Onze vader

20160719_142650

Als kleine jongen al zocht hij
De boerenwijsheid
Meer vanzelfsprekend
Dan welbewust

Misschien door de weidse weiden
De stromende rivier
De lome blik van de koeien
De noodzaak van het mes

Toen hij vader was
En ons bezwoer dat
Wijsheid met de jaren kwam
Was onbegrip
En soms ook ongeloof zijn deel

Maar door de jaren
Die wij telden
De boeken die hij naliet
Zijn eigen wijze woorden
Zijn berusting
En mildheid later

Besefte ik maar al te goed
Dat hij het gelijk aan zijn kant had

En nu nog steeds
Lichtjaren ver

——————————————————————————————————————-

Hij zou nu 95 jaar geworden zijn.

Advertenties

De woorden vinden

DSC09706Lieve pa,

Ruim een week geleden zou je jarig zijn geweest. Ik heb, uiteraard, aan je gedacht. En aan hoe wij vroeger de verjaardagen vierden.

Altijd was het warm. Daar had je een hekel aan. Maar op de patio was het goed te doen. In gedachten kom ik weer aanrijden en parkeer, op jouw advies, aan de overkant van het pleintje. Daar zal de eerste schaduw komen, dan blijft de auto koel. De goed verzorgde voortuin showt zijn overdaad aan bloemen. Straks laat je het zonnescherm zakken.

De vertrouwde geur als de voordeur open gaat. Warme begroeting. Goede reis gehad? Ik leg mijn sleutels op het glazen haltafeltje met de gekrulde metalen pootjes. De kamerdeur gaat open, vertrouwd geluid, en ik kijk door de eetkamer heen recht in de keuken waar mam het koffiezetapparaat heeft aangezet. Op het theeblad staan de kopjes klaar. Het tinnen suikerpotje. Het zestiger-jaren gebakstel op de keukentafel. Vanochtend vroeg heb jij de bestelde gebakjes bij de bakker opgehaald.

De rotan bank op de patio ziet er uitnodigend uit met de vrolijk gekleurde kussens. Op het tafeltje een geborduurd kleedje. Het tuinbeeldje in de hoek. Begonia’s in de border. Alles netjes.

De stemming is goed. We zijn blij elkaar te zien. Bloemen voor mam. Jij pakt het cadeau uit. Natuurlijk een boek. En niet zomaar een. Vroeger zei je oudste zoon al ‘dat jij altijd God-boeken las’. Het moest wel ergens over gaan; religie, filosofie, evolutie.

Voor deze verjaardag – je zou drieënnegentig zijn geworden – heb ik weer een boek voor je gekocht. Ik weet zeker dat je het graag had gelezen. Nu lees ik het. Met jou in gedachten. Je zei wel eens: ”Om dit soort boeken te begrijpen, moet je wel wat ouder zijn.” Zover is het nu.

In dank, je dochter.

——————————————————————————————————————-

Dit is een tekst in de serie WE-300, een schrijfuitdaging van Plato (Hier kun je meer leuke, spannende, bijzondere WE-verhalen vinden). Het werkt als volgt: Schrijf een tekst van 300 woorden, waarin het sleutelwoord niet mag voorkomen. In dit geval was het verboden woord: gedenken.

Lees ook: Sterven in juni

Omringd met familie

img025

Ziehier de zeven zusters
Van oud naar jong
In hun goede goed
Hun zondagse japon
Met versgesteven kraagjes
Eén heeft een lage hals
Aangerimpeld kant met
Zwartfluwelen strikje
Zo komt de ketting beter uit
Verder een bril, een armband
Een horloge zelfs

Ik zie ze bij elkaar
De krulspelden indraaien
Papillotten misschien
Hoor ze giechelen, kibbelen
En kijk
Allemaal dezelfde neus
Geërfd van vader
De oudsten hebben al
Een kunstgebit
Zo ging dat vroeger

Van voorzichtige glimlach
– De oudste, zij kent het leven –
Tot uitbundig bakvisplezier
Geërfd van moeder
Die het lachen na elf kinderen baren
Voeden en verzorgen
Toch nog lang niet is vergaan

