Gespiegeld

DSC02442

In deze oude spiegel oefende zij haar glimlach
Tot hij gebeiteld zat en weer was op te roepen
Zodat zij al de jaren die nog zouden komen
Vol vertrouwen tegemoet kon zien

Er waren toen nog geen tv-programma’s
Maar ze was wel het mooiste meisje van de klas
Zoveel mannen had ze kunnen krijgen
Zij koos gelukkig hem, die kort daarna mijn vader werd

Toen ik nog jong was heb ik haar gekend als op de foto
Dit beeld vervloog, ik zag haar ouder worden
Mijn vader wist het nog, hij borg haar in het klein
Tussen zijn munten en zijn bankbiljetten

Van elke boodschap die hij deed, was zij getuige
Ze zag de guldens wijken voor de euro
Toen hij te oud werd om haar met zich mee te dragen
Mocht zij zijn dagen slijten in het hoekje van de spiegel

Zo gaat het immers: groeien, bloeien en versterven
De cirkel rond, het leven was hen goedgezind
Talrijke zaden zijn gevormd en uitgestrooid
Wonderschone bloesem is er uit hen voortgekomen

Advertenties

Wladiwostok

Dit is een verhaal in het kader van WE-300, een schrijfopdracht van Plato (http://platoonline.wordpress.com/): Schrijf een verhaal van 300 woorden waarin een door Plato bedacht woord niet mag voorkomen, maar het moet wel duidelijk zijn dat het daarover gaat. In dit geval was het verboden woord: boeien. Ik heb het ‘vertaald’ met Wladiwostok.

DSC08000

Nadat ze haar tas tussen twee banken had geperst, zeeg ze neer op de enige plek in de coupé die nog vrij was. Naast een van de twee vergenoegd kijkende dames, die tegenover elkaar bij het raam zaten. Kon die ene die rode koffer niet een beetje aan de kant zetten? Zag die trut dat zelf niet? Haar stemming werd er niet beter op toen er werd omgeroepen dat de sprinter naar A tien minuten vertraging had. Altijd hetzelfde. Eindelijk had ze de beslissing genomen, eindelijk was ze weggegaan en nu reed die trein weer niet op tijd.
Die van de rode koffer schopte haar schoenen uit en maakte het zich gemakkelijk. Wat deed ze nu? Ze haalde een pincet en een spiegeltje uit haar handtas en … nee, het kon niet waar zijn. Wat een onsmakelijk mens. Was zij er niet juist vandoor gegaan omdat haar man er van die onfrisse gewoontes op na hield? Vermoeid staarde ze uit het raam. Wat een leven. Maar ze ging het nu echt helemaal anders doen.
De trein zette zich tenslotte in beweging. Zou ze nog kunnen boeken voor de Trans Siberië Expres? Naar Wladiwostok reizen; dat had ze nou altijd al gewild. Als hij er maar niet achter kwam. Ze moest het goed aanpakken; een rechercheur was tenslotte niet voor één gat te vangen. Ze rommelde in haar rugzak, die mobiel moest in elk geval uit.
De twee vrouwen raakten in gesprek. Waarom was ze niet in de stiltecoupé gaan zitten? Hier had ze totaal geen behoefte aan. Die ene, die de hele tijd al zo’n vreemd lachje op haar gezicht had, opende haar tasje en haalde een sleuteltje tevoorschijn. Allebei de dames kregen vreselijk de slappe lach. Ze keek nog eens goed; zo’n sleuteltje kwam haar maar wat bekend voor.

Wladiwostok

Bedankt Rebelse Huisvrouw (http://www.rebelsehuisvrouw.nl/boeien/) en Letterzetter(http://letterbak.wordpress.com/2013/07/23/verrassing/), dat ik een eindje met jullie mee mocht reizen.

Deel 2: Lady in Red http://wp.me/p36K0e-8E
Deel 3: Aan de Poort http://wp.me/36K0e

Een bord spaghetti bij de Bijenkorf

Het was een mooie dag. Nog wel koud, maar de zon deed haar best de aarde op te warmen. Bijna lente. Ze bekeek zichzelf in de spiegel: parelgrijs vest, zwarte broek. Het stond haar goed. Maar haar kledingkast puilde uit van de broeken en truien. Een leuke jurk, vrolijke kleuren, daar had ze behoefte aan.

De trein was op tijd. Drie haltes tot Amsterdam, ze was er zo. Ze liet zich meevoeren door de stroom mensen, die kennelijk hetzelfde doel hadden als zij. Na tien minuten lopen stapte ze de Bijenkorf binnen. De geur van parfum wolkte om haar heen: dit had ze al die wintermaanden gemist. Ze snoof diep. Doelgericht stapte ze op de unit af waar haar lievelingsgeur werd verkocht en wist zich de komende maanden weer voorzien.

Ze had geluk. Op de kledingafdeling hing er een jurk in haar maat. Een mooi, afkledend model. De soepele stof bedrukt met vrolijke bloemen. En, vooruit, ook nog een blouse en een zwierige, stijlvolle rok. Schoenen? Ze was hier nu toch. De eerste de beste lentedag kon ze zich vertonen.

Tevreden met deze aankopen liet ze zich door de roltrap naar boven voeren, naar het restaurant. Na een kop koffie besloot ze om ook maar even te lunchen. Ze koos spaghetti, met een rijke tomatensaus. Ze zocht een tafeltje bij het raam. Bestek! Hoe kon ze dat nu vergeten. Toen ze ermee terug kwam zat er tot haar verbijstering een man achter haar bord. Hij rolde de spaghetti verrassend behendig om zijn vork en at met smaak. Hoe durfde hij. Ze zou hem wel krijgen. Ze zette zich tegenover hem en nam steels een paar happen. Hij reageerde niet. Het bord was leeg. De man stond op en liep weg. Terwijl ze hem nakeek, zag ze op één van de tafeltjes verderop een bord spaghetti staan.