Met geen pen te beschrijven

pennen

Zoveel indrukken tijdens de korte reis
En geen pen om het te beschrijven
Daphne, zie ik op de bon
Heeft me net een kop koffie gebracht
Ergens ver weg driehoog aan de overkant
Loopt een man in zwart pak wit overhemd
Ongedurig voor het raam heen en weer
Ik verbeeld me dat ik bezorgde trekken zie

Later daal ik af
In de kelder is de verzameling
Van Rudi Fuchs te zien
Hij noemt het: Opwinding
Ongetwijfeld zal hij het zo hebben ervaren
In zijn tijd als directeur van het Stedelijk
Maar mij verwart het
Ik had gehoopt op een paar oude bekenden
Iets waar mijn herinnering aan haakt
Maar het is armoe troef wat dat betreft

Een Franse vrouw zegt na lang kijken
Naar een grote rode vlek op een doek
Ik probeer het te begrijpen
Er klinkt dreinerig verlangen in haar stem
Haar metgezel haalt de schouders op
In stilte lopen ze naar de roltrap

Buiten is het ook al grijs
Geen lyrische ontboezemingen vandaag
Ik ga naar huis en tik dit stukje
Volgende keer beter
Dan neem ik ook weer een pen mee

Advertenties

Mozart, Dumas en een fikse boete

20140920_160634

Woest en onstuimig leven: we doen nog steeds ons best, vriendin MD en ik. Afgelopen zaterdag deden we een hernieuwde poging.

Met de kaartjes voor “Die Entführung aus dem Serail” (veelbelovende titel in dit verband!) mogen we gratis met de tram. De ZaterdagMatinee in het Concertgebouw zal deze Duitse opera van Mozart brengen en we hebben er zin in.
Het is nog wel een hele toer om op het terras van Het Stedelijk op tijd een broodje geserveerd te krijgen, zo druk is het op deze stralende dag in september. De obers genieten ook van het prachtige weer, zijn in voor een gezellig praatje en maken zich, terecht, niet al te druk. Maar kom op, ons motto getrouw zijn we nergens bang voor: living on the edge!

Dus schuiven we om vijf voor half twee de zaal in. Een passender entourage voor dit “Singspiel” uit 1782, waarin, volgens keizer Jozef ll, Mozart zich te veel had uitgeleefd (“Zuviel Noten”, lieber Mozart), is nauwelijks te bedenken. Met de ogen dicht kun je je makkelijk wanen in het Wenen van de achttiende eeuw. Het sfeertje uit de film Amadeus is zo opgeroepen.

Het flinterdunne verhaal, waar Mozart op een inventieve manier mee aan de haal is gegaan, wordt met veel liefde, plezier en enthousiasme gebracht. Zo mooi om te ervaren hoe de reactie van het publiek effect heeft op de zangers: ze trekken echt alles uit de kast, om het oneerbiedig te zeggen.
Het orkest speelt de prachtige en krachtige melodieën met volle inzet, terwijl men zich met groot plezier ook aan een flink aantal grapjes te buiten gaat. De dirigent, René Jacobs, volgt volledig de tekst en de muziek van “toen”, maar toch is zijn zeer inventieve inbreng niet te verwaarlozen. Het is een sublieme voorstelling, waarin de jonge zangers het publiek verbijsterd doen staan van hun kunnen.
Heerlijk is het om dit virtuoze spel te zien, te horen, te beleven. Bijna vier uur lang genieten; het is onbegrijpelijk dat tijd ineens niet lijkt te bestaan. Wel zijn er twee pauzes, waarin, ook niet onbelangrijk, een heerlijk wijntje wordt geschonken en waarin je leuk mensen kunt kijken. Kortom, een heerlijke middag, waar we intens van genieten, en velen met ons.

Om half zes, knipperend tegen het zonlicht, steken wij, met gevaar voor eigen leven (!) de van Baerlestraat over. Het Museumplein, in dit licht, met uitzicht op het Rijksmuseum: wat een schoonheid. Zijn we nog lyrisch vanwege de omhulling door de schitterende muziek? Betoverd door Mozart? We voelen ons krachtig en tot veel in staat.

