Het roze tasje

tasje

Al keuvelend lopen ze in de richting van de tram, waarin ik me net heb geïnstalleerd. Twee grijze heren van dik in de zeventig, schat ik. Terwijl de eerste redelijk vief instapt en vlot incheckt, hijst nummer twee zich moeizamer de tram in. Nadat hem door de conducteur is verzekerd dat dit lijn vijf is, hoor ik het incheckpiepje. Hij schuifelt verder en zijgt neer naast zijn reisgenoot, schuin voor mij, aan de overkant van het pad. Is de eerste man een onopvallende verschijning in een wat slobberige grijze broek en dito jack, de laatst ingestapte is wel enige beschouwing waard. Wat op het eerste gezicht orthopedisch schoeisel lijkt, blijkt bij nader inzien een paar moderne zwarte Ugg’s. Echte. Daarboven een hippe strakke zwarte broek. Een dure zwarte suède jas. Een donkerrode zijden sjaal. Een pet met een -voor mij onbekend- merkje. Hij leunt losjes met zijn rechterhand op de wandelstok die tussen zijn voeten steun vindt. Met zijn linkerhand houdt hij een cadeautasje in evenwicht op zijn knie.

Ze wanen zich onbespied, maar ik zit binnen gehoorsafstand en kan het gesprek ongevraagd volgen. De modernste van de twee blijkt een 3D-bril te hebben aangeschaft, die hij gebruikt in combinatie met zijn mobiele telefoon. In geuren en kleuren doet hij de installatietechniek uit de doeken. En de talloze mogelijkheden. Maar vooral het plezier dat hij er al van heeft gehad. Door musea struinen vanuit je luie stoel. Het heeft iets weg van de 3D-bril in de bioscoop, weet je wel? Het gesprek gaat verder over computers, iPhone’s en tablets. En dit alles met welluidende, licht geaffecteerde stemmen. Fitte oude bazen, goed op de hoogte en duidelijk genietend van alle moderne snufjes.

Het donkerrode elastiek, vastgemaakt aan de schouderriem van de luxe zwarte tas en verdwijnend tussen de rits, intrigeert me. Is er toch iets echt oude-mannetjes-achtigs aan deze chique heer? Bij het naderen van hun eindbestemming zie ik het gebeuren: het elastiek wordt uit de tas getrokken en aan het eind daarvan bungelt de ov-kaart. Verlies-proof.

Halte Concertgebouw. Daar gaan ze. Een stok, een hand op een schouder. Als de tram zijn weg vervolgt, zie ik ze oplettend de straat oversteken.
Het doel van hun tocht is niet besproken tijdens de reis. Het roze tasje wordt enigszins nonchalant meegedragen, bungelend aan twee vingers, alsof het niet bij ze hoort.

Wie zal de gelukkige zijn?

——————————————————————————————————————-

De foto komt van het internet.

Advertenties

Tramlijn begeerte

plu
De man stapte in de tram bij de halte Concertgebouw. Ze keek op van haar e-reader en registreerde direct: een morsige man. Wat stond hij daar nou toch te klungelen. Al zijn zakken te bekloppen voor hij zijn ov-kaart te pakken had. Hij bestudeerde hem uitvoerig en hield hem tegen de scanner. Het piepje weerklonk en de kaart verdween in de binnenzak van zijn jasje. Dat jasje! Vlekkerig en gekreukt. Maar toch. Je kon zien dat het maatwerk was. Een duur colbertje. Lang geleden gekocht, waarschijnlijk. Er zat niet veel vorm meer in. Doordat het los hing had ze zicht op de vaalgrijze, pluizige lamswollen trui. Dat was ook geen goedkope aanschaf geweest, ooit. Daaronder een blauw-wit gestreept overhemd. Natuurlijk. Weinig fantasie. De ribfluwelen broek zat slobberig om zijn benen. De cognackleurige leren schoenen hadden betere tijden gekend. Toch waren het peperdure Van Bommels.

En zij. Zij zat daar in haar keurige rok, een gloednieuwe zwarte panty en kekke laarsjes. Chique regenjas. Verzorgd als altijd.

Ze voelde dat hij keek. Het was verleidelijk. Ze keek terug. Nu pas zag ze de bruine versleten leren aktentas in zijn linkerhand. Hij was leraar, vermoedde ze. En alleen. Nooit getrouwd, behalve misschien met zijn werk. Ze wist het bijna zeker. Ze was gespecialiseerd. Ze liet haar blik langzaam omhoog glijden. Zijn gezicht was wat pafferig. Slecht geschoren. Zijn waterige blauwe ogen hadden iets droefs.

