Schaduwrijk

Hij ligt er weer, de geurende, dampende, zwarte berg compost. Iedereen op het tuincomplex weet dat vanaf vandaag het tuinseizoen echt begonnen is. Natuurlijk is er al veel werk verzet. Er is gespit, geharkt, gesnoeid. Maar dit is het ultieme sein. Vanaf nu keert alles zich weer ten goede. We zien de bloesem al als roze-witte vlinders aan de fruitbomen, de kapucijners zich wentelen rond de stok, de tomaten kleurend van groen naar rood. Wel moet er nog even hard gewerkt worden, want het is de bedoeling dat de vruchtbare grond over de tuin wordt verspreid.

Een kruiwagen vol scheppen, het pad over, het bruggetje ‘nemen’, nog een pad, een bocht ronden en dan kan het zwarte goud gestort worden. En dit ritueel herhaalt zich. Na een paar uur en zo’n drie kilometer in de benen, liggen er twaalf hoopjes te dampen op de vers gespitte aarde. Heerlijk. Het geeft ons een uiterst tevreden gevoel.

Het zware werk wordt verlicht door de praatjes die je hier en daar maakt. Je rust even, je wisselt wat uit, een kwinkslag hier en daar. Het prachtige weer is vol beloften. De warme zon doet de geplaagde rug goed.

En toch. Hoe gezellig het ook is, hoe hard er ook wordt gewerkt, hoeveel grappen er ook worden gemaakt, en ondanks het vrolijke zonnige weer, toch is elke tuinder zich bewust van de schaduw die er over deze dagen hangt.

Tuinder E die een paar weken geleden plotseling overleed laat letterlijk een gat vallen in de gesloten tuinenrij. Niemand kan het nog bevatten. Zo’n sterke man, zo vriendelijk. Een tuinder in hart en nieren. Alles op zijn tuin was altijd keurig in orde; op tijd gespit, gezaaid, gewied. Het was dus bijna logisch dat als tegenprestatie zijn fruitbomen in bloei stonden, afgelopen herfst.

De twaalf hoopjes compost, die op zijn nog onlangs gespitte grond een beetje misplaatst liggen te zijn, hebben medetuinders daar gebracht. De tuin zal snel weer verhuurd worden.
Voor zijn dochter, die even verderop een tuin heeft, is het confronterend om steeds langs de lege tuin te lopen. Ze doet het. Ze houdt zich goed. Ze is sterk.

Tuinder A die normaal gesproken opgewekt en vrolijk aan het werk is, is nu stil en ernstig. Hij heeft een paar weken geleden afscheid moeten nemen van zijn vrouw. Voorgoed. Zij was ook de zus van tuinder D., die pas sinds januari een tuin heeft. We kennen hem nog niet zo goed, maar toch merken we ook de stilte rond hem op, terwijl hij bezig is een stuk zwarte, enigszins verwaarloosde grond om te toveren tot een mooie moestuin.

We missen tuinder W nu al een paar dagen. Dat is vreemd; hij is er bijna altijd. Tuinieren zit hem in het bloed, al veertig jaar. Net als E is hij een gedreven tuinder en een markante persoonlijkheid. Dat zijn ze trouwens allemaal, de oude bazen die al zo lang lid zijn van de vereniging. Later die dag wordt ons duidelijk waarom hij verstek laat gaan: zijn oudste zoon, in de bloei van zijn leven, is deze week overleden. W’s kruiwagen, nog vol compost, staat eenzaam te wachten bij het hek. Halsoverkop vertrokken…..

Het noodlot heeft de touwtjes in handen. In anderhalve maand drie sterfgevallen.
We weten het: de dood hoort bij het leven. Maar we worden nu stevig in ons nekvel gegrepen en met de neus op de feiten gedrukt.
Wat een verdriet heerst er op de tuin. We zijn er allemaal stil van. Bij sommigen rijt dit alles oude wonden open.

Dan laat plotseling de eerste de grutto zijn vrolijke roep horen. Hij heeft zijn prestatie geleverd en zal straks gaan nestelen in de Zaanse weilanden. De natuur gaat zijn gang. Zo is het nu eenmaal.
Aan de treurwilg verschijnen de eerste blaadjes.