DSC09156

Het Stedelijk is tot zes uur open. En o, loflied op de museumkaart, we gaan dus nog even naar binnen. Een compleet contrast met onze culturele consumptie van amper een kwartier geleden is de expositie van Marlène Dumas. Wat heerlijk om hier die trap op te lopen, de geuren op te snuiven, de kleurige neonverlichting te zien. We “doen” dit op een holletje. Even snuffelen aan datgene waar heel museaal Nederland de mond van vol heeft. En waar ik zelf, eerlijk is eerlijk, nooit zo weg van was. Het blijkt echter zeer de moeite waard: woest en onstuimig tot kalm en ingetogen werk. Gelukkig is de afspraak om de expositie rustig te bekijken allang gemaakt. Een herkansing, binnenkort.

20140920_174045

Tijd om te gaan. Richting Leidseplein. Het borrelt. Weet je nog? Hier zagen we Ramses Shaffy de weg oversteken, zo dronken als wat. Wat vonden wij hem leuk! En hier waren we met vriendin K, die midden op de weg een dansje maakte. En o, ja, daar kwam jij toch ook, bij Zorba De Buddha, die disco waar je tot diep in de nacht kon swingen? En die expositie van Mondriaan, weet jij dat nog? O, ja, ergens aan de Amstel was dat. Daar, bij die pinautomaat raakte jij in gesprek met die Ier, weet je nog welke goede tips hij je gaf? En daar, op dat terras dronken we koffie. Nee, dat gepikte kopje heb ik niet meer. Daar aten we pizza. Ja, we weten het allemaal nog. En meer dan dat. Al die herinneringen aan een leven dat ook toen al niet woest en onstuimig was. Maar we hebben ons best gedaan.

Laat ook maar. We eten pizza op het terras van het tentje waar we dat een half leven geleden al deden, drinken wijn, halen nog meer herinneringen op.

Woest en onstuimig stappen we in de tram: de verkeerde ingang. We worden streng en vermanend toegesproken door de conducteur. Nooit mogen we dit meer doen, op straffe van een boete van tachtig euro! Giechelend ploffen we neer op een bankje achterin. Als twee jonge meiden, die niet al een heel leven achter zich hebben.
Zuviel Noten. Jazeker!

De journalist, de kunstenaar en de filosoof

marcel-wandersMidden op de dag bedenk ik ineens dat de expositie van Marcel Wanders op zijn einde loopt. Heb ik alles wel goed genoeg bekeken? Een zekere onrust maakt zich van mij meester en ik besluit nog een keer naar het Stedelijk te gaan. Ik moet het bijzondere werk nog één keer zien.

Hoewel het een regenachtige dag zou worden, schijnt de zon nog vrolijk en is het, volgens het informatieschermpje in de trein, buiten 25°.
Lijn 5 laat niet lang op zich wachten en al snel rijd ik de vertrouwde route door Amsterdam.
Terwijl ik me in de trein groen en geel erger aan die overdreven vrouwenstem, die te pas en te onpas vertelt op welk station de sprinter naar Amsterdam nu weer gaat stoppen, kan ik de mannenstem in de tram heel goed verdragen. Sterker nog, die intrigeert mij en ik doe enorm mijn best uit te vogelen door wie al die haltes worden aangekondigd. Ik vermoed dat het Gerri Eickhof is, te horen aan de markante R. Ik neem me voor om het nu eindelijk eens op te zoeken als ik thuis ben; Google is er tenslotte niet voor niets.

Bij het Leidseplein neemt de conducteur het over: “Halte Leidseplein, ook wel Liedseplien, of Led Zeppelin”, roept hij om. Het laatste is natuurlijk een vondst van jewelste en iedereen kijkt elkaar grinnikend aan.
Dan volgt de halte Museumplein en Gerri maant ons op samenzweerderige toon niet te vergeten uit te checken. De twee piepjes klinken en ik sta buiten in het zonnetje.

