Dansen in de polder

img088

Eindelijk was het zover. Het had nogal wat overredingskracht gekost, maar samen met mijn vriendin was ik op weg naar onze allereerste dansles. Het was niet naast de deur. In het dorp op de Hoekse Waard, waar we toen woonden, werd geen dansles gegeven. We fietsten dus een dik half uur naar het volgende dorp. Onderweg haalden we nog een paar vriendinnen op en een aantal jongens. Van de ene boerderij reden we naar de andere. Het was al donker toen we Klaaswaal binnen reden. Het warm verlichte gebouw onder aan de dijk leek ons te verwelkomen. Toch waren we gespannen; hoe zou het gaan? Hoe moeilijk zou het zijn? Zouden we het überhaupt wel leren? We zouden toch wel gevraagd worden? We kenden lang niet iedereen.

De glanzend gewreven vloer leek wel een spiegel. Onze leraar was een aardige, vrolijke, lenige man, die even snel een spagaat maakte, vanzelf weer overeind veerde en de ‘jongelui’ welkom heette. Hij liet er geen gras over groeien en al snel maakten we pasjes op de plaats: de quick-step. Toen in paren. Gelukkig bleef er niemand aan de kant, de muziek startte en ja hoor, we dansten. Nog niet helemaal vlekkeloos, maar aan het eind van de les waren we redelijk in staat de quick-step te dansen en hadden we een beginnetje gemaakt met de Engelse wals. Thuis oefenen, werd ons op het hart gedrukt. Met rode wangen fietsten we dezelfde weg weer terug, terwijl de groep steeds kleiner werd.

Zo gingen de weken voorbij. We vorderden. Ook de Veleta hadden we tenslotte onder de knie. De Weense wals was een heerlijkheid. Het was al winter toen we voor onze laatste les over de onverlichte weggetjes van de polder fietsten. Een kraakheldere sterrennacht. Koud was het. Maar binnen was het warm en goed. Het werd een feestelijke afsluiting. Pennywafels en Exota. We lieten zien wat we hadden geleerd. Het ging goed. De leraar was tevreden. We zouden op fuifjes en klassenfeesten geen gek figuur slaan.

Mooie herinneringen. Terwijl ik moeiteloos terug glijd in die tijd, weet ik nu dat het gaat om een totaalgevoel. Ervaring, gevoel, emotie.

De boerderijen waar we binnenkwamen, waren geheimzinnige burchten voor ons. Hoe ging het er toe? We hadden geen idee. Het rook er vreemd, onbekend. Het klonk er hol. Een rij klompen in de bijkeuken. Vaag hoorden we het geloei van de koeien, hun geschuifel. Een weeïge geur van melk. De boer, maar tegelijk vader, steevast met pet. De boerin, de moeder, aardig, maar kordaat.

Wij droegen onze nette rokken. Schoenen met gladde zolen, een hakje. Nylons, waar je heel voorzichtig mee moest zijn. We hadden gespaard voor ‘parfum’, waarvan we een druppeltje achter het oor hadden gedaan. De jongens droegen broeken met een vouw en tweed colberts. Je voelde de stugge stof, wanneer je je hand op hun schouder legde tijdens het dansen. Hun kleding was doordrongen van de geuren van de boerderij. Zaterdagavond. Het wekelijkse bad achter de rug; je ontwaarde een vage zeepgeur. Hun haar glom van de Brylcream en was strak naar achteren gekamd.
De vloer van de danszaal rook sterk naar boenwas. Als we binnenkwamen was het nog niet behaaglijk; de kachel was nog maar net aangemaakt.

Nu, vijftig jaar later, staat dit alles me weer helder voor de geest. Het gekke is alleen, dat ik dit toen niet zo heb ervaren als nu. We gingen naar dansles, eindelijk, daar ging het om. Maar het is wel degelijk geregistreerd. En het blijkt alweer, dat de geuren het belangrijkste zijn geweest. Geur borgt de herinnering, kennelijk.

Hóé de geest werkt, is me af en toe een raadsel. Maar dát hij werkt is een ding dat zeker is.

Advertenties