Advertenties

Demeters hoop

DSC02511

Al maanden ligt de zwarte bonkige aarde
In dikke kluiten nat en kaal te wachten

Op de gedreven tuinder
Die met veel aandacht, werklust
En liefde, vooral dat laatste
De diep verborgen geheimen
Aan de grond zal weten te ontlokken

De groeikracht hangt als een onzichtbaar waas
Boven de kluiten
Die na een nachtje vorst
Bij de minste aanraking uiteen vallen
Ontvankelijke
Van beloften zwangere grond

Wie komt er met zoete of wellicht barse stem
De zaden toespreken
Zodat de harde bastjes
In het donker opensplijten
Om dan in door lentegroen gefilterd zonlicht
De kiemblaadjes te tonen
Voor het echte groeien aanvangt

Wie ontfermt zich met hart en hand
Over deze zo lang verguisde tuin?
Wie tovert een glimlach
Op het aangezicht der aarde?

“Geachte Vergadering”

Na het vorige blogje ben ik nog verder de geschiedenis ingedoken. Het oudste notulenboek van Tuinvereniging Zaandijk is een geweldige bron van informatie. Het nu volgende jaarverslag werd gepresenteerd in februari 1944. Zware tijden.

DSC02400

Jaarverslag 1943. Tuinvereniging Zaandijk.

“Geachte Vergadering”……………….

De heer J. Kamphuis, de pas benoemde secretaris, heeft er echt zin in. Hij schrijft een jaarverslag van ruim vier dichtbeschreven kantjes, in een keurig handschrift. Maar, hij waarschuwt wel: “Veel moet U er echter niet van verwachten, want
1ste Slechts korte poos heb ik in Uw bestuur zitting.
2de Over 1943 zijn geen notulen beschikbaar waaruit ik de gebeurtenissen van dit jaar zou kunnen opduiken.
3de Er was weinig activiteit te bespeuren, de inwendige organisatie en administratie was niet overzichtelijk en zoo was het ook op de tuinen, alles stond in het teeken van verval en dat nog wel in het jaar dat de Ver. haar 5 jarig bestaan herdacht. Ook het nieuwe bestuur was gedwongen door de huidige omstandigheden, hieraan geen ruchtbaarheid te geven”

Dit schrijft hij op het moment dat de oorlog nog ruim een jaar zou gaan duren. Dat is wat wij nu natuurlijk weten, toen was het allemaal nog onbekend; een zeer onzekere periode. Daarom ook is het bijzonder dat de heer Kamphuis er zo’n positief verhaal van weet te maken.

Uit het verslag blijkt dat er een nieuw bestuur is benoemd, dat “eenparig vol goeden moed is en de zaken anders aanpakt, dan tot nu toe het geval was. Zij heeft daarbij één doel voor ogen: namelijk de vereniging sterk te maken, zoodat ook na deze oorlog haar bestaan verzekerd is.”
Of de inspanning van het bestuur van 1943 er echt toe heeft bijgedragen, is natuurlijk niet te achterhalen, maar de vereniging bloeit nog steeds!

De heer Kamphuis memoreert nog eens aan het allereerste begin, toen de gemeente Zaandijk de grond in bruikleen gaf, zodat die kon worden uitgegeven aan werklozen, die graag wilden tuinieren. Dit mede door de bemoeienis van de Stichting Werklozenzorg Koog-Zaandijk. Na enige tijd werd er behoefte gevoeld aan het oprichten van een vereniging, met statuten en een bestuur. En zo geschiedde, op 22 november 1938. “Tevens werden op die avond de prijzen uitgereikt, vanwege de Stichting, voor de best onderhouden tuinen.”….. “De goede tuinders werden met tuingereedschap beloond.” Hij noemt de namen van deze mannen en vervolgt: “Vele van deze zijn nog lid en staan wat bewerking der tuinen betreft nog aan de spits, niettegenstaande dat zij nu lange werkdagen maken. Een woord van hulde aan deze pioniers is hier zeker op haar plaats”

Dan herhaalt hij de woorden die de heer Honig (de voorzitter van de Stichting) op de oprichtingsvergadering heeft gesproken: “In de eerste plaats acht ik het de plicht van hen, die krachtens hun positie daartoe in staat zijn alles te doen wat in hun vermogen ligt om de nood ontstaan door de werkloosheid zooveel mogelijk te lenigen. Ik ben de heer Brinkman erkentelijk voor zijn waarderende woorden, doch wil hier gaarne opmerken dat in de allereerste plaats dank moet worden gebracht aan mijn medewerkers die het grootste deel der werkzaamheden voor hun rekening nemen en voor wie geen moeite te groot is.”
De conclusie van de heer Kamphuis luidt: “Mijne Heeren, mij past het niet hier iets aan toe te voegen, hier sprak een groot en nobel mensch.”

