben hun eigen ideeën en bezigheden. Meestal delft Sinterklaas het onderspit, omdat een piet weer een of andere actie uithaalt, waardoor de boel in de soep dreigt te lopen. Of er wordt een jong pietje geboren. Ik zou me daar eerlijk gezegd drukker over maken: wie is het pietinnetje?

Om de ellende voor te zijn, heeft een stel volwassen blanke mannen Een Plan bedacht: de oude sinterklaasliedjes vertalen naar deze tijd. Met als queeste het verwijderen van slaafse elementen uit de teksten. Het argument: kinderen zouden die oude teksten niet meer begrijpen. Ik kon mijn ogen niet geloven toen ik het las. Wat een pretenties, wat een arrogantie.

Straks wordt er weer een blank kerstkind geboren. Het lijkt mij een uitgelezen moment om ook daar eens flink de bezem door te halen: een zwart kind, geboren in een armoedige stal. Misschien moeten dan ook maar gelijk de onbegrijpelijke kerstliedjes aangepast worden. Het is nu nog vroeg genoeg.

—————————————————————————————————————–

Dit is een tekst in de serie WE-300, een schrijfuitdaging van Plato (Hier kun je meer leuke, spannende, bijzondere WE-verhalen vinden, of zelf meedoen). Het werkt als volgt: Schrijf een tekst van 300 woorden, waarin het sleutelwoord niet mag voorkomen. In dit geval was het verboden woord: renoveren.

De foto is op 2 september (!) gemaakt bij onze nationale grootgrutter.