O, had ze maar niet gekeken. Nu bleef dit beeld haar de hele middag bij. Dit was iets waar ze niet tegen kon. Ze wilde dit soort mannen altijd redden. Die innerlijke drang was bijna te sterk. Ze wist tegelijkertijd dat er geen redden aan was. Ervaring, noemde ze dat. Ze had het al eens geprobeerd. Meerdere keren zelfs. Ze wist ook dat de pijn die ze nu voelde zou slijten. Langzaam zou wegebben. En dat ze dan weer zo’n morsige man zou treffen. Later. Ergens.

Halte De Boelelaan. Hij stapte uit. Zie je wel, ze had het goed geraden. Docent aan de VU natuurlijk.

Haar wereldbeeld stortte met donderend geraas ineen, toen ze zag hoe hij zich in de armen wierp van de bloedmooie vrouw die aan de overkant van de straat stond te glimlachen. Ze zoenden hartstochtelijk. Onder een knalrode paraplu verdwenen ze.

Verkeerd gegokt. Een ander soort pijn verbijtend, wist ze het zeker: een volgende keer zou ze direct in actie komen. En hoe!

——————————————————————————————————————-
Het plaatje komt van het internet.

De lege lijst

IMG_20150218_124651Het was niet druk in de tram. Daardoor zag ze ze liggen. Een paar leren dameshandschoenen. Snel raapte ze ze op. Wat voelde het gek aan, dat leer. Toch maar weer weggooien? Er ging een bijzondere aantrekkingskracht van uit. Wie zou ze verloren hebben? Een oudere dame, besloot ze. Die zat natuurlijk te suffen in de tram, de handschoenen op schoot. En bij het opstaan vielen ze op de grond. Misschien zou ze ze beter kunnen afgeven, maar er kwam een vreemd hebberig gevoel over haar. Nee! Dat deed ze niet. Eerlijk gevonden.

Nu lagen ze op háár schoot. Vreemd eigenlijk. Ze had niet het idee dat ze veel wogen, maar ze voelde ze wel degelijk liggen. Werktuiglijk kneep ze in de vingers. Ze voelde iets hards. Voor ze het wist liet ze een hand in de rechter handschoen glijden. Hij paste perfect. Daarna de linker, waar ze dat harde voorwerpje in had gevoeld. Terwijl de hand haar weg zocht in het duister voelde ze een ring aan haar ringvinger glijden. Het ging heel makkelijk. Een gouden ring; ze wist het direct, zonder te kijken.

Onrust maakte zich plotseling van haar meester. Struikelend over haar voeten sprong ze bij de eerste de beste halte de tram uit. Automatisch begon ze te lopen in de richting van waaruit de tram gekomen was. De buurt herkende ze niet, maar ze wist intuïtief waar ze moest zijn.

Ze wilde net aanbellen toen de deur open ging. “Daar ben je!” Op het rimpelige gezicht lag een verrukte glimlach. De oude man beduidde haar binnen te komen. Vreemde geuren drongen haar neusgaten binnen. Vreemd, maar toch vertrouwd. “Alles past, zo te zien”, zei hij, “ik verwachtte je. Een waardige vervangster voor mijn laatste overleden vrouw.”

Aan de muur zag zij, naast zeven damesportretten, een lege lijst………

——————————————————————————————————————-
Dit is een verhaal in de categorie WE-300, een schrijfuitdaging van Plato. De bedoeling is dat je een verhaal schrijft van 300 woorden, waarin je het sleutelwoord niet mag noemen. Deze keer was het verboden woord: evenaren.
Meer lezen of zelf meedoen? Ga naar https://platoonline.wordpress.com/

Mozart, Dumas en een fikse boete

20140920_160634

Woest en onstuimig leven: we doen nog steeds ons best, vriendin MD en ik. Afgelopen zaterdag deden we een hernieuwde poging.

Met de kaartjes voor “Die Entführung aus dem Serail” (veelbelovende titel in dit verband!) mogen we gratis met de tram. De ZaterdagMatinee in het Concertgebouw zal deze Duitse opera van Mozart brengen en we hebben er zin in.
Het is nog wel een hele toer om op het terras van Het Stedelijk op tijd een broodje geserveerd te krijgen, zo druk is het op deze stralende dag in september. De obers genieten ook van het prachtige weer, zijn in voor een gezellig praatje en maken zich, terecht, niet al te druk. Maar kom op, ons motto getrouw zijn we nergens bang voor: living on the edge!

