Meer haren op de tong

OLYMPUS DIGITAL CAMERAEr zijn woorden waar ik een gloeiende hekel aan heb. Duurzaam bijvoorbeeld. Het wordt te pas en te onpas gebruikt. En transparant, ook zo’n duistere uitdrukking. Neerzetten, in: een prestatie neerzetten. Op de kaart zetten, vreselijk: Door deze actie is Zeeland weer op de kaart gezet. O? Was Zeeland verwijderd? En iemand ergens van zijn: Ik ben wel iemand van het vuurwerk. Of: Ik ben niet zo van de spruitjes. De hand op de knip houden, nog zoiets. Zouden de politici en journalisten eigenlijk nog wel weten wat een knip is? Een stukje: dat geeft toch wel een stukje dankbaarheid. Dat gaat’m niet worden…… Brrr. Op de buis. Hoezo buis? Zo’n televisietoestel heeft bijna niemand meer. Van muziek wordt er nog steeds gezegd: op de plaat gezet. Er zijn zelfs al bijna geen cd’s meer te krijgen.

Gloeiende hekel of niet, feit blijft dat de taal verandert. Taal leeft. We spreken al lang niet meer zo als honderd jaar geleden. Er zijn veel nieuwe woorden bij gekomen. Er zijn woorden verdwenen.
Taal is ook moeilijk. Je bent al gauw geneigd datgene wat je hoort, te gebruiken. En vooral populaire taal van populaire mensen. Dus is het zaak kritisch te blijven: hoor je wat je zegt? Klopt het? Of praat je iemand die je bewondert na, omdat je denkt dat diegene het wel weet of omdat het interessant klinkt?

Er worden nog steeds oude uitdrukkingen gebruikt. Ook door journalisten. En zij weten vaak niet waar de klepel hangt van de klok die ze hebben horen luiden. De vraag is zelfs of zij nog wel weten wat een klepel is. Goed gebruik van de Nederlandse taal is zo belangrijk: er zou veel meer aandacht besteed moeten worden aan het vak Nederlands op school, op de opleiding. Goed formuleren, niet zomaar wat zeggen. Om blamage te voorkomen een spreekwoordenboek gebruiken is ook geen overbodige luxe lijkt mij.

Toch levert al dat kromme gepraat wel weer stof voor een blog. Gelukkig kunnen we erom lachen.
Hier volgt de oogst van een half jaartje verzamelen:

– Ik heb het zo goed als kwaad proberen te volgen
– Ik interesseerde me er altijd voor
– Wat me mateloos aan u irriteert (Er moest van een scherm worden voorgelezen: Wat me mateloos aan u intrigeert)
– Zinloos weer (Herman van der Zandt, gewoon leuk dus)
– De integriteit van de burgemeester van Maastricht is verder in het gedring gekomen
– Er is bij mij een soort van snaar geraakt (daar ben ik allergisch voor, die uitdrukking: soort van)
– Na enig zoeken vind ik ze toch terug in het struikgewas (Terugvinden, je hebt het al een keer eerder gevonden?)
– Zo tragisch dat die man zijn zoon is verloren (Nee, door goed zoeken in het stuikgewas zul je die zoon niet vinden. Deze man heeft zijn zoon verloren. Voorgoed dus)
– De maximale afstand waarop ik mag komen (Bedoeld werd: de minimale afstand)
– De langer we hier zitten de beter we beseffen wat we aan het doen zijn
– Dat moeten we allemaal niet steeds uit het oog verliezen (Allemaal, of met zijn allen, of met elkaar, door politici gebezigd, brrr)
– Het weer is bijna net zo mooi als de muziek van Beethoven (Prachtige uitdrukking, Marco Verhoef?)
– Het drama wat daarna heeft voltrokken
– Het was zo’n waanzinnig kippenvelmoment toen hij wegreed (Weer zo’n fijn ‘moment’..)
– En die kunst was allemaal endartet (Bedoeld werd natuurlijk: entartet, maar de d werd duidelijk uitgesproken. Net zo iets als omweer, omkruid)
– Er moeten talrijke maatregelen gebeuren
– Ik werd een beetje beu van al die verhalen over…..
– Meer haren op de tong krijgen
– Om een lans te steken
– Een visuele cirkel de verkeerde kant op
– De vlammen werden aangejakkerd
– Het kerkbestuur, die er heel erg van geschrokken zijn
– De anti-homo-wet heeft roet in het feestje gegooid
– Ik heb al een tijdje gehoord..
– Ze leven er allemaal naar uit
– Nokia wordt overgenomen door Microsoft. Herman van der Zandt: “Heel Nokia? Nee, een klein gedeelte blijft behouden.” (Heerlijk, die man. Hij kent zijn klassiekers)
– Als ze door de poort rijden is links het torentje van de minister president (En als ze niet door de poort rijden, waar staat het torentje dan?)
– Gebaseerd naar een boek
– Een mooi debat neerzetten
– Dat heeft ertoe gezorgd
– Het loopt nog niet helemaal synchroom (Familie van immuum?)
– Keiharde gewinterde terroristen
– Ik voel me een beetje alsof ik in een wagentje in een achtbaan zit, die omhoog wordt gehijst (Een wagentje die? Gehijst? Robbert Dijkgraaf! Maar hij weet dan weer wel moeilijke materie helder uit te leggen.)
– Gemeentes hebben moeite hun budget aan elkaar te knopen
– Visa versa
– Dat is voor mij die emotie (O, dat verfoeilijke woordje ‘die’!)
– Ik kan me voorstellen dat het voor iemand als jou… (Frans Bauer, ach….)
– Alles waar je je eigen aan irriteerde (Frans Bauer, idem….)
– Een schilderij staat al jaren bovenop mijn lijstje (Ik zou dat schilderij ín dat lijstje willen hebben)
– Het kanaliseert zich heel erg uit
– Zolang alles goed gaat, is er niets aan de hand

