Cadeautje

rose
Ze zet een vrolijk feesthoedje op
En kijkt me uitdagend aan
Ze fluit schel een paar tonen
Grijnst
En huppelt weg in haar roze tule jurk

Naar buiten
Waar gele bladeren feestelijk
Opwaaien in de wind
Ze duikt op achter de heg
En wervelt weer naar binnen

De frisse buitenlucht volgt haar op de voet
En vlecht zich door haar lange haar

De kaarsjes op de taart
Spiegelen in de grote dromerige ogen
Haar blik dwaalt door de ruimte

Ik probeer hem te vangen
Het lukt
Nu steekt ze haar tong door het gat
Waar gisteren nog een melktand
Aan een zijden draadje hing

De Mona-Lisa-glimlach van een meisje
Van zeven
Een waardevol geschenk

Kinderspel (2)

Ze worden groot, mijn kleinzoons. Dat zie je in de eerste plaats aan hun broeken. De moeders zijn blij dat het zomer wordt. Bij een korte broek zie je niet zo snel dat hij te kort is.
Bij de oudste zie je ook aan zijn gebit dat hij groot wordt. Hij heeft al veel gewisseld, maar in het bovengebit, aan weerskanten van de ‘grote-mensen-tanden’, zie je nog flinke gaten, waar de melktanden nog niet zijn vervangen. Zijn gezicht verandert: het ronde gaat ervan af. De jongste had laatst ‘goed nieuws’: hij heeft een wiebeltand.
Ze gaan allebei over. Dit jaar hebben ze leren lezen. Ik vind dat heel bijzonder; er zijn nu niet zoveel geheimen meer voor ze, wat geschreven tekst betreft. Zelf vinden ze het heel gewoon. Me dunkt, ze hebben er tenslotte keihard voor geoefend, je krijgt het niet cadeau.
Ze eten als dijkers en toch blijven het dennetjes. Tijdens het eten maken ze nog steeds dezelfde grapjes en houden ze nog steeds wedstrijdjes. Dat blijft, gelukkig.

Ook in het spel zijn er dingen die niet veranderen, nog niet tenminste. Ik zie hoe Memory Lane geplaveid wordt: “Oma, ik heb de garage opgehaald, die wij samen hebben gemaakt.” “Oma, mogen we de bak met dieren omkieperen en heb je nog die ‘grasvelden’?” En dan hoor ik wat ik nog steeds het leukste vind: de auto’s worden verdeeld en ja hoor, daar komt-ie: “Mag ik deze ‘zijn’?”
De houten auto met de diertjes wordt wat meewarig bekeken. Ze generen zich een beetje voor elkaar, ze zijn geen peuters meer. Maar gaandeweg betrekken ze toch al het speelgoed in hun spel.

De kartonnen garage berg ik later weer op in de logeerkamer. Net als de kistjes die als dierenverblijf dienst doen. En de ‘grasvelden’. Voor de volgende keer. “Oma, mogen wij…..”.
Ja hoor jongens, natuurlijk mogen jullie ermee spelen. Alles is er nog.

DSC07891

Lees ook: Kinderspel, http://wp.me/p36K0e-2s