Dus schuiven we om vijf voor half twee de zaal in. Een passender entourage voor dit “Singspiel” uit 1782, waarin, volgens keizer Jozef ll, Mozart zich te veel had uitgeleefd (“Zuviel Noten”, lieber Mozart), is nauwelijks te bedenken. Met de ogen dicht kun je je makkelijk wanen in het Wenen van de achttiende eeuw. Het sfeertje uit de film Amadeus is zo opgeroepen.

Het flinterdunne verhaal, waar Mozart op een inventieve manier mee aan de haal is gegaan, wordt met veel liefde, plezier en enthousiasme gebracht. Zo mooi om te ervaren hoe de reactie van het publiek effect heeft op de zangers: ze trekken echt alles uit de kast, om het oneerbiedig te zeggen.
Het orkest speelt de prachtige en krachtige melodieën met volle inzet, terwijl men zich met groot plezier ook aan een flink aantal grapjes te buiten gaat. De dirigent, René Jacobs, volgt volledig de tekst en de muziek van “toen”, maar toch is zijn zeer inventieve inbreng niet te verwaarlozen. Het is een sublieme voorstelling, waarin de jonge zangers het publiek verbijsterd doen staan van hun kunnen.
Heerlijk is het om dit virtuoze spel te zien, te horen, te beleven. Bijna vier uur lang genieten; het is onbegrijpelijk dat tijd ineens niet lijkt te bestaan. Wel zijn er twee pauzes, waarin, ook niet onbelangrijk, een heerlijk wijntje wordt geschonken en waarin je leuk mensen kunt kijken. Kortom, een heerlijke middag, waar we intens van genieten, en velen met ons.

Om half zes, knipperend tegen het zonlicht, steken wij, met gevaar voor eigen leven (!) de van Baerlestraat over. Het Museumplein, in dit licht, met uitzicht op het Rijksmuseum: wat een schoonheid. Zijn we nog lyrisch vanwege de omhulling door de schitterende muziek? Betoverd door Mozart? We voelen ons krachtig en tot veel in staat.

DSC09156

Het Stedelijk is tot zes uur open. En o, loflied op de museumkaart, we gaan dus nog even naar binnen. Een compleet contrast met onze culturele consumptie van amper een kwartier geleden is de expositie van Marlène Dumas. Wat heerlijk om hier die trap op te lopen, de geuren op te snuiven, de kleurige neonverlichting te zien. We “doen” dit op een holletje. Even snuffelen aan datgene waar heel museaal Nederland de mond van vol heeft. En waar ik zelf, eerlijk is eerlijk, nooit zo weg van was. Het blijkt echter zeer de moeite waard: woest en onstuimig tot kalm en ingetogen werk. Gelukkig is de afspraak om de expositie rustig te bekijken allang gemaakt. Een herkansing, binnenkort.

20140920_174045

Tijd om te gaan. Richting Leidseplein. Het borrelt. Weet je nog? Hier zagen we Ramses Shaffy de weg oversteken, zo dronken als wat. Wat vonden wij hem leuk! En hier waren we met vriendin K, die midden op de weg een dansje maakte. En o, ja, daar kwam jij toch ook, bij Zorba De Buddha, die disco waar je tot diep in de nacht kon swingen? En die expositie van Mondriaan, weet jij dat nog? O, ja, ergens aan de Amstel was dat. Daar, bij die pinautomaat raakte jij in gesprek met die Ier, weet je nog welke goede tips hij je gaf? En daar, op dat terras dronken we koffie. Nee, dat gepikte kopje heb ik niet meer. Daar aten we pizza. Ja, we weten het allemaal nog. En meer dan dat. Al die herinneringen aan een leven dat ook toen al niet woest en onstuimig was. Maar we hebben ons best gedaan.

Laat ook maar. We eten pizza op het terras van het tentje waar we dat een half leven geleden al deden, drinken wijn, halen nog meer herinneringen op.

Woest en onstuimig stappen we in de tram: de verkeerde ingang. We worden streng en vermanend toegesproken door de conducteur. Nooit mogen we dit meer doen, op straffe van een boete van tachtig euro! Giechelend ploffen we neer op een bankje achterin. Als twee jonge meiden, die niet al een heel leven achter zich hebben.
Zuviel Noten. Jazeker!