Op mijn dooie gemakje loop ik naar het Stedelijk. Het Van Gogh staat nog steeds in de steigers. Uit de diepte komen dikke grijze rookwolken, uitgespuugd door een buis die uitmondt in een opengesperde Disney-achtige bek. Gefotografeerde medewerkers, te zien op de schotten rondom het gebouw, verzoeken de passanten vriendelijk lachend om het museum, ondanks de verbouwing, te bezoeken. Een warmer welkom is nauwelijks mogelijk. Wanneer ik me niet in het hoofd had gehaald naar Marcel te gaan, hadden deze vrolijke dames en heren me zeker overgehaald en het Van Gogh ingeloodst.

DSC09487

Ik loop onder de badkuip door en laat mijn museumkaart scannen door een vriendelijke jongeman. Dan de diepte in.
Het is druk. Een grote groep ouderen wordt door een geanimeerde begeleidster wegwijs gemaakt. Ze doet haar best, maar ze probeert daarmee haar visie op te dringen en je ziet de mensen afhaken. Zelf kijken is altijd beter.

DSC09503

DSC09493

Tot mijn verbazing ontdek ik nu toch nog dingen die ik de vorige keren niet heb gezien. Was het er toen niet? Of is het mij niet opgevallen, overdonderd als ik was door de veelheid aan creatieve vondsten? Het schattige hartje aan het hemeltje van de wieg bijvoorbeeld. De rij getekende stoelen. De lipstick.

DSC09497

DSC09505

Het delfts blauw ‘met een knipoog’ moet ik absoluut nog even zien, net als de ‘egg vases’. En dan, lopend langs de wuivende handen, neem ik afscheid van deze ondergrondse weelde.

DSC09500

Op de ellenlange roltrap (Stairway To Heaven, om een beetje in stijl te blijven) worden we begeleid door een mannenstem, die herhaald mompelt: “Ja, ja, ja.” Wanneer ik na de zoveelste keer wil antwoorden met: “Nee, nee, nee”, komt het uit de speaker. Net als in de tram veroorzaakt dit verbondenheid en de bezoekers lachen naar elkaar. Het is opgemerkt en dat wil men laten weten.

‘Art is Therapie’ blinkt in groene neonletters op de gevel van het Rijksmuseum. Ja, ik wil wel even een blik werpen op de grote gele post-it’s die, voorzien van filosofische teksten, door Alain de Botton bij diverse kunstwerken zijn opgeplakt. Maar wat een deceptie. Het geel detoneert enorm bij die prachtige schilderijen en de uitgebalanceerde kleur van de wanden. Bovendien vind ik zijn aansporingen ook niet bepaald inspirerend. Eerder opdringerig en pretentieus. De teksten zijn veel te lang; een kort maar krachtige opmerking had misschien nog tot overdenken gestemd. Nee, dit is geen therapie voor mij. Het onbevangen kijken naar kunst kan therapeutisch werken zonder dat een filosoof zich ermee bemoeit. Geef mij maar het meisje in het blauw of de jongen die zijn ganzenveer slijpt. Gewoon kijken is meer dan genoeg, opgaan in de wereld die de kunstenaar heeft geschapen. Het maakt me gelukkig en ik volg mijn eigen (filosofische) gedachten.

DSC09276

Op weg naar de uitgang verdwaal ik en daardoor kom ik terecht in een zaal vol delfts blauw. Het werkt op mijn zenuwen; tot mijn grote verbazing moet ik constateren dat ik het afschuwelijk vind, al die vazen en tableaus. Het is veel te veel en veel te bleek. Mag je dat eigenlijk wel hardop zeggen? Ik doe het niet, maar maak dat ik weg kom. Hoe anders was het in het Stedelijk, waar het werk van Wanders een totaal andere uitstraling had. Dat gaf mij rust en het ontlokte me een glimlach.

Inmiddels regent het. Het Museumplein stroomt leeg. In de overvolle tram besluit ik definitief dat het Gerri is die tot ons spreekt.
’s Avonds zoek ik het op. Het staat er niet met zoveel woorden, maar de verrassing kon niet groter zijn. Alles klopt nu, gelukkig.

