Oud en nieuw

IMG-20131226-WA0002

Ik ben net binnen, wanneer de telefoon gaat. Ze neemt op: “Ja, ik vraag het wel. Nee, nog niet. Nou, dag.” Lichtelijk geïrriteerd zet ze een kopje koffie voor me neer. Ik trek mijn wenkbrauwen op. “Jaaa”, moppert ze, “ik heb zo’n ding, je weet wel, zo’n telefoon.” “Een smartphone? Laat eens zien.” “Ik heb hem gekregen, maar ik kan er niks mee. Die simkaart moet maar weer in mijn oude toestel.”

Hij is van hetzelfde merk als die van mij; ik help haar een beetje op weg. Een kwartier later maakt ze een foto van een kerststukje op het dressoir en verstuurt die via whatsapp aan de zoon, die haar ‘dat ding’ cadeau deed. “Dit ben ik straks weer vergeten hoor!” “Geeft niet, voorlopig ben ik hier nog.” Maar de grootste weerstand is weg, zie ik. En de irritatie ook.

We drinken koffie en zijn, zoals altijd, binnen de kortste keren in een diepzinnig gesprek verwikkeld. De dood is een gegeven in haar leven: haar man, haar dochter. En nu, vorige week, overleed haar zus. Haar toespraak is een wondertje van eenvoud, en zo mooi geschreven. Geen overbodigheden, een gevoelig aandenken aan een verbondenheid die zelfs de dood niet scheidt. Het raakt me diep.

De zon breekt door, wanneer we op Oud Eik en Duinen aankomen. De bloemen van de crematie zijn op het graf van hun vader gelegd. De as zal daar worden bijgezet. We vegen wat dood blad weg, herschikken de kransen. En dan zien we het ineens: de dode berkenstam, vol met grote zwammen. Ze haalt de telefoon uit haar zak en maakt een foto. Ook van de prachtige bloemen op het graf.

Eenmaal thuis verstuurt ze de foto’s aan haar zoon.
Ze is een vrouw van zevenentachtig. Ze staat nog volop in het leven.

IMG-20131226-WA0001

De foto’s zijn gemaakt door H.B., met haar nieuwe telefoon en naar mij verstuurd via whatsapp 😉

Advertenties

Een sterk verhaal

(Of hoe een bezoekje aan de bibliotheek voor nogal wat opschudding kan zorgen….)

DSC08819De middag loopt al op zijn eind, wanneer ik bedenk dat ik nog een verjaardagskaart wil kopen. Ik heb een doos vol kaarten, maar ze zijn geen van alle geschikt.

Onderweg op de fiets verbaas ik me over alles wat mensen verliezen: een speen, handschoenen, aanstekers liggen tussen rottend blad tegen de stoeprand. Verhalen ontspinnen zich in mijn hoofd.

Plotseling valt mijn blik op een mobieltje. Een oud model. Ik aarzel even, maar stap toch af. Op de stoep staat een jongen zijn fiets te repareren. “Is deze telefoon van jou?”, vraag ik hem. Hij kijkt me meewarig aan: zijn smartphone ligt naast hem op de grond. Naar de politie dan maar, denk ik.

De kaart is gekocht en ik rijd de stad in. Hé, hier was toch altijd het politiebureau? Borden met Kijkshop en Uitzendbureau logenstraffen mijn aanname. In het nieuwe gemeentehuis misschien? Ach nee. Ik laat het centrum achter mij; in mijn eigen dorp kan ik terecht. Daar staat het nog altijd aangegeven in jaren-zestig-stijl: politieburo.

Terwijl ik het telefoontje uit mijn zak haal, verlies ik zelf een handschoen, die me gelukkig door een vertrekkende agent wordt aangereikt. Achter de balie een agente die mij vriendelijk maar resoluut te woord staat. “Nee mevrouw, gevonden voorwerpen nemen we niet meer aan. Al vanaf december 2012 – spreekt ze me bestraffend toe – moeten die op het nieuwe gemeentehuis in het centrum worden afgegeven.” Nou ja! Daar kom ik net vandaan. Wel heeft ze nog een tip: de site ‘verloren en gevonden’, daar kan ik ook op terecht. Ik bedank voor de informatie.
Onderweg naar huis, het mobieltje brandend in mijn zak, bedenk ik hoe ik dit ga oplossen. Op een site zetten? Niks ervan. Dit gaan we eens professioneel aanpakken. Vanavond nog moet alles geregeld zijn en de telefoon terug bij de rechtmatige eigenaar.

Klepje open. Menu. Telefoonnummers. Naam zoeken. Een lijstje met twintig namen verschijnt. Bianca staat bovenaan. Ik bel. Een vrouw neemt op en ik stel me voor: “U heeft misschien het nummer gezien, maar ik ben niet degene die u daarop zou verwachten.” Zij is niet Bianca, maar haar moeder, in Amsterdam. En Bianca is juist vanochtend naar het buitenland vertrokken. Zij heeft een ander nummer, maar door woningruil….. “Ik bel haar man”, zegt ze kordaat. “En mag ik uw nummer, zodat ik daarna terug kan bellen?” Zo gebeurt. Zij belt terug en meldt dat Tim, de echtgenoot, mij zal bellen. Inmiddels heb ik wat namen uit het lijstje genoteerd. Dat kan misschien voor wat meer duidelijkheid zorgen. “Ja”, zegt Tim, “dit zijn allemaal namen uit onze familie. Bel mij eens met dat toestel, dan kan ik het nummer noteren”. Daarna belt hij met één van de mensen uit het lijstje, een neef, van wie hij verwacht dat hij het nummer zal herkennen. Dat is het geval. Deze neef blijkt een kleinzoon van de opa, die het mobieltje is verloren toen hij naar de bieb ging. Klopt, daar vond ik het.

Neef belt mij. Hij komt met opa zo snel mogelijk langs. En inderdaad. Nog geen tien minuten later staat hij voor de deur. Een vrolijke knul met een zo mogelijk nog vrolijker bos rode krullen. Opa zit in de auto. “Hij had hem nog geeneens gemist”, zegt hij met een grote grijns. “Maar hij heeft nu wel weer een mooi sterk verhaal!”

“Ja”, denk ik, terwijl ik glimlachend de deur achter hem dichtdoe, “en ik heb een onderwerp voor een blog.”