Emma, Willem, Escher en een rollatorrace

20140617_142926

De oude Haagse vriendin is opgetogen. Eindelijk zal een wens van haar in vervulling gaan: Escher zien in Het Paleis. We maken de heenreis met het taxibusje. Dan start ze fit. En de rollator gaat mee. Terug gaan we wel met de tram, want dan maakt het niet meer uit. “Thuis kan ik weer uitrusten.” En zo gebeurt het.

Wat een luxe: pal voor de ingang worden we afgezet, na een interessant ritje door Den Haag. Geen parkeerproblemen. Het is gelukkig nog rustig in de voormalige woning van koningin Emma.

img105

Escher; we zijn een beetje doodgegooid met zijn werk. Iedereen kent ze wel, de elkaar tekenende handen, het water dat naar boven stroomt, de vogels die vissen worden. Maar wij staan oog in oog met prachtige, onbekende etsen en tekeningen. Het paradijs met Adam en Eva, op de rug gezien, in een vertrouwelijke houding: Adam met de arm om zijn vrouw – met prachtig lang haar – de hand op haar heup en zij met haar hand op die van hem. Jammer genoeg te spiegelend voor een foto. Voor mij is dit een topstuk; het roept zoveel op. Hier laat Escher naar mijn idee zien dat het begin van alles goed is, mooi, vertrouwd, liefde- en beloftevol. In zijn Paradijs woont een poes, die de muis met rust laat.

img103

In een vitrine liggen al zijn reisdagboekjes. Op de omslag staat puntsgewijs waar de reis naartoe ging. Mooi om zijn krachtige, duidelijke handschrift te zien. Veel gereisd, veel getekend. Oneindig veel etsen, litho’s, houtsneden en -gravures, linosneden gemaakt. Maar vooral ook veel gedacht en uitgedokterd. Een mathematicus en filosoof en een harde werker. Eén streek, één kras gezet en dan doorgaan. Tot een goed einde brengen. En altijd met een vleugje humor. We zijn er stil van.

img104

En dit alles samengebracht in een paleisje, waar zijdelings nog verwijzingen zijn te zien naar Emma. Vreemd om te bedenken dat de kleine Wilhelmina hier in deze kamers over dit krakende parket onder de kostbare kroonluchters heeft rond gerend.

DSC09530

Op de bovenste verdieping is een afdeling voor en van deze tijd. Hier kun je een foto van jezelf, een selfie dus, delen op facebook. Hier kun je jezelf zien in de spiegelende bol, waarvan Escher een selfie maakte. Geëtst, uiteraard. En je ziet jezelf geprojecteerd op een scherm, binnen de contouren van de welbekende, wel én niet kloppende kubus.

20140617_125927

De rollator staat al lang aan de kant. Te lastig en overal staan wel bankjes, waar de vermoeide tachtiger even kan rusten: “Zo’n bankje zou ik zelf wel willen hebben, kijk eens wat een mooie houtverbinding.”

20140617_123836

Zitten kunnen we ook in het restaurant, in de kelder, de voormalige keuken van het paleis. Hol klinkt het daar. Het geluid weerkaatst tegen de betegelde wanden. Een groep vrouwen – er zijn altijd zóveel vrouwen onderweg – is in hevige conversatie gewikkeld en wij kunnen elkaar bijna niet meer verstaan. Na de koffie gaan we weer verder. Een laatste rondje, we willen alles gezien hebben.
En dan lopen we rustig aan Het Lange Voorhout op.

DSC09538

DSC09555

DSC09536

Grandeur!
Jazeker. De titel van de beeldenexpositie. Aan het begin, direct tegenover het paleis, staat een ingepakte sculptuur. Later zal ons duidelijk worden, waarom dat is. We gaan ze nu eerst allemaal bekijken. Wat is het heerlijk om hier te lopen, over de schelpen, ‘unter den Linden’, in de zon, een fris windje om het hoofd. Het is nog steeds niet druk. We genieten van de beelden, de vondsten, de uitwerking, de grapjes. Dit extraatje is zeer de moeite waard.

