Inverdan

Het prestigieuze project van de gemeente Zaanstad nadert, na zo’n tien jaar van slopen en bouwen, zijn voltooiing. Het masterplan van Sjoerd Soeters, verguisd en verheerlijkt, toont zo langzamerhand zijn ware gedaante.

DSC09900

Het mooist is het te zien op maandagochtend vroeg. Alle winkels zijn nog dicht. Het is heerlijk rustig, zoals het eigenlijk op zondag zou moeten zijn. Maar om uit de gigantische kosten te komen, moet er gewinkeld worden. Zeven dagen per week. Open dus, Hema, Kruidvat, Blokker en al die andere winkels die je overal tegenkomt.

DSC09576

De gedempte gracht in de gelijknamige winkelstraat is weer uitgegraven. (‘Ontgraven’, volgens Wikipedia. Je zou derhalve denken dat hij weer is dichtgegooid.) Het ondiepe water ligt er stil en spiegelend bij. Een vredig tafereel, met al die verschillende bruggetjes. De enkele voetganger, op weg naar stadhuis of station, accentueert de rust, de leegte.

DSC09891

Het uiterlijk van een van Nederlands grootste en meest vertrouwde kledingzaken (toch voordeliger) wordt helemaal vernieuwd. Het blauw met rode embleem zal straks in niet al te uitbundige grootte de Zaanse gevel sieren.
Een eis van de gemeente: ook de bestaande winkelpuien moeten worden aangepast; geen schreeuwerige uitingen meer. Het zou mooi zijn, wanneer de spuuglelijke jaren-tachtig-aanpassingen ook ongedaan konden worden gemaakt.

DSC09581

De natuurstenen toren van de Rabobank detoneert enorm in dit geheel. Gelukkig is ook daar in voorzien: de zogenaamde ‘voorbouw’ die tevens bedoeld is als uitbreiding van de Saentoren. Hopelijk zal dit de Zaankanters niet beletten de ster te zien, die in de kersttijd altijd boven op dit gebouw staat te stralen. Een vast punt voor velen.

DSC09890

Naar stadhuis en station is een hele klim, de weg gaat vrij steil omhoog. Gelukkig is er als beloning zicht op Zaanstads eerste en enige waterval. Zou daar stroom mee opgewekt kunnen worden? Dat zou best handig zijn voor de liften en roltrappen die het iedereen mogelijk maken op het Stadhuisplein te komen.

DSC09888

Hier staan volop bankjes waarop mensen genieten van het zonnetje. Met uitzicht op het hotel van gestapelde Zaanse huisjes. Zaans groen, uiteraard. Met één uitzondering: het blauwe huis. Eerbetoon aan Monet, die het schilderde toen hij in de Zaanstreek verbleef.

DSC09885

Het hotel is een ontwerp van Wilfried van Winden. Het commentaar was niet van de lucht: je vindt het mooi, of je vindt het niets. Een tussenweg is er niet. Maar zo langzamerhand is men er wel aan gewend.

DSC09908

Het Stadhuisplein ziet er vrolijk uit, met de hekjes gevormd van tulpen in rood, wit en blauw, die uit oranje bollen omhoogschieten. Ook wanneer het somber weer is, ziet het er vriendelijk uit.
Op het dak zijn de emblemen van de verschillende gemeenten aangebracht. Zaanser kán gewoon niet!

DSC09916

De toegang tot het station maakt duidelijk dat de walvisvaart ooit een belangrijk gegeven was in de Zaanstreek. Nog even en dan zal ook het gebied rond station Zaandam weer helemaal op orde zijn.

DSC09904

Inverdan. Zo heet dit hele project. Vanaf begin 2000 werd ermee geadverteerd: wonen, werken en winkelen. In de trein denk ik erover na. De betekenis van het woord is in tegenspraak met wat het uiteindelijk is geworden.
Inverdán (klemtoon op de laatste lettergreep): inwaarts , naar binnen, dieper in. (De Zaanse Volkstaal, Dr. G.J. Boekenoogen) Een huis dat inverdan staat, tussen andere huizen, is wat naar achteren geplaatst, staat niet pal aan de weg.

Deze gigantische verandering springt juist enorm in het oog, wat natuurlijk ook van het begin af aan de opzet was. Hiermee heeft Zaanstad behoorlijk aan de weg getimmerd.

Advertenties

Pasen, een herinnering

Pasen is weer voorbij. Het feest van de vruchtbaarheid. Het feest van het nieuwe leven. Ostara doet haar werk, tegen de verdrukking in.
Voor altijd zal Pasen voor mij verbonden blijven met de geuren van tulpen en narcissen.

In mijn Haagse tijd mocht ik meezingen in het jeugdkoor van Teun Groen, cantororganist van de Adventkerk. Dat betekende wel dat ik, onder de les, midden in de klas, moest voorzingen. Doodeng, natuurlijk, maar je moet wat voor je ambities over hebben. (Dat ik daarna gepest zou worden konden we nog niet weten, maar ja hoor, ook toen al) Ik werd ingedeeld bij de alten. Het was leuk, meerstemmig zingen, en vaak studeerden we iets in voor tijdens de kerkdienst.

