Munch : Van Gogh, voor het laatst

img096
Het is een luxe om niet al te ver van Amsterdam te wonen. Zodra het in je hoofd opkomt, kun je de trein pakken en een museum bezoeken.

In november ga ik op een vroege zondagochtend naar het vernieuwde van Goghmuseum voor de tentoonstelling Munch : Van Gogh. De “eftelingrij” is nog niet al te lang, en met een vooraf uitgeprint toegangsbewijs moet het mogelijk zijn om snel binnen te komen. En dat lukt.

Er is een enorme hoeveelheid personeel aangetrokken om alles in goede banen te leiden. Iedereen gaat door de juiste poortjes, over de juiste trappen naar de juiste ingang. Want denk niet dat een uitgang ook ingang is! Daar zit namelijk een jongen – die natuurlijk ook maar doet wat hem is opgedragen – op een krukje mensen weg te jagen die door de openstaande deuren naar binnen willen. Stel dat je halverwege de tentoonstelling begint! Tegen de stroom in!

Ik begin dus netjes bij het begin. Mijn blik wordt direct al getrokken door twee schilderijen die ik noch aan van Gogh, noch aan Munch kan toeschrijven. Het blijken schilders die Munch hebben geïnspireerd. Ik ben verkocht. Christian Krohg en Hans Heyerdahl maken een verpletterende indruk. Kwam ik niet voor de aangekondigde schilders? Voor nota bene Munch in een Nederlands museum. Ja, maar…..

Ik scheur me los en dwing mezelf de korte film te bekijken, waarvan ik de nodige toelichting verwacht. Dat valt een beetje tegen. Over van Gogh is inmiddels redelijk veel bekend, over Munch had ik nog wel meer willen weten.
Maar als ik zijn schilderijen daarna op me laat inwerken, wordt mij toch een heel verhaal verteld. Vooral verduidelijkend is zijn schets met begeleidende tekst waaruit blijkt hoe het schilderij “De Schreeuw” is ontstaan. Een paar woorden zijn al genoeg om de sfeer van dat moment, dat uur, die dag op te roepen. En nee hoor, niet de persoon schreeuwt, het is de natuur:
Wanhoop.
Ik wandelde over de weg met twee vrienden – toen ging de zon onder. De hemel werd plotseling bloedrood en er sloeg een golf van weemoed door me heen. Ik bleef staan en leunde tegen het hek, dodelijk vermoeid. Boven de blauwzwarte fjord hingen bloed en vlammentongen. Mijn vrienden liepen verder, ik bleef trillend van angst achter – en voelde een luide, eindeloze schreeuw door de natuur gaan.

Die weemoed en wanhoop is als een roofvogel, die zich in zijn hart heeft vastgebeten, zich in zijn ziel heeft genesteld, en zijn verstand heeft verduisterd. Ook hiervan in de vitrine een schets met tekst.

Munch en Van Gogh. Ik betrap mezelf erop dat alleen de eerste mijn volledige aandacht krijgt. De beide schilders leefden voor een deel in dezelfde tijd. Ze hebben elkaar echter nooit ontmoet. Het komt op mij een beetje geforceerd over om ze expliciet ter vergelijking bij elkaar te hangen. Ook al lijden beiden aan geestelijke onrust, toch is hun werk totaal verschillend. Van Gogh schildert over het algemeen naar de natuur, voor Munch is het psych(olog)ische veel vaker het uitgangspunt. Een bekende uitspraak van hem is dan ook: “Ik schilder niet wat ik zie, maar wat ik zag!”

Hoe goed bedoeld ook, ik vind de trend die je tegenwoordig in een tal van musea aantreft, niet altijd even gelukkig gekozen. Er worden steeds weer (vermeende?) verbanden gelegd. Schilders met elkaar vergeleken, aan elkaar gekoppeld. Invloeden toegedicht, waarvan ik me soms afvraag of het wel klopt. Ik vind het vaak rommelig en moet te veel schakelen.
Uiteraard wordt de kunstenaar beïnvloed: door anderen, door de tijdgeest, door de omgeving, maar toch blijft zijn kunst heel persoonlijk en is deze niet met die van anderen te vergelijken.

Die manier van verbanden leggen, overeenkomsten of verschillen zoeken zal wel met de huidige tijd te maken hebben: alles wordt gecommuniceerd, gedeeld en becommentarieerd. Het moet lekker luchtig zijn. Iedereen moet overal over kunnen meepraten, zijn mening over kunnen ventileren. (Tja. Een beetje zoals ik nu dus ook doe…….)

Ik houd van een chronologische opbouw van een tentoonstelling, zodat je de ontwikkeling van de kunstenaar ziet aan zijn eigen werk. Ik vind het dan ook grappig op de site van het museum te lezen, dat dit ook gold voor beide schilders:
Vincent en Edvard hadden ieder voor zich grote plannen voor hun belangrijkste werken. Ze wilden ze als een samenhangend geheel laten zien, als een serie. Daardoor zouden