DSC09548

Wanneer we Pulchri uitkomen, “dat moet je gezien hebben, zo leuk! Zo modern!”, ziet het geel van de veiligheidshesjes: veel politie op de been. Bij de deuren van de Kloosterkerk staan bewakers hun taak ernstig te nemen. Daartegenover zijn een stuk of zes dranghekken opgesteld. Wat is er aan de hand? Er staat iets te gebeuren. Weer zijn het voornamelijk vrouwen die zich verdringen rond de agenten om het fijne van de zaak te weten te komen.

Ah! Willem Alexander komt de expositie openen. Vandaar het ingepakte beeld. Wachten we daarop? Dat doen we. We moeten eigenlijk naar huis, maar wat een kans: we willen hem toch wel eens van zo dichtbij in levenden lijve zien. Dus wachten wij geduldig tot hij naar buiten komt. Een Bulgaarse Nederlandse weet te vertellen dat moeder Beatrix altijd op tijd was. Maar haar zoon lijkt op haar moeder, Juliana; altijd net een beetje aan de late kant.

20140617_161258

Dan is het zover. De deuren gaan open. Een groep genodigden loopt regelrecht naar de plaats waar de plechtigheid zal plaatsvinden. Maar onze koning steekt de straat over. Hij groet vriendelijk: ”Hallo!” Iedereen groet op dezelfde wijze terug (Hoe durven we eigenlijk…niks geen “Goeden middag, Majesteit.”) en gaat zich daarna te buiten aan het fotograferen van ons staatshoofd. Wanneer hij zich via de kopstoot van Zidane naar het begin van de route begeeft, gaan vriendin en ik richting tram.

DSC09557

Heel Den Haag ligt opgebroken, lijkt het wel. In de verte zien we het vernieuwde Mauritshuis, waar Willem Alexander anderhalve week later de opening zal verrichten. De tribunes voor het Hofvijverconcert zijn in aanbouw. De fontein spuit op volle sterkte; de wind voert verfrissende druppels in ons gezicht.

DSC09558

Het is een flink stuk lopen naar de ondergrondse tramhalte. Wanneer we op de roltrap staan, komt lijn twee er al aan. Dat halen we niet meer! Maar dan heb ik niet met deze fitte oude dame gerekend. Ik heb nog nooit iemand zo hard achter een rollator zien rennen; ze loopt mij er finaal uit. De jonge man die uit alle macht de deur open houdt, kan een glimlach niet onderdrukken. We checken in en zijgen neer op een stoeltje. We kijken elkaar aan: een welbestede dag met een gouden, koninklijk randje.

De journalist, de kunstenaar en de filosoof

marcel-wandersMidden op de dag bedenk ik ineens dat de expositie van Marcel Wanders op zijn einde loopt. Heb ik alles wel goed genoeg bekeken? Een zekere onrust maakt zich van mij meester en ik besluit nog een keer naar het Stedelijk te gaan. Ik moet het bijzondere werk nog één keer zien.

Hoewel het een regenachtige dag zou worden, schijnt de zon nog vrolijk en is het, volgens het informatieschermpje in de trein, buiten 25°.
Lijn 5 laat niet lang op zich wachten en al snel rijd ik de vertrouwde route door Amsterdam.
Terwijl ik me in de trein groen en geel erger aan die overdreven vrouwenstem, die te pas en te onpas vertelt op welk station de sprinter naar Amsterdam nu weer gaat stoppen, kan ik de mannenstem in de tram heel goed verdragen. Sterker nog, die intrigeert mij en ik doe enorm mijn best uit te vogelen door wie al die haltes worden aangekondigd. Ik vermoed dat het Gerri Eickhof is, te horen aan de markante R. Ik neem me voor om het nu eindelijk eens op te zoeken als ik thuis ben; Google is er tenslotte niet voor niets.

Bij het Leidseplein neemt de conducteur het over: “Halte Leidseplein, ook wel Liedseplien, of Led Zeppelin”, roept hij om. Het laatste is natuurlijk een vondst van jewelste en iedereen kijkt elkaar grinnikend aan.
Dan volgt de halte Museumplein en Gerri maant ons op samenzweerderige toon niet te vergeten uit te checken. De twee piepjes klinken en ik sta buiten in het zonnetje.

Op mijn dooie gemakje loop ik naar het Stedelijk. Het Van Gogh staat nog steeds in de steigers. Uit de diepte komen dikke grijze rookwolken, uitgespuugd door een buis die uitmondt in een opengesperde Disney-achtige bek. Gefotografeerde medewerkers, te zien op de schotten rondom het gebouw, verzoeken de passanten vriendelijk lachend om het museum, ondanks de verbouwing, te bezoeken. Een warmer welkom is nauwelijks mogelijk. Wanneer ik me niet in het hoofd had gehaald naar Marcel te gaan, hadden deze vrolijke dames en heren me zeker overgehaald en het Van Gogh ingeloodst.