Na deze lyrische ontboezeming keert hij weer terug tot de dagelijkse gang van zaken. Er is een inkoopcommissie in het leven geroepen. Hij vindt dat hij daar weinig over kan zeggen: “…aangezien ik daar zelf deel van uit maak. Toch meen ik te kunnen zeggen dat de leden hiermee ingenomen zijn. Deze inkoopcommissie staat nog in haar kinderschoenen, maar zij hoopt in de toekomst, op nog grotere schaal, aan de wenschen van de leden tegemoet te komen.”

Hij maakt duidelijk dat het bestuur misschien wel eens wat vervelende maatregelen zal moeten doorvoeren, maar dat dit altijd in het belang van de Vereniging zal zijn. “Als laatste spreek ik de hoop uit, dat de leden in het aanstaande tuinseizoen, het bestuur alle medewerking zullen verlenen.”

Dan besluit hij vol vuur, wat zeker te maken heeft met de tijd waarin men toen leefde: “….Dat de geest van kameraadschap over hen vaardig zal worden en dat wij elkander beter leeren begrijpen en elkanders werk weten te waarderen. Dan kan het niet anders of de Ver. zal in dit industriecentrum haar plaats veroveren en behouden. Ik wensch u allen een voorspoedig tuinjaar toe, met tuindersgroeten……”

jaarverslag 1943

Dit was weer een aardig inkijkje in het wel en wee van onze vereniging, met postume dank aan de heer Kamphuis. Ook over het jaar 1944 schreef hij een gloedvol verslag. Dat is voor een volgende keer.

Geschiedenis van een tuinvereniging

DE GESCHIEDENIS VAN TUINVERENIGING ZAANDIJK IN NOTULEN

Deel 2: De oorlogsdreiging wordt gevoeld

DSC00058

De eerste ‘Algemeene Ledenvergadering der Tuinvereeniging’ wordt gehouden op 26 januari 1939 in gebouw Nieuw Leven aan de Boschstraat 1 in Zaandijk.
Na de gebruikelijke zaken als voorlezen van de notulen en het tekenen van de presentielijst, wordt er gesproken over het vaststellen van Het Reglement. Het Kooger Reglement wordt als voorbeeld genomen. De voorzitter, de heer Pen, wil een artikel toevoegen over ‘Zondagsarbeid’ op de tuin. Dit heeft een verhitte discussie tot gevolg, doch na eenige verklaringen werd dit punt aangenomen. De dames Bakker zorgen voor een kopje thee en de heer Honig heeft voor “een fijne kist sigaren” gezorgd. Dan wordt er nog een nieuwe commissaris gekozen; de heer Zwart krijgt de meeste stemmen en mag dus toetreden tot het bestuur. Tijdens de rondvraag wordt er veel gesproken over de bemesting van de tuinen. Maar ook de afsluiting van het complex komt ter sprake. De poort wordt voorzien van gaas en prikkeldraad, waaruit nu maar weer blijkt dat er in vijfenzeventig jaar niet erg veel veranderd is. Tenslotte geeft het bestuur de leden de raad om de tuin zoveel mogelijk onkruidvrij te houden; bij sommigen laat dit wel wat te wensen over, het ontsiert het heele tuincomplex. Sommigen hebben bedankt als lid. De voorzitter waarschuwt om dat niet te snel te doen met het oog der tegenwoordige tijdsomstandigheden.

Op 19 oktober 1939 komt het bestuur weer bijeen. De secretaris leest de ingekomen stukken voor, die hoofdzakelijk bestaan uit aanvragen voor een tuin. De gegadigden hebben een invulbiljet toegestuurd gekregen, die gratis verstrekt zijn door de heer Brinkman van de Stichting Werkloozenwerk. Deze heeft ook officieel toegezegd dat de vereniging er nog een nieuwe akker bij krijgt.

De voorzitter had al eerder geopperd om verschillende soorten koolzaad op één tuin uit te zaaien, om dan later de leden van planten te voorzien. Dit heeft goed gewerkt en men is van plan om dit ook te doen met sla en snijbonen, in de hoop op betere kwaliteit. Verschillende leden hebben klachten geuit over de bemesting, ook over het soort kalk. Men besluit een deskundige te raadplegen, waarbij de keus valt op de heer Börneman. Ook denkt men dat de heer Brinkman er zijn licht wel over kan laten schijnen.

