Verwondering in de Zaanstreek

dsc04991
Na de mooie tv-serie Tuinen van Verwondering, wordt het hoog tijd voor een serie blogjes over de bijzondere tuinen in mijn eigen omgeving. Natuurlijk, maar helaas, zijn er in dit Zaanse gebied geen tuinen van enorme afmetingen te vinden, maar in het klein valt er veel te genieten. En er is genoeg om je over te verwonderen.

Haaldersbroek is zo’n karakteristieke plek. Hier vind je oude (maar ook nieuwe) Zaanse huizen, een oud schoolgebouwtje – nu woonhuis – en een enkele kleine boerderij. Een daarvan bezocht ik in de jaren tachtig met enige regelmaat. Hier bevond zich namelijk galerie Bramkha, door Jan Kees Vergouw opgericht in 1984. De naam herinnert aan zijn vader, Abraham Vergouw, een niet onverdienstelijk schilder en beeldhouwer, die de laatste jaren van zijn leven werkte in het atelier van zijn zoon. Vele (Zaanse) kunstenaars werden hier in de gelegenheid gesteld hun werk te tonen. Op de zondagmiddagen was het bezoeken van de exposities een leuk uitje, dat ik vooral met Ina ondernam.

Dit is al lang verleden tijd. Ina is gestorven en in 1992 sloot de galerie zijn deuren. De naam ‘Bramkha’ (Brams plek) zal niet veel mensen meer wat zeggen.

Toch is gelukkig niet alles verdwenen; de beeldentuin, naast het huis, is nog volledig intact. Als eerbetoon van Jan Kees Vergouw aan zijn vader. Hoe vaak ik er ook langskom op mijn wandelingen, hoe vertrouwd de plek ook is, het verveelt nooit. In alle seizoenen, alle weersomstandigheden, op de verschillende momenten van de dag, steeds weer ziet de tuin er anders uit. De betonnen beelden blijven boeien. De tijd doet hen goed.

dsc04396

En toch lijkt het steeds weer dat de tijd stilstaat: het gras groeit, de bomen botten uit, dor blad dwarrelt her en der – stoïcijns houden de beelden op hun eigen plek de blik van de bezoeker gevangen. Streng en speels. Een organisch geheel. Al meer dan veertig jaar.

dsc04399

Zo ook vandaag. Ik scheur mij los. Al filosoferend sla ik linksaf. Langs weiden en water. Hier liggen de woonboten, aan tot kleine paradijsjes vertroetelde tuintjes. Ook hier valt het blad. Dat wat verscholen was, komt genadeloos aan het licht. En zo sta ik dan plotseling oog in oog met een uit de kluiten gewassen voorwerp, dat ik maar al te goed ken.

kaasschaaf

Met een vette grijns en in opperste verwondering vervolg ik mijn weg.

Luxeprobleem?

tataren

Ik zet de tv aan en kom onbedoeld midden in het programma ‘Uitgebloe(i)d’ terecht. De overgang. Daar gaat het over. Programmamaakster Ingeborg Beugel heeft het er erg moeilijk mee. De lichamelijke en geestelijke veranderingen spelen haar parten. Haar ervaringen deelt ze, in een documentaire, met al de vrouwen die onvoorbereid en slecht geïnformeerd de overgang ingaan.

Onvoorbereid? Slecht geïnformeerd? Als vrouw weet je toch wat je op een zekere leeftijd boven het hoofd hangt? Er wordt al decennialang over geschreven. Het boek ‘Overgang’ van Germaine Greer (wat regelmatig in beeld komt) is jaren geleden uitgekomen.

Over het geheel genomen vind ik het een programma met een hoog stampvoetgehalte: vriend begrijpt het niet, de kinderen willen haar nog maar steeds geen kleinkinderen geven, nieuwe vriend wil niets horen over de klachten. Linda wil het onderwerp niet opnemen in haar blad. (Koop dan een Margriet of een Libelle, zou ik zeggen)

Op naar een cursus over de overgang. Allemaal jankende vrouwen onder een rood Ikea-dekentje. Een geleide meditatie om jezelf als meisje terug te zien en daarna allemaal aan het schilderen. Hoera! De zakdoeken zijn niet aan te slepen. Nee, vindt Ingeborg, deze vrouwen zijn niet bezig met de overgang, zij hebben allerlei andere problemen.