DSC09487

Ik loop onder de badkuip door en laat mijn museumkaart scannen door een vriendelijke jongeman. Dan de diepte in.
Het is druk. Een grote groep ouderen wordt door een geanimeerde begeleidster wegwijs gemaakt. Ze doet haar best, maar ze probeert daarmee haar visie op te dringen en je ziet de mensen afhaken. Zelf kijken is altijd beter.

DSC09503

DSC09493

Tot mijn verbazing ontdek ik nu toch nog dingen die ik de vorige keren niet heb gezien. Was het er toen niet? Of is het mij niet opgevallen, overdonderd als ik was door de veelheid aan creatieve vondsten? Het schattige hartje aan het hemeltje van de wieg bijvoorbeeld. De rij getekende stoelen. De lipstick.

DSC09497

DSC09505

Het delfts blauw ‘met een knipoog’ moet ik absoluut nog even zien, net als de ‘egg vases’. En dan, lopend langs de wuivende handen, neem ik afscheid van deze ondergrondse weelde.

DSC09500

Op de ellenlange roltrap (Stairway To Heaven, om een beetje in stijl te blijven) worden we begeleid door een mannenstem, die herhaald mompelt: “Ja, ja, ja.” Wanneer ik na de zoveelste keer wil antwoorden met: “Nee, nee, nee”, komt het uit de speaker. Net als in de tram veroorzaakt dit verbondenheid en de bezoekers lachen naar elkaar. Het is opgemerkt en dat wil men laten weten.

‘Art is Therapie’ blinkt in groene neonletters op de gevel van het Rijksmuseum. Ja, ik wil wel even een blik werpen op de grote gele post-it’s die, voorzien van filosofische teksten, door Alain de Botton bij diverse kunstwerken zijn opgeplakt. Maar wat een deceptie. Het geel detoneert enorm bij die prachtige schilderijen en de uitgebalanceerde kleur van de wanden. Bovendien vind ik zijn aansporingen ook niet bepaald inspirerend. Eerder opdringerig en pretentieus. De teksten zijn veel te lang; een kort maar krachtige opmerking had misschien nog tot overdenken gestemd. Nee, dit is geen therapie voor mij. Het onbevangen kijken naar kunst kan therapeutisch werken zonder dat een filosoof zich ermee bemoeit. Geef mij maar het meisje in het blauw of de jongen die zijn ganzenveer slijpt. Gewoon kijken is meer dan genoeg, opgaan in de wereld die de kunstenaar heeft geschapen. Het maakt me gelukkig en ik volg mijn eigen (filosofische) gedachten.

DSC09276

Op weg naar de uitgang verdwaal ik en daardoor kom ik terecht in een zaal vol delfts blauw. Het werkt op mijn zenuwen; tot mijn grote verbazing moet ik constateren dat ik het afschuwelijk vind, al die vazen en tableaus. Het is veel te veel en veel te bleek. Mag je dat eigenlijk wel hardop zeggen? Ik doe het niet, maar maak dat ik weg kom. Hoe anders was het in het Stedelijk, waar het werk van Wanders een totaal andere uitstraling had. Dat gaf mij rust en het ontlokte me een glimlach.

Inmiddels regent het. Het Museumplein stroomt leeg. In de overvolle tram besluit ik definitief dat het Gerri is die tot ons spreekt.
’s Avonds zoek ik het op. Het staat er niet met zoveel woorden, maar de verrassing kon niet groter zijn. Alles klopt nu, gelukkig.

Leve de EEG!

Haagse tramHet asfalt glimt in het licht van de lantaarns. De ruitenwissers zwiepen heen en weer. Het licht springt op rood, een tram passeert. Terwijl ik me heel erg bewust ben van het heden – ik kom net van de crematie van een aardige oom, een van de laatste van de familie – voel ik toch hoe ik word teruggezogen naar de vijftiger jaren.

Het is net zo’n avond als nu: donker en koud, regen en wind. Ik ben elf jaar. Samen met een klasgenoot zit ik in de tram, op weg naar huis. We zitten achterin en weten niet goed waar we het over moeten hebben. In de klas, de zesde, spreken we elkaar eigenlijk nooit. Jongens en meisjes bevolken twee aparte werelden. Maar vanavond zijn we samen op pad.