Eenentwintig leden zijn aanwezig op de Algemeene Ledenvergadering op 8 november 1939. Er wordt gestemd over een nieuw bestuurslid; de heer Post krijgt de functie. Wederom zorgen de dames Bakker voor de thee. De sigaren worden dit keer verstrekt door de heer Groenveld. De leden wordt de raad gegeven hun tuin goed te onderhouden. Eén lid maakt zich na die opmerking zo kwaad dat hij bedankte. Het ledental blijft groeien, zeker na het toewijzen van een nieuw stuk grond. Er zijn wat klachten over de bemesting. De ophanden zijnde oorlog doet zich voelen. Koemest is te duur en voor de kunstmest gelden distributiebepalingen. Wel blijkt dat de kwaliteit van de kalk beter is. Aangezien er niets meer aan de orde was sloot de voorzitter te half elf deze goedbezochte vergadering.

Op 18 oktober 1940 komt het bestuur bijeen ten Huize van de Secretaris. Dat er een moeilijke tijd aanbreekt wordt gevoeld. Men dacht dat het voortbestaan van de Tuinvereniging aan een zijden draadje hing, terwijl met het oog op de voedselschaarste het productief gebruik van de tuinen een vereiste is.
Dat men niet bij de pakken neer gaat zitten, blijkt wel uit het feit dat er besloten wordt gemeenschappelijk zaad te bestellen bij de firma Wouda in Oranjewoud. Er komen twee tuinen te vervallen, omdat de gemeente die noodig heeft om bagger op te gooien. Dat betekent ook een reorganisatie; één tuin was al leeg wegens overlijden van de tuinder. De heer Rispens, pachter van de andere tuin krijgt een nieuw stuk grond aangeboden. Bovendien vindt er een soort van herverkaveling plaats. Er zijn zoveel aanvragen voor een tuin, dat er besloten wordt om de kleine gezinnen 50 meter te ontnemen, wat dan weer ten goede kwam aan de groote gezinnen. En enkele nieuwe leden konden wij hierdoor aan een tuin helpen. Dat dit niet eenvoudig was, blijkt wel uit de opmerking: het gaf wel eenige strubbeling met sommige leden, doch alles is nu geregeld.

In april 1941 wordt een Algemene Ledenvergadering gehouden. Men had gedacht dat de hele vereniging uit elkaar zou vallen, maar niets is minder waar. Het ledental stijgt van achtenveertig naar honderdvier. Het bestuur raadt de leden aan datgene te verbouwen waaraan de meeste behoefte is. Zaad en pootaardappelen konden wij alles nog vrij koopen, ook met de kunstmest liep het bijzonder mee, hoewel daar eenige moeite voor noodig was.

Er vinden nogal wat veranderingen plaats, maar gelukkig ondervindt men van de Stichting Werklozenwerk de volle medewerking om alles in goede banen te leiden. Het complex aan de Tuinsloot is niet meer beschikbaar wegens bouwplannen van de gemeente. Een enorme teleurstelling, maar men gaat naarstig op zoek naar nieuwe grond. De heer Krijt wordt bereid gevonden een akker af te staan, waarop eenentwintig van de zesendertig ontheemde leden weer aan de slag kunnen. Zelfs de burgemeester wordt ingeschakeld en zo kwam het voor elkaar dat er een akker gehuurd kon worden ten zuiden van de werf van Beudeker. Ook het complex van De Zwarte Arend – eigendom van de firma Pielkenrood – ondergaat een uitbreiding. Deze firma eist daarna een aantal tuinen op voor het personeel. Hier kan men natuurlijk geen bezwaar tegen hebben, zodat de vereniging nog weer eens wordt uitgebreid met tien leden.

img005

Tussen de regels door is te lezen dat er niet veel nieuws is onder de zon. Er wordt in 1940 al gesproken over het netjes houden van de paden en greppels: om een ander niet tot last te zijn. En de huidige nummerbordjes zijn betrekkelijk nieuw, maar in 1940 is er voor het complex op Rooswijk een aantal bordjes gratis door de heer Rispens in orde gemaakt op de timmercursus. Ook het (niet) sluiten van de poort is van alle tijden……

(N.B. De cursief gedrukte tekst is letterlijk overgenomen uit het prachtige oude notulenboek. In de loop van dit jaar zal de geschiedenis van de eerste tien jaar van de vereniging in delen verschijnen, zowel op de website van de vereniging als op mijn blog. Lees ook deel 1: https://ajroc.wordpress.com/2014/11/04/tuinvereniging-zaandijk-een-geschiedenis-in-notulen/)

Tuinvereniging Zaandijk, een geschiedenis in notulen.

Deel 1. DE OPRICHTING

DSC00057

Op het bord boven de poort van ons tuincomplex staat de oprichtingsdatum van de tuinvereniging: 22 november 1938. Nu, in 2014, is de vereniging zesenzeventig jaar actief. In die periode is er enorm veel gebeurd, zowel in de Wereld als in het-wereldje-in-het-klein: Tuinvereniging Zaandijk.