Kunst cadeau

Na een week hard werken in de moestuin (spitten, wieden, houtsnippers kruien en verspreiden, hekjes aanpassen, kasje uitmesten), vond ik dat ik wel een uitje had verdiend.

DSC09185

Amsterdam is lekker dichtbij en op maandag zijn daar de drie grote musea open. Het was heerlijk om weer een uurtje door het Rijksmuseum te dwalen. Altijd wil ik het meisje in blauw even zien. De Dome van Daan Roosegaarde was nog in bedrijf, dus daar ook weer even naartoe. Zo grappig dat een dergelijke moderne opstelling in een ouderwetse stijlkamer geplaatst is; oud en nieuw op een creatieve manier verenigd.

20140310_130308

Weer (in een andere zaal) een slordigheidje ontdekt. Wonderbaarlijk dat een dergelijk prestigieus museum zich fouten kan veroorloven. In een vitrine ligt op een kussentje een takje van de vrijheidsboom, die in het jaar 1795 op de Dam werd opgericht. In de beschrijving wordt het een takje van de spar genoemd, terwijl het duidelijk van de lariks afkomstig is. Jammer.

Dan naar het Stedelijk. De laatste keer dat ik er was, heb ik de expositie “Pinned Up” van Marcel Wanders laten zitten voor al die oude bekenden die ik zo graag wilde zien. Maar vandaag gaat het gebeuren; ik daal af in de catacomben van het museum. Wat een weelde, wat een schoonheid.

DSC09296

Maar ook: wat een vondsten en wat een humor. Wie verzint het om een condoom vol te proppen met hardgekookte eieren, zodat het ontwerp voor een vaas ontstaat?

koppen

Twee levensgrote, door middel van gigantische tulpen aan elkaar verbonden maskers van een Westerse en een Oosterse vrouw, draaien heel rustig rond. Alleen het mechaniek maakt wat geluid.

20140310_134429

Veel Delfts blauw, in allerlei vormen, soorten en maten. Ook hier weer de humor die hoogtij viert: in een servieskast, tussen borden en vazen, ligt, vrij onopvallend, een Delftsblauwe bouwhelm. Bijzondere lampen en kroonluchters in de donkere zaal. In de daarnaast gelegen lichte zaal staat de beroemde ‘gebreide’ stoel. Aan de wand hangt het zitgedeelte als een dierenvel, maar dan in macramé.

DSC09287

In de donkere zaal hangt zo’n zelfde de stoel aan een soort luchtballon. Heel speels allemaal. Zeker ook de tafel met de glazen poten. Het lijken grote vazen en ze zijn volgestopt met knuffels. Die kijken met de neuzen platgedrukt tegen de ruit naar al de bezoekers, die met grote grijnzen op hun gezicht rondlopen.

DSC09286

Wanneer een andere bezoekster en ik ons over het schattige ronde wiegje buigen, komt de suppoost in allerijl aangerend. We zitten er toch niet aan, aan die witte bekleding, aan die kleine rose roosjes? Nee, natuurlijk niet. We hadden wel graag even over de zachte stof van het dekentje willen aaien, maar we weten ons heel goed te beheersen.

“Niets veroudert zo snel als het nieuwe” en “Een eerlijke leugen is beter dan de saaie waarheid”, zijn een paar aforismen van deze kunstenaar. In het Engels gekalligrafeerd op de muren, in het Nederlands daaronder in drukletters. Ze zetten zijn ontwerpen kracht bij, voor zover dat nog nodig mocht zijn.

20140310_140835

Met een vrolijk gevoel verlaat ik het museum.
Lunchen doe ik op het terras, in de maartse lentezon. Wat een cadeautje!

Het Van Goghmuseum staat achter grote hekken. Maar een tekst van Vincent himself, op de gevel, roept op om vaak een museum te bezoeken en tijdens de verbouwing blijkt dit ook gewoon te kunnen.

