Ships that pass….

boeket

De aula zit vol. Ik kijk naar het blauwe raam, dat van onder naar boven toe steeds lichter wordt van kleur. Aan de bomen die erdoorheen schemeren zit hier en daar nog een geel blad. Takken buigen, de regen striemt tegen het raam. Op en rond de kist golft een zee van kleurige bloemen. Hij hield van bloemen, stond er op de kaart. Dat hebben velen ter harte genomen.

Adios Nonino van Carel Kraayenhof vult de kille ruimte waar de airconditioning nog wat graden vanaf blaast. Ik sla mijn sjaal om en besluit me er verder niet aan te storen. De uitvaartleidster heeft de touwtjes stevig in handen en leidt ons op professionele wijze door dit moeilijke, maar onvermijdelijke halve uur. Twee toespraken, afgewisseld met muziek. Eenvoudig en sober. Passend bij degene om wie dit allemaal draait. Een gedicht, voor de achterblijvende echtgenote.

‘De Vlieger’ van André Hazes klinkt. De muziek heeft hij zelf uitgezocht, toen hij wist hoe hij ervoor stond. Ik dwing mezelf naar de tekst te luisteren en niet weg te dromen.

Zijn broer houdt een toespraak. Een terloops uitgesproken zinnetje blijft echoën: na een slechte jeugd….. De link met het verklonken lied is subtiel en onbedoeld, waarschijnlijk, maar maakt de treurigheid van het moment nog intenser.

Op verzoek staan we op en gedenken hem in stilte. Ik ben verbaasd over de enorme hoeveelheid gedachten die zich in zo korte tijd verdringen in mijn hoofd. Kende ik deze man? Ik kwam hem tegen op de volkstuin. Daarom ben ik hier. We maakten af en toe een praatje. Een aimabele man. Rustig en behulpzaam. Aardig en positief. Het klinkt als een dooddoener: ‘hij stond voor iedereen klaar’, maar het is een waarheid als een koe. Hij gaf mij een restje pootaardappels. Deelde gul uit van zijn oogst. Hij spoot de kruiwagens van de vereniging in vrolijke kleuren……

Door de woorden van de mensen die hem na stonden, door de muziek, door de tekst van zijn vrouw op de kaart, door de grote belangstelling, de kleurige ode aan hem rond de kist, lijkt het dat ik hem postuum nog een beetje leer kennen.

In het condoleanceboek zie ik weer de rouwkaart. In de rechterhoek op de voorkant zwemt een witte zwaan. Nee, denk ik dan, ik kende je niet. Maar je hebt me vanmiddag op de valreep een glimp van je wezen gegund.

Ships that pass in the night. Zo gaat het, in leven en dood.

Advertenties

Soezen

soezenAl vanaf zijn vroegste jeugd hield hij van mollig. Het liefst lag hij als baby tegen de volle, zachte, warme boezem van zijn oma. Als kleuter speelde hij altijd met wat steviger meisjes. Zij vonden hem ook leuk. En aardig. Vaak nam hij van huis stiekem snoep mee, om hen te verrassen.

Hij groeide op tot een leuke puber. Vriendelijk voor iedereen, maar nog steeds met een voorkeur voor dikke meisjes. Die genoten van zijn aandacht en zijn gulheid. Het was een aangenaam tegenwicht tegen het gepest door klasgenoten vanwege hun omvang.

Toen hij als student een aantal maanden om Tracey heen had gedraaid, en haar rijkelijk had voorzien van marsen en frisdrank bij de automaat, vond hij het tijd worden om haar verkering te vragen. Gretig ging zij hierop in.

Hij vestigde zich als arts. De bruiloft werd gevierd en het stel trok in een riante bungalow. De praktijk liep zo goed, dat Tracey niet hoefde te werken. Wat werd ze in de watten gelegd. Elke dag nam hij dozen gebak voor haar mee van de banketbakker. En koken hoefde niet: hij zorgde voor pizza’s, of iets van de snackbar.

Toen zij niet meer kon lopen, liet hij een extra verstevigd bed voor haar maken. Ook begon zij nu om eten te vrágen. Met liefde nam hij het voor haar mee. Hij wist alles van calorieën; hoe meer Tracey, hoe heerlijker hij het vond.
Zijn verdriet was daarom groot, toen hij op een middag thuiskwam met een grote doos soezen en zijn vrouw met gebroken ogen tegen de kussens geleund zag. Ontroostbaar was hij.

Het was een sobere begrafenis. Hij hield een korte toespraak en klampte zich in zijn wanhoop vast aan de uitvaartleidster. Hij drukte zijn gezicht in haar volle, warme boezem. Liefste, kom, ik heb nog soezen, sprak hij gesmoord….

——————————

Dit is een verhaal in de serie WE-300. Een schrijfuitdaging van Plato (http://platoonline.wordpress.com/, hier kun je ook andere leuke, spannende, ontroerende verhalen lezen). De bedoeling is een verhaal te schrijven van 300 woorden, waarin een bepaald woord niet mag voorkomen, terwijl het wel duidelijk moet zijn dat het daarom gaat. In dit geval was het verboden woord: verwennen

Zie ook andere berichten in de categorie WE-300, bijvoorbeeld:
De brief: http://wp.me/p36K0e-bl
In The Looking Glass: http://wp.me/p36K0e-9N
Struikelen over het verleden: http://wp.me/p36K0e-9U

Foto van internet