De Adventkerk

De Adventkerk

Het waren de jaren vijftig. Het was een vooruitstrevende gemeente, in een nieuwe wijk: er kon en mocht veel. Het gebouw was zeer modern. Het interieur strak en licht. De wandplastieken vond ik heel bijzonder. Wanneer je ze nu ziet, zeg je: typisch jaren vijftig. Maar nog steeds vind ik ze mooi en tot de verbeelding spreken. Het mooiste vond ik het glas-in-loodraam. Het paste goed bij het moderne gebouw. En je kon er heerlijk bij wegdromen.

De vier evangelisten, Dirk Hubers

De vier evangelisten, Dirk Hubers

Het zal begin jaren zestig zijn geweest. Pasen. We zouden in de kerk een Paasspel opvoeren. (De Passie avant la lettre) Spelers waren snel gevonden: het hele koor deed sowieso mee, de blokfluitgroep (waar ik ook lid van was, maar verder is het met de musicaliteit niets geworden) en nog wat oudste kinderen van de Zondagschool. Het doet mij nu vermoeden dat de organist het allemaal had bedacht. Voor die tijd zal het zeker modern en misschien zelfs lichtelijk gewaagd zijn geweest.

kansel

Op stille zaterdag was het zover. Hoe het allemaal precies is gegaan weet ik niet meer. Wel weet ik nog dat we het heel bijzonder vonden dat we ons mochten omkleden in de zaaltjes naast de kerk, waar we gewoonlijk nooit kwamen. Dat we daar wachtten tot we op moesten. Er heerste een vreugdevolle spanning; we oefenden de teksten nog maar een keer. We kregen broodjes, wat voor iedereen een traktatie was. En toen de schemer inviel, stroomde de kerk vol. We waren er klaar voor.

Daar liepen wij, in witte gewaden. We zongen: Hosianna! Da-ha-ha-ha-havids Zoon. We zwaaiden met de narcissen en de tulpen; Palmpasen. En die geuren brengen mij altijd weer even terug in de tijd dat alles nog mooi en goed was.

Nu weet ik beter; ik ben allang het paradijs uitgejaagd.

Adam en Eva uit het Paradijs verdreven,
Friso ten Holt

Adam en Eva uit het Paradijs verdreven,
Friso ten Holt

Op reis met Bram

De oude vriendin ligt in het ziekenhuis. Longontsteking. Natuurlijk ga ik haar bezoeken. Je hoeft niets mee te nemen hoor, op mijn vraag. Wel neem ik tulpen mee. Mooie, kreukelige roze, met een wit randje langs het blad.

Samen met Bram stap ik in de auto. Na de sneeuw van die ochtend, nu zon. Nat, spiegelend asfalt. Hoewel ik de route ken, naar Den Haag, ben ik toch blij met iemand die de weg weet. Geduldig legt hij me uit dat ik links moet aanhouden. Neem de afslag, zegt hij tot drie maal toe. Vind je het goed als ik even wacht tot we die vrachtwagen zijn gepasseerd? Het maakt hem niet uit. Wat zeg je nou? Keer om en sla linksaf? Nee, dat kan niet kloppen. Ik kijk stug voor me uit en neem de afslag naar rechts. Zie je wel. Hoor ik nu een vinnige stem: Houd links aan? Nee toch, we zouden er een gezellige middag van maken.
We passeren de haai, langs de A4. Vermomd als finishvlag. Er daalt een airbus. Jaren ‘80 muziek op de radio. Sade met Smooth Operator. Een genoeglijke middag.

ResizeImage

Den Haag Zuid. We zijn er bijna. Maar eerst nog een sightseeingtour door Den Haag, blijkbaar. Is het echt nodig via de Veenendaalkade te rijden? Ik volg gedwee de suggesties op. Aan het einde van de weg rechtsaf, op de rotonde rechtdoor: de tweede afslag. Bijna geef ik de moed op. Dan, wachtend voor het stoplicht (rechtsaf, jahaa, even wachten, het is rood!) zie ik een enorme bouwput, waarachter ik het ziekenhuis vermoed. En ja hoor, wanneer we de weg zijn overgestoken zie ik wat ik tegelijkertijd hoor. Een opgewekte stem roept: Bestemming bereikt. Dank je wel Bram.

Vriendin ziet er klein uit in het ziekenhuisbed. Blij met de tulpen – haal niet al het groen eraf hoor, dan zien ze er zo zielig uit – en de dichtbundel. Het medisch verslag houdt ze zo summier mogelijk; de kuil in het matras stoort haar nog het meest. Misschien vóór het weekend al naar huis. Ja, ik lees hier alleen maar niemendalletjes. En Van Gogh in de Beurs van Berlage, zou dat er nog van komen? Natuurlijk. Eerst helemaal opknappen en dan plannen maken. De bezoektijd wordt ruimschoots overschreden.

Bram brengt me in no time op de snelweg. Dus het kan wel. Ik zeg het maar niet hardop.
Denken doe ik des te meer. Hier zit ik in de auto met een postume stem. Vanuit het universum wijst Bram me de weg. Geen wonder dat hij zo geduldig is.