Gelijke munt

img206

Dus het zijn vrouwen
Van middelbare leeftijd
Ik kijk haar niet begrijpend aan
Je dochters, verduidelijkt ze
In de veertig toch

Ja maar
Alles in mij protesteert
Eergisteren nog legde ik ze in de wieg
Onder een zachte wollen deken
Gisteren bracht ik ze naar school
En nu, vandaag
Zijn het mooie jonge vrouwen
Die hun kinderen opvoeden

Natuurlijk
Ze zijn een jaartje ouder
Kleine fijne rimpeltjes accentueren
De schoonheid van hun zachte huid

Ik zie ze nog als de kleine meisjes
Bij wie ik net de papillotten voorzichtig
Heb losgeknoopt

De tijd neemt een loopje
Met het argeloos geheugen

In de veertig…
Ja, zeg ik
Net als jouw zoons
Toch?

Advertenties

En zij weende

img125

In de logeerkamer staat al een paar jaar een doos foto’s van mijn ouders. Die moeten eindelijk eens worden uitgezocht, vind ik. Het is er echt zo’n dag voor. Een grijze dag.
Van alles gaat er door mijn handen: vakantiekiekjes, foto’s van de afscheidsreceptie van het werk, de moestuin, familiebijeenkomsten, feestjes met vrienden. Foto’s van vage kennissen, althans voor mij, kunnen wel weg. Van de vakantiefoto’s houd ik een enkele over. Familiefoto’s zijn leuk, die bewaar ik. Uiteindelijk moet het een handzaam stapeltje worden, wat klein- en achterkleinkinderen een leuk, representatief beeld geeft van een stel bijzondere mensen: hun opa en oma, i.c. overgrootouders.

Onder in de doos ligt een foto die ik maar al te goed herken. Oud en verfomfaaid. Het is een klassenfoto uit, naar ik schat, 1957. De vierde klas. Drieënveertig kinderen, tweeënveertig en een half, eigenlijk. Zo nauw keek de fotograaf kennelijk niet. Een stampvolle klas. Maar te hanteren. Armen over elkaar en luisteren. De fotograaf lijkt midden onder het werk te zijn binnengekomen. Drie meisjes gaan daar plichtsgetrouw gewoon mee door, vier kinderen hebben de armen maar over elkaar gedaan. De grapjas vooraan heeft één hand onder zijn pullover.

Het is niet goed uit de foto op te maken in welk jaargetijde hij is gemaakt. Zomerjurken, wintertruien, korte en lange broeken. Misschien najaar, afgaand op de kleding van de juf. Vrolijke kinderen; waarschijnlijk lachend om de grap van de fotograaf. Aardige kinderen ook? De meeste wel, maar toch weet ik ook dat er werd gepest. Het donkere meisje, dat met kop en schouders boven iedereen uitsteekt, moest het vaak bezuren. Ze kwam bij ons in de vierde klas (van de Dr. Albert Schweitzerschool in Den Haag) toen het schooljaar al een tijdje bezig was.

Dr Albert Schweitzerschool

Er werd wat geschoven met kinderen en ze werd naast mij geplaatst. Uit Indonesië kwam ze. Ik weet nog hoe bijzonder ik dat vond, zo ver! (We waren natuurlijk ook niets gewend, toen…) Ze was heel aardig en vrolijk. Ze kon prachtig tekenen. En ik herinner me ook de mooie sinterklaassurprise, die ze maakte. We raakten al snel bevriend. De naam Tielman werd door sommige jongetjes nogal eens pesterig verbasterd tot ‘pielman’, wat me erg boos maakte, maar waar ik niets van durfde te zeggen. Ik moest er tegen de anderen ook niet over beginnen dat ik met haar wel eens bij haar Indische oma kwam. Volgens sommige meisjes was dat een heks, die je wilde vergiftigen. Niemand was nog gewend aan de kleuren en geuren van het typisch Indische interieur en het vreemde eten. Maar oma was een lief, klein vrouwtje; ze had het allerbeste met ons voor. Spekkoek; ik kende het niet, maar het was heerlijk. Het was er warm en gezellig, ook al was het soms moeilijk haar gebroken Nederlands te verstaan.
Achteraf denk ik dat Hedi familie was van de Tielman Brothers, misschien wel de dochter van één van hen. Maar dat is -helaas- nooit duidelijk geworden.

De juffrouw. Zij heeft me, onbewust, geïnspireerd het onderwijs in te gaan. Ze gaf goed en leuk les. Ze had er op een natuurlijke manier de wind onder. Haar bordtekeningen waren prachtig, ze was zeer creatief. We zongen veel. En wat was ze lief. Ik geloof zelfs, dat er jongetjes verliefd op haar waren.
Nu zie ik dat ze nog heel jong was. Toch was zij in onze ogen een vrouw van de wereld. Een vrouw met geheimen. Op een of andere manier straalde ze dat uit. En op een middag wisten we het zeker. We stonden om half twee gewoontegetrouw in de rij buiten op het plein te wachten tot ze ons kwam halen. Tot onze verbazing werden we niet door haar, maar door “het hoofd der school” naar binnen geloodst. We hingen onze jassen op en gingen wat onzeker het lokaal in: wat zou er zijn? Was ze ziek?

Ze stond stil bij het raam en staarde naar buiten. In haar hand een verfrommelde zakdoek. En zij weende.
En wij, wij wisten allemaal honderd procent zeker dat er liefde in het spel was.