Een tweetal gynaecologen doet nog, niet onverdienstelijk, een positieve duit in het zakje, evenals een echtscheidingsadvocate.
Toch blijkt, al met al, dat er doorgaans weinig begrip en interesse is voor de vrouw in de overgang. De overbodige vrouw, want ‘vroeger’ zouden vrouwen deze leeftijdsfase niet eens bereikt hebben. In het dierenrijk gaan vrouwtjes dood, wanneer er geen eitjes meer worden geproduceerd.

Op de middelbare school wordt er ook al nauwelijks of geen aandacht aan het fenomeen geschonken. Ja, in het biologieboek wordt het woord genoemd, overgang, groen gedrukt, maar dat is dan ook alles. De biologieleraar geeft met enige tegenzin toe, dat het misschien wat uitgebreider ter sprake zou kunnen komen. Beugel spreekt er een aantal jongeren over aan. Echt geïnteresseerd kan ik ze niet vinden, deze pubers, en geef ze eens ongelijk; hun leven staat op het punt te beginnen, en moeten deze jongens(!) zich nu echt gaan verdiepen in een probleem, waar ze straks misschien alleen maar zijdelings mee te maken krijgen? Wat ze nooit aan den lijve zullen ondervinden?

Gelukkig krijgt de programmamaakster via vriend nummer één een kleinkind wat ze kan knuffelen, zodat het gelukshormoon (oxytocine) geactiveerd wordt en koopt vriend nummer twee een dure bolide en maakt hij mooie foto’s van haar. Gelukkig vindt vriend één het niet zo heel erg dat vriend twee in haar leven is gekomen, want zij is een ‘full-time-job’. Vriend twee heeft het liever niet over nummer één en schenkt haar nog een glas dure wijn in.

Laten we hopen dat dit voor een aantal vrouwen een interessant en verhelderend programma is geweest. Voor de maakster heeft het waarschijnlijk (hopelijk) als een soort van therapie gewerkt. Alle dingen op een rijtje gezet en erachter gekomen dat je niet gek bent. Ervaren dat het toch wel goed komt, dat het leven nog steeds aangenaam en zinvol kan zijn. Dat iemand je nog steeds leuk kan vinden, dat je nog niet uitgerangeerd bent. Dan ben ik blij voor haar.

Dat mannen het niet (willen) begrijpen is eigenlijk wel logisch. Er zijn nogal wat zaken in het leven, die je pas kunt invoelen wanneer je het zelf hebt meegemaakt. Daarom kun je al deze ervaringen op het gebied van de overgang beter met vrouwen delen: een fles goede wijn op tafel, chocola erbij, een kaaskoekje, desnoods zakdoeken en dan alle verhalen een beetje aandikken. ‘Lekker’ zeuren. Jezelf niet al te serieus nemen.
En wanneer er echt problemen zijn – dat komt zeker voor, ik ben de laatste om het te bagatelliseren – dan zijn er specialisten bij wie je terecht kunt voor deskundige hulp.

———————————————————

Dan begint Nieuwsuur. De situatie op De Krim is zorgelijk. Voor de kleine groep Tataren die daar woont is het leven sowieso bijzonder moeilijk. Veel van hen speelt het verleden nog parten. Een oudere vrouw komt aan het woord. Ze houdt het niet droog tijdens haar schrijnende verhaal. Zelfs het knuffelen met haar kleinkind zal niet voldoende oxytocine aanmaken om haar geluksgevoel te verhogen; gelukkig is ze al jaren niet meer.

Ook zij was eens in de overgang. Ze heeft geen cursus gedaan, geen boeken gelezen. En ze heeft er zeker geen vriend met een grote, dure auto op nagehouden. Waarschijnlijk heeft ze niet eens de tijd gehad om zich met het verschijnsel overgang bezig te houden, laat staan zich erin te verdiepen. Misschien is er niet eens een woord voor.

Overgangsklachten? Cultuurgebonden? Een Westers luxeprobleem?
Het zou het laatste wel eens kunnen zijn.

———————————————————-

De foto van de Tataren komt van het internet.