DSC00091

De eerste vergadering wordt gehouden op 25 november 1938, ten huize van de voorzitter, de heer J. Pen. Dit is te lezen in het oude notulenboek, dat zorgvuldig bewaard is. Hierin hebben we een schat aan gegevens over de eerste jaren van de vereniging aangetroffen. Ik wil proberen om met behulp van deze geschiedenis-in-notulen de historie van onze vereniging te schrijven. Het wordt een vervolgverhaal. En heel misschien maak ik er een boekje van. In elk geval zal het met enige regelmaat op mijn blog verschijnen.
-Datgene wat cursief gedrukt is, is letterlijk uit de notulen overgenomen.-

DSC00093

Op de eerste bladzijde staat in keurig handschrift het verslag van die allereerste bestuursvergadering. Behalve de heer Pen waren aanwezig de heren C. Brinkman, K. Sikkes, en A. Hunze, die vermoedelijk de secretaris en daarmee notulist was. Bovendien is uitgenodigd de heer S. Woudt, van de Kooger Tuinvereniging: Hij verstrekt verschillende gegevens aangaande tuinwerk, enz.
Al vrijwel direct is de complete vergadering in mineurstemming, wanneer de brief van de heer van Exter ter tafel komt, waarin hij aangeeft zich terug te trekken als penningmeester, vanwege zijn doofheid. Ook de heer Rispens, die daarna is aangezocht, bedankt voor de eer. Gelukkig is de heer Has bereid om zich met de financiële zaken bezig te houden. Wij hopen dat hij zijn nieuwe functie met ambitie mag vervullen.
In de vergadering wordt besloten om circulaires, convocaties en contributiekaarten te laten drukken. Wat er verder is besproken melden de notulen niet, maar na verschillende besprekingen te hebben gehouden, sloot de voorzitter om half elf de eerste bestuursvergadering.

De volgende vergadering vindt plaats op 7 januari van het nieuwe, gedenkwaardige jaar 1939. De notulen worden voorgelezen en onveranderd goedgekeurd en ondertekend door de voorzitter, J. Pel. In dit verslag komt naar voren dat de heer C. Brinkman aanwezig is in zijn functie van gedelegeerde van de Stichting Werklozen Werk. De secretaris heeft verschillende nieuwe aanvragen gekregen om een tuin te mogen bewerken en daar kan vrijwel geheel aan worden voldaan. Helaas is er niet genoeg grond om nog meer aanvragen te honoreren; men moet geduld betrachten. Op deze tweede vergadering is aan de orde de vaststelling van het Reglement, hetgeen op de eerste Ledenvergadering verder besproken zal worden. De begroting is ook een duister punt, daar wij hoegenaamd niet over gegevens beschikken. Besloten wordt om voor de volgende vergadering de heer Woudt wederom uit te nodigen om inlichtingen dienaangaande. Uit de notulen van de daaropvolgende vergadering blijkt dat hij zich gaarne disponibel stelde, tot ons aller tevredenheid.

Op de Ledenvergadering zal blijken of men het eens is met de voorgestelde begroting. Er is flink bezuinigd op het zaad, maar er moeten ook zaken worden aangeschaft, onder andere een kruiwagen, baggerbeugel, walhaak en een rietmes. De prijsopgaaf van de heer Poulain blijkt te hoog, waarna besloten wordt dat de voorzitter en de secretaris naar Purmerend zullen afreizen, om de spullen te kopen. Verder meldt de heer Brinkman, dat behoudens goedkeuring der Gedeputeerde Staten, door de Gemeente Zaandijk nog meer tuingrond beschikbaar wordt gesteld, wat wij ten zeerste op prijs stellen, aangezien het gratis in bruikleen wordt gegeven. De voorzitter geeft de secretaris ter overweging om een dankbetuiging te richten aan B en W, voor de medewerking, wat hij ook zal doen.

Op dit punt komt voor het eerst de poort* ter sprake. Men wil een betere afsluiting van de tuin. Ieder moet een sleutel aanschaffen ter waarde van vijfentwintig cent. De penningmeester zal zich hiermee belasten.
Verder besluit men om degene bij wie de vergadering wordt gehouden een kleine vergoeding te geven voor thee en sigaren. De heer Brinkman wordt hartelijk bedankt voor het typen van de begroting. En de vergadering wordt om half elf gesloten.

*Het zal blijken dat ‘de poort’ regelmatig, tijdens al die jaren, een heet hangijzer zal zijn. En dat is hij nu nog steeds!