20140310_132836

Dat moet ook wel, want de expositie van werken van Felix Vallotton is net geopend. Houtsneden en schilderijen. Een rasechte Amsterdamse wijst me in onvervalst Amsterdams op de bijzondere ontwerpen. Ze is verrukt. Deze kunstenaar stijgt in rap tempo op haar lijstje, verzekert ze stellig. Het is dan ook geweldig hoe hij het licht in de donkere houtsneden weet te brengen. Een enkel lijntje is vaak al genoeg. Slechts vier knopen om de rug van een brandweerman aan te duiden. Prachtig werk. Hij werkt veelal aan de hand van thema’s. Er is een hele serie muziekinstrumenten bijvoorbeeld. En menselijke zwakheden.
Om te laten zien dat er echt maar een beperkt aantal afdrukken is gemaakt, zaagt hij van alle houtblokken een gedeelte af. Maar die stukken rangschikt hij dan weer en maakt hier een afdruk van.

img086

Ook zijn schilderijen zijn van een grote schoonheid: het kleurgebruik, de houding van de vrouwen, hun blik. De mysterieuze compositie van de landschappen. De mythologische werken zijn boeiend geschilderd, vaak ook met een geheel eigen inbreng en opvatting.
Jammer dat het in dit museum niet is toegestaan om foto’s te maken. Maar het geheugen mag nu zijn werk doen.

Tram vijf brengt me terug naar het Centraal Station. Ineens wordt het een beetje mistig en koud. Gewone temperaturen voor de tijd van het jaar. Met beide benen op de grond. Laat de kunst de kunst blijven. Ik ga heel prozaïsch een maaltijd koken. En een blog schrijven. Over een heerlijke dag, een cadeautje aan mezelf.

Een schrijver

Al een paar dagen spookte hij door mijn hoofd, Otto Veenhoven. Wat zou er van hem zijn geworden? Zeventien jaar geleden ontmoette ik hem in het Stedelijk Museum in Amsterdam.
In het restaurant kwam hij aan mijn tafeltje zitten. Hij was al wat ouder, ik schatte hem zestig jaar. In zijn leren jasje zag hij er jong en vitaal uit. Tijdens een kop koffie vertelde hij dat hij schrijver was en zijn boek in eigen beheer had uitgegeven. Dat hield in dat hij het ook zelf aan de man moest brengen en daarvoor reisde hij heel Nederland door. Hij diepte iets op uit een onooglijk linnen tasje.

DSC06419

“Rosanne” werd op tafel gelegd. Een autobiografische liefdesthriller, een merkwaardig meesterwerk, volgens de beschrijving op de achterkant. Het boek maakte me nieuwsgierig en ik besloot het van hem te kopen. Hij schreef er een aardige opdracht in, en voor dertig gulden was het van mij. Hij vroeg mij hem een reactie te sturen wanneer ik het uit had. Dat heb ik gedaan en er volgde een korte correspondentie.
Op zijn uitnodiging hem eens te bezoeken bij hem thuis in Waarde ben ik niet ingegaan; er hing iets vreemds om deze man heen.

Het huis in Waarde
              Het huis in Waarde

Een paar jaar later werden er in de Zaanstreek opnamen gemaakt voor de serie “Unit 13”. Onder andere in en om het huis van een goede vriendin. Tijdens de nacht moest de set bewaakt worden. En daar dook Otto Veenhoven plotseling weer op. Hij nam die taak op zich en in zijn oude aftandse autootje hield hij de zaak in de gaten. Bij vriendin M in de keuken dronk hij regelmatig een kopje koffie. Ook zij kocht een exemplaar van Rosanne.

We verloren hem uit het oog. We hoorden pas weer iets over hem toen in 2003 het boek “Sunny Home”  verscheen, wat in diverse kranten uitgebreid beschreven werd. Hij bekende hierin de moord op zijn stiefvader. Was het waar? Daarover waren de meningen verdeeld. Gesproken hebben we hem nooit meer.

Ja, wat is er van hem geworden? Op het internet vind ik informatie waaruit blijkt dat hij vorig jaar april rustig is ingeslapen, zoals dat heet. Er zullen geen nieuwe boeken meer verschijnen. En we zullen nooit weten of zijn boeken echt autobiografisch zijn.