En zo is het maar net…….

——————————————————————————————————————-
De foto komt van het internet

De eerst serie merkwaardige uitdrukkingen staat in:
De beschuldigde vinger: http://wp.me/p36K0e-a6

Kinderspel

Wanneer de uitdrukking: ‘Dat is (maar) kinderspel’ gebruikt wordt, bedoelt men meestal dat iets heel simpel is.

Vroeger, toen ik mijn dochters zag en hoorde spelen, had ik daar al andere ideeën over. En nu maak ik dit met mijn kleinzoons (zes en zeven) weer mee en ik weet heel zeker: kinderspel is geen kinderspel!
In de eerste plaats vindt er een zeer ingewikkelde vermenging plaats van heden, verleden en toekomst. Let maar op het taalgebruik: “En toen was deze ridder ‘gedodigd’ en toen moest die van jou vluchten, maar hij was niet echt bang.” Hun spel vindt plaats in het heden, maar wat er gedaan moet worden, of wat er gaat gebeuren, de toekomst dus, wordt in de verleden tijd gezegd. Dat is reuze ingewikkeld, maar het rolt er zo uit, zij hebben daar geen enkele moeite mee. Verder ontstaat het spel vaak uit niets. Een doos kan een boerderij zijn, een kistje is een vijver. Een wc-rol doet dienst als pistool. Ze spélen niet met de auto’s, ze zijn ze: welke wil jij zijn? Vaak zijn ze er dan ook nog twee tegelijk. Auto’s rijden niet per se over de grond. Al het meubilair wordt benut: ze rijden over de voor hun bereikbare planken van de boekenkast, over de stoelen, de bank, de schoorsteenmantel, de tafel. In hun hoofd ontstaat een heel parcours, wat ze beiden exact op dezelfde manier gebruiken, zonder dat daar vaste afspraken over zijn gemaakt.
Het spel speelt zich altijd af tussen slechteriken en ‘goeieriken’. De laatsten winnen natuurlijk, maar dat gaat niet zonder slag of stoot: pfieuw, pfjoe, tsssj, enz. De kleine meid is inmiddels vier en mag nu ook ‘iets zijn’. Ze heeft goed naar de jongens gekeken en geluisterd: ze voegt zich moeiteloos in het spel. Voor haar hoeft het niet zo nodig over dood en leven te gaan. Of over rechtvaardigheid. Een vader, een moeder en een baby’tje liggen meer in haar lijn. Het wordt getolereerd.
Alles en iedereen kan naast elkaar bestaan: dino’s naast auto’s en ridders. Allerlei dieren bevolken dit wereldje en ze kunnen uiteraard praten (..en toen zei hij…..). Ze verstaan elkaar allemaal en ze kunnen zeer verstandige dingen zeggen. Het spel heeft geen aanloopje nodig; het begint gewoon en ze zitten er gelijk midden in.

Kinderspel. Het is maar net hoe je het bekijkt. Konden volwassenen nog maar zo flexibel en speels in het leven staan. Wij spelen dat alles echt is. En dat is geen kinderspel.

DSC06034