Twee uur lang hebben we in een vreemd schoolgebouw aan een tafeltje zitten schrijven.
Het is 1958. De EEG is een feit. Uit alle zesde klassen van de Haagse scholen zijn twee leerlingen afgevaardigd om mee te doen aan een opstelwedstrijd, met als onderwerp: De Europese Economische Gemeenschap. Daar zit ik met een groot vel papier voor mijn neus. Mijn groengemarmerde vulpen – tot de nok toe gevuld – in mijn klamme hand. Wat moet ik schrijven? Ik heb er wel iets over gehoord, maar veel te weinig voor een goed betoog. Fantasie dan maar? Ik heb geen idee wat ik hier zit te doen. Om mij heen hoor ik gezucht. Het krassen van pennen. Neuzen worden opgehaald. Arend zit driftig te schrijven, zie ik. Ik doe mijn best.

Of het een goed opstel is geworden, weet ik niet meer. Wel voel ik een lichte opwinding, wanneer ik naast Arend in de tram zit.
De dag daarna valt er een briefje op mijn tafel: Wil je met me lopen? Leve de EEG!

———————————————————————————————————————

Dit is een bericht in de serie WE-300, een schrijfuitdaging van Plato. (Zie http://platoonline.wordpress.com/, hier kun je ook andere leuke, spannende, ontroerende verhalen lezen) In de tekst van 300 woorden mag een bepaald woord niet voorkomen, terwijl het duidelijk moet zijn dat het daar wel om draait. In dit geval was het verboden woord: verhalen

Zie in dit kader ook: De advertentie

De foto komt van internet.

Zonnebloemen

img033De laatste suppoost rende, diep in zijn jas gedoken, naar de tram. Het regende nog steeds. Hij deed het licht uit, toetste de code van het alarm in en eenmaal buiten draaide hij de deur van het museum op slot. Het was een drukke dag geweest. Vanwege de hevige regen hadden veel toeristen liever een droge dag in één van de musea doorgebracht, in plaats van een rondvaart te maken of te slenteren langs de zeventiende-eeuwse gevels.

Het werd al donker. De tram reed net voor zijn neus weg. Dan maar lopend naar huis. Hij huiverde. Toch was het goed om even in de frisse lucht te zijn. Opgewekt zette hij er flink de pas in. Er wachtte hem een heerlijke maaltijd, wist hij. Elke zondag maakte zijn vrouw er speciaal voor hem een feestmaal van. Een goede wijn erbij en na het dessert koffie met een oude armagnac.

Net om de hoek was de bloemenman zijn stalletje aan het leegruimen. Hij haalde de zonnebloemen uit de emmers en goot die leeg op het toch al natte asfalt. Zou hij? Ach ja. Voor tien euro kreeg hij de laatste drie bossen mee.

Met een stralende lach nam ze het boeket in ontvangst. Prachtig zijn ze; zo groot en zo veel! Wil jij misschien? Natuurlijk wilde hij dat.

Terwijl zij de laatste hand legde aan de maaltijd, sneed hij de bloemen af en schikte ze in de oude vaas die ze van zijn moeder hadden geërfd. Tot twee keer toe viel die om en moest hij de bloemen nog wat korter snijden. De laatste drie perste hij er met geweld bij.

Tevreden met het resultaat zette hij zich verwachtingsvol aan de rijk gedekte tafel. Morgen bel ik die Engelse kunsthistoricus, dacht hij. Heeft die schilder er een potje van gemaakt?

……………………………………………………………………………………………………..

Dit is een verhaal in de serie WE-300. Een schrijfuitdaging van Plato. (http://platoonline.wordpress.com/, hier kun je ook andere leuke, spannende, ontroerende verhalen lezen) De bedoeling is een verhaal te schrijven van 300 woorden, waarin een bepaald woord niet mag voorkomen, terwijl het wel duidelijk moet zijn dat het daar om draait. In dit geval was het verboden woord: verwennen

Andere berichten in de categorie WE-300:

Soezen (verwennen): http://wp.me/s36K0e-soezen
De brief (spinnen): http://wp.me/p36K0e-bl
In The Looking Glass (schakelen): http://wp.me/p36K0e-9N
Struikelen over het verleden (schakelen): http://wp.me/p36K0e-9U