Met geen pen te beschrijven

pennen

Zoveel indrukken tijdens de korte reis
En geen pen om het te beschrijven
Daphne, zie ik op de bon
Heeft me net een kop koffie gebracht
Ergens ver weg driehoog aan de overkant
Loopt een man in zwart pak wit overhemd
Ongedurig voor het raam heen en weer
Ik verbeeld me dat ik bezorgde trekken zie

Later daal ik af
In de kelder is de verzameling
Van Rudi Fuchs te zien
Hij noemt het: Opwinding
Ongetwijfeld zal hij het zo hebben ervaren
In zijn tijd als directeur van het Stedelijk
Maar mij verwart het
Ik had gehoopt op een paar oude bekenden
Iets waar mijn herinnering aan haakt
Maar het is armoe troef wat dat betreft

Een Franse vrouw zegt na lang kijken
Naar een grote rode vlek op een doek
Ik probeer het te begrijpen
Er klinkt dreinerig verlangen in haar stem
Haar metgezel haalt de schouders op
In stilte lopen ze naar de roltrap

Buiten is het ook al grijs
Geen lyrische ontboezemingen vandaag
Ik ga naar huis en tik dit stukje
Volgende keer beter
Dan neem ik ook weer een pen mee

Het lot

handenHij kookte van woede. Had hij daarvoor al die jaren van zijn leven gegeven? Voor iemand die er de brui aan gaf?

Ze hadden zo’n hechte vriendenclub gevormd. Ze kenden elkaar door en door. Iedereen wist zijn plaats, had zijn eigen taak.
Veel gereisd hadden ze; het hele land doorkruist. Het was een mooie tijd geweest. Daarom was de teleurstelling des te groter nu. Wat een slappe houding. Hij was niet van plan zich erbij neer te leggen.

Een klein bedrag was het, wat hij in zijn geldbuidel stopte. Beter dan niets. Hij kon er wel weer iemand gelukkig mee maken. Dat was zijn taak: het geld dat binnenkwam nuttig besteden. Zelf had hij niet veel nodig; wat brood, wat vis, er was altijd iets te eten. Nee, waar hij zich druk over maakte was zijn toekomst. Wat had hij graag een goede functie bekleed. Minister van financiën zou hem op het lijf geschreven zijn. Vervlogen was die droom, als zoveel andere.

Al denkend en in zichzelf pratend arriveerde hij bij het huis. Het eten stond klaar. Eenvoudig, brood en wijn. Een gezellig avondmaal zou het niet worden. “Jij kunt maar beter gaan doen wat je van plan was”, werd hem door zijn vriend te verstaan gegeven, toen hij zijn brood indoopte. Hoe wist Hij dat? Lag het er zo dik op? Dan zou hij maar gaan.

Middernacht, bijna vrijdag. Af en toe kwam de maan tevoorschijn vanachter de wolken. Hij betrad het statige gebouw. “Vanavond zal het gebeuren”, sprak hij tot zijn meerderen. “Hij trekt zich biddend terug in de bergen, zoals gewoonlijk. Koning wordt Hij niet, al zijn mooie praatjes ten spijt. Grijp die leugenaar.
En toch. Ik heb van Hem gehouden, met heel mijn hart. Een kus is op zijn plaats, dat is het teken.”

“Mijn God, waarom ik?!”

——————————————————————————————————————-

Het plaatje komt van het internet.

Dit is een verhaal in de serie WE-300, een schrijfuitdaging van Plato (Hier kun je meer leuke, spannende, bijzondere WE-verhalen vinden). Het werkt als volgt: Schrijf een tekst van 300 woorden, waarin het sleutelwoord niet mag voorkomen. In dit geval was het verboden woord: lekken.