Phia

Ik ruk me los. De foto’s van mijn ouders doe ik in een kleinere doos. De schoolfoto neem ik mee naar beneden. De trip down memory-lane mag nog even duren. Ik zoek in mijn poesiealbum (letterlijk uitspreken, a.u.b.!) naar haar bijdrage. Ik heb het gedicht, dat ze vermoedelijk zelf schreef, altijd heel bijzonder gevonden. Natúúrlijk schreef ze poëzie. En ze plakte geen poesieplaatjes in, maar maakte zelf een tekening. Met ballpoint, wat we ook bijzonder vonden. Een roos met doorns. Symbolisch bedoeld? En dat krasje, rechtsonder naast de steel, is dat een vraagteken? Vanaf het moment dat ik het onder ogen kreeg heb ik me dat afgevraagd. Nooit zal ik het weten. Juffrouw Phia van Kuilenburg zal voor eeuwig een raadsel blijven.

——————————————————————————————————————

Klik op deze link voor meer foto’s met een verhaal

De foto van de Dr. Albert Schweitzerschool komt van het internet.

Perdre le Nord

DSC09827

Het noorden van ons land had nooit zo’n aantrekkingskracht op mij. Het leek me te vlak, te weids, te leeg. Te stil ook. Te veel natuur.

Een mens is echter nooit te oud om te leren of te ervaren, dus toen vriendin H mij uitnodigde een paar dagen bij haar in de caravan te logeren, in Pieterzijl, ging ik daar graag op in. En na twee dagen fietsen door slechts een klein stukje van de noordelijke provincies, stel ik mijn vooroordeel graag bij. Natuurlijk was het prachtige zonnige weer in ons voordeel. Maar ook bleek het landschap lieflijker dan ik me had kunnen indenken en minder onherbergzaam en vlak.

DSC09825

Het weidse Groninger land heeft mijn hart gestolen. Rijdend over een kilometers lang pad tussen wuivend koren, zie ik het terpdorpje Niehove steeds groter worden. “O”, denk ik, “dit lijkt wel het buitenland.” Ik haast me mezelf terecht te wijzen. Hoezo buitenland? Kun je er niet gewoon vanuit gaan dat ook het eigen land veel te bieden heeft?! Dat het hier ook mooi is en bijzonder?

Ja, denk ik, dat is waar, en dat weet ik natuurlijk ook wel. Ik moet het anders formuleren. Ik kijk anders. Ik kijk, alsof ik in het buitenland ben: oplettender, hongerig bijna. Omdat ik hier vermoedelijk niet zo snel meer zal komen. Ik kijk, om niet meer te vergeten. Kijk met mijn zintuigen en mijn geheugen op scherp; deze beelden wil ik zo weer kunnen oproepen.

Oud land met geschiedenis. Van alle kanten wordt het ons aangereikt: kerkjes, havens, herbergen, fabrieken. In vervallen staat, hersteld, gerestaureerd. Onder de nieuwe bestrating kun je nog de oude, holle weg vermoeden. Je hoort de paardenhoeven, de karrenwielen knersend over de klinkers, de voerman die zijn bevelen bromt. Terug in de tijd. Het kan.

DSC09812

Ook maak ik kennis met een stukje Friesland. Achteraf heeft het me verbaasd hoeveel verschil er is tussen de twee provincies. Dat grenzen zo allesbepalend zijn (geweest?) voor het leven van de bevolking. Denkbeeldige lijnen op de kaart die een groep mensen met hun eigenheid bij elkaar houden. Verschillen in levensonderhoud, in taal, in wonen.

Terwijl ik vroeger makkelijker alles voor waar aannam, vind ik nu veel van die zogenaamd vaststaande feiten wonderbaarlijk en bijzonder. Ik vraag me meer dingen af dan vroeger. Verwondering, wordt wel gezegd, is het begin van de wijsheid. Zou het dan toch?…..

DSC09823

De middag in het stadje Dokkum staat in het teken van de geschiedenis van H. Voor haar is het een trip down memory lane. Hier woonde haar familie: grootouders, tantes en ooms. Alle huizen zijn nog goeddeels in de staat, waarin zij ze heeft gekend. Haar eigen geboortehuis staat er nog alsof er niets is gebeurd, de afgelopen vijfenzestig jaar. De betonnen bank, waarop haar ouders elkaar ooit de liefde verklaarden, is weliswaar een paar honderd meter verplaatst, maar nog intact. Nu kijk je vanaf de steenharde zitting niet meer uit op een stinkslootje, maar op de Dokkumer Ee met aan de overkant het huis van een geliefde oom.

Pieterzijl

Het kan niet anders dan dat H’s voorliefde voor Jugendstil in deze noordelijke plaats is ontloken. Prachtige, goed bewaarde, kleurige decoratie tooit de statige huizen in de zonovergoten straten.

Terug door de weiden. Koeien, kalfjes aan de uier. Schapen bij het likblok. De vervallen schoorsteen van een steenfabriek. Wilde peen, pastinaak. Pluizen van het wilgenroosje. Hele wouden van uitgebloeide reuzenberenklauw. Wolken en water, bruggen en bootjes.

DSC09809

Het waren mooie dagen, met dank aan H. Herinneringen staan als een huis. Ik mis de weidse natuur van het noorden – een beetje.