Ik ken ze als mijn tantes
Jans, Ma en Anna
Bé en Rie
En de twee jongsten, Ina en Grietha
Maar Ma heet Maartje en Rie Marie
Beatrix is de doopnaam van Bé
Namen die al eeuwen
In onze familie worden doorgegeven
Zoals ook Johanna, Jannigje, Grietje
En Clasina Maria voor Ien

Dertien kinderen krijgt Jans
Anna sterft het jongst
Rie trouwt als laatste
Pas na haar moeders dood
Altijd zo trouw gezorgd
En zichzelf vergeten
Door een van haar broers
Nee, niet mijn vader
Gekoppeld aan verlaat geluk

De vier broers
En deze zeven zussen
Met liefde omringd
In liefde grootgebracht
Hebben in liefde
Het leven doorgegeven

————————————————————-

Zie ook: Foto met opdracht -over de vier broers- http://wp.me/p36K0e-cG

Foto met opdracht

img020

Ziehier de vier broers
Ze mogen er zijn
Mijn vader en drie ooms
Gerangschikt naar hun leeftijd

Fris gewassen en geschoren
Gekapt naar de laatste mode
Keurig in het pak
Een schone boord
De stropdas perfect gestrikt
Glimmend gepoetste schoenen

De jongste lijkt ernstig
De anderen zien het zonniger in
Alle vier – voor de grap? –
de handen op de rug
En wat is in hemelsnaam
De decoratie op de revers

Wanneer was dit en waar
Welke gelegenheid
Wie was de fotograaf

Het lot van kinderen
Bij het doorbladeren
Van de vergeelde fotoboeken
Die de ouders achterlieten

Ik ken het nog uit mijn schooltijd
De opdracht in het taalboek
Bedenk bij de plaatjes
Een verhaal

Van boeken krijg je nooit genoeg

Wordpress1

Er werd bij ons thuis veel gelezen. We hadden een kast vol boeken. Toen wij nog analfabeet waren, mijn broers en ik, werden we voorgelezen. Mijn vader las na de avondmaaltijd altijd uit de kinderbijbel van Anne de Vries. We hingen aan zijn lippen; hij kon goed voorlezen. De prachtige illustraties van Jetses kregen we pas te zien als het verhaal uit was.

‘Zomaar’ voorlezen gebeurde ook. Bijvoorbeeld uit ‘Het Tovervisje’, waarvan de plaatjes bij elkaar gespaard werden bij Van Nelle thee en koffie. Op een zondagmiddag na de obligate wandeling zaten mijn oudste broer en ik aan weerskanten van mijn vader op de divan. Hij las voor uit De Wonderschelp. Een verhaal over Piggelmee, net als Het Tovervisje. Toen het midden in een woord ineens stil werd, en wij verbaasd opkeken, zagen wij dat vader in slaap was gevallen. Door de frisse buitenlucht waarschijnlijk en een hele week hard werken, tot en met zaterdagochtend.

Mijn moeder las ons gedichtjes voor van Annie M.G. Schmidt. We genoten. En, een groter contrast is nauwelijks denkbaar, gedichten van Willem de Mérode: Waar is Vitellus, de wafelverkoper. Ik kende het op het laatst uit mijn hoofd, die prachtige cadans. Ook de sprookjes van Andersen waren door ons geliefd: De Sneeuwkoningin en Het Sparreboompje, winterse verhalen waar ik warme herinneringen aan bewaar.

img018

Wij leerden zelf lezen. En hoewel we het niet breed hadden, zoals dat heet, kregen we toch regelmatig een boek. Verjaardagen en sinterklaas waren uitgelezen gelegenheden om er een cadeau te krijgen. De boeken van de Arbeiders Pers waren bij ons goed vertegenwoordigd. Maar er viel ook het een en ander te sparen, bij pindakaas en jam bijvoorbeeld, waardoor wij in het bezit kwamen van boekjes over Arretje NOF en Flipje. En na de kerstviering van de Zondagschool was er altijd weer een nieuw deeltje van W.G. van de Hulst: Van de boze koster, Voetstapjes in de sneeuw. Heerlijk, hoe dramatisch het verhaal ook was, op de laatste bladzijde kwam het altijd weer goed.

Mijn opa heeft, ook wat boeken betreft, een grote rol gespeeld in mijn leven. Van hem kreeg ik leuke, fantasievolle kinderboeken. In pocketuitvoering, heel bijzonder! Prachtig vond ik Knikkertje Lik, Jeroen en de Zilveren Sleutel; ik heb ze letterlijk stukgelezen. Toen ik volwassen was, begreep ik pas de filosofische strekking van de verhalen. En de link naar de Griekse mythen. Ik ben hem daar heel dankbaar voor. Maar ook voor de literatuur die hij me, tijdens mijn HBS-periode, aanreikte: Vestdijk, Louis Paul Boon, Leo Vroman.

Lezen, ik ben ermee opgegroeid. Mijn kinderen uiteraard ook. En zij geven het weer door aan hun kinderen. Nog even, dan zijn zij groot genoeg en kan ik ze mijn lievelingen voorlezen. Ik begin met Knikkertje Lik. En daarna……

Zomers van toen

Vroeger duurde de zomer lang. Lang genoeg om alles te doen wat je je aan het begin van de vakantie had voorgenomen. Er waren geen regenachtige dagen. En gebeurde dat toevallig toch een keer, dan bouwden we een hut in de kamer, waar we ook in mochten eten. Eindeloos speelden we buiten. Op de ‘landjes’ stikte het toen nog van de rupsen. Geen zorgen om het uitsterven van de vlinder. Een veldboeket plukken was een heerlijke bezigheid. En zo dankbaar; mijn moeder was er altijd heel blij mee. Ze leerde ons de namen van de bloemen. Daar heb ik nu nog plezier van. Salamanders lieten zich gemakkelijk vangen. En even zo gemakkelijk verdwenen ze weer uit de zinken teilen waarin mijn broer hun terrarium had ingericht. We doorzochten de hele schuur: weg waren ze. Dagen zaten we aan het slootje om te vissen. Wat we vingen lieten we weer vrij. De geur van versgevangen vis; ik ruik het nog.

Met mijn nichtje C logeerde ik bij oma en opa van moeders kant. In hun achtertuin bloeiden de hele zomer dahlia’s in alle kleuren en maten. Daarin stikte het altijd van de oorwurmen. Op zaterdag mochten we opa helpen het grind aan te harken, zodat het er voor de zondag netjes bij lag. Aan de overkant van de weg was de boomgaard. Heerlijke peertjes groeiden daar. En wij konden goed klimmen; het hek was een makkie. Voor het oversteken hoefde je niet eens uit te kijken, er was zo weinig verkeer. We gingen daar ook graag naar het zwembad. Soms mochten we iets kopen, een stroopsoldaatje bijvoorbeeld. Met opa wandelden we over ‘Het Zwarte Pad’. Waarom dat zo heette was niet bekend, het was niet zwart. Hij vermaakte ons met grappige uitdrukkingen, woordgrapjes. En hij heeft ons, dat weet ik nu, op het spoor gezet van de filosofie. Als het al een keer slecht weer was, mochten we op oma’s handnaaimachine poppenkleren maken. Ze leerde ons de kneepjes van het vak.

Bij opa en oma van vaders kant kwamen we ook altijd in de zomer. Op oma’s verjaardag. Met de neefjes en nichtjes speelden we op de bleek. Aan de overkant was een weiland. Je kon daar op het hek zitten mijmeren. En als je durfde ging je naar de koeien, als die er waren. Met mijn vader durfden we altijd.
Soms nam hij ons mee naar de spoorlijn. Daar kon je dichtbij komen, maar gevaarlijk was het wel. Opletten dus. We gingen iets spannends doen. Eerst legde mijn vader zijn (goede) oor op de rails. Als hij hoorde dat de trein in aantocht was, plakte hij met spuug een cent op de rails. Op ruime afstand wachtten wij tot de trein voorbij was gedenderd. Dan was het zoeken geblazen naar de cent, die zo plat was als een dubbeltje.

img038

Op zulke zonnige, warme dagen als nu, gaan mijn gedachten terug naar de zomers van toen. Mooie tijden waren dat. We hebben leren genieten van kleine dingen.

Zie ook andere berichten geplaatst in de categorie familie, bijvoorbeeld Het laatste woord: http://wp.me/p36K0e-1V

Oidipous

Een donderslag bij heldere hemel
Doet mij de oren suizen
Geen wraak
Doch welgezind is mij de dood
Met vaste tred
Betreed ik werelden die ik nooit zag
Of ooit zal zien

Onkundig van de vloek was ik
Mijn leven lang
Blind voor het lot
Dat mij volgde als
Mijn eigen schaduw

Uit angst verstoten
Maar eens een prins
Maakt een mens
Voor altijd
tot een koningszoon

Ik die het raadsel van het leven ken
Was niet bekend
Met hem die mij het leven schonk
Daar waar heden,
Verleden en toekomst
Zijn verknoopt
Beroofde ik hem van het zijne

DSC07634

O, moeder, mijn vrouw
Wee mij,
Die jouw verborgen ruimte deelde
Met mijn eigen gebroed
Onwetend, onbewust

Maar nu
Kenner van het eigen lot
In mijn zelf geschapen duister
Lijkt niets wat het is
Is niets wat het lijkt

In grote eenzaamheid
Daal ik af
Ongebonden
Het doel bereikt
Slechts mens geweest
Op aarde

DSC07021

Sterven in juni

Waarom zou je sterven in juni? Na de voorzichtige start in mei is de natuur nu echt op dreef. De zon heeft zijn grootste kracht; de dagen zijn zo lang als het maar kan. Een zoele wind voert de zoete geuren van de zomer mee. Het leven is vol beloften.

Maar er sterven mensen in juni. Mijn vader stierf in juni. Met een gelukzalige, tevreden glimlach op het bleke gelaat. Klaar met het leven, dat er niet makkelijker op werd. Goed geleefd; zo goed mogelijk. Naar eer en geweten. Alle talenten benut. Een huwelijk met ups en downs, maar liefdevol. Drie kinderen met toewijding groot gebracht. Vijf kleinkinderen liefde en aandacht gegeven. Drie achterkleinkinderen vertederd op schoot genomen.

Een leven met mensen. Met God. Met boeken. Filosofisch, sociaal, intelligent, betrokken. Verwondering. Bewondering voor alles wat leeft. De natuur als leidraad. Het boerenleven als ideaal. Maar alles met een knipoog; humor is een groot goed.

Mijn vader stierf in juni. De maand van volop leven. De maand van groei en bloei. De oogst al zichtbaar.
In de moestuin laat ik mijn gedachten de vrije loop. De schrepel die hij in zijn tuin gebruikte in de hand, het onkruid te lijf. Ik leg bonen, aard de aardappels aan. Zaai wortels naast uien. De vragen die ik hem nog had willen stellen worden woordeloos uitgesproken. Doe ik het zo goed? Antwoord komt altijd. Het stemt me dankbaar.

Het is niet makkelijk
Te sterven in juni
Terwijl
Het leven uit zijn voegen barst
Maar je weet
Dat het klaar is
Je schikt je in het
Onvermijdelijke
Je geeft je over
Je laat je gaan

En wij verstild
Nu definitief
Op eigen benen
Goed toegerust
Maar toch
De eerste stappen
Onwennig en onvast

Not April is the cruelest month
But June

En vader, weet je nog
Van toen
Die dag dat je mij
Mijn ware naam onthulde
Op een stukje papier
Gescheurd van de krant
In jouw vertrouwde
Verzorgde handschrift
Een document

Nooit zo genoemd
En toch
Een beetje opnieuw geboren

DSC07855

In memoriam Johannes
10 juli 192121 juni 2010

Icarus

Kom jongen
Wees niet bang
Deze vleugels maakte ik
Voor jou
Licht als een veer
En zo sterk als mijn liefde
Voor jou
Stijg op en volg mij
Mijn zoon

Blijf ver van het water
Blijf ver van het vuur
Doorklief de lucht
En land veilig op aarde

Ach vader
Wees niet boos
Deze vleugels die je maakte
Met jouw liefde
Voor mij
Zij brengen mij
Hoog boven het water
Ik brand van verlangen
Duizelingwekkend vergeten
Eén ademtocht slechts
De aarde tegemoet

DSC07665

Vissen

DSC06470

Zomerse dag
Stilte
Een zachte bries
De koeien loom in de wei
Buiten is het goed

Mijn vader
Was hij toen al mijn vader?
Karakteristiek:
De mouwen opgerold
De stropdas thuis gelaten
Horloge om de pols
De hengel losjes in de hand

Staren en denken
Levensvragen dobberen
Op het gladde water
Wie bijt?
Wat haal je op?

Je intens gelukkig weten
Mens te zijn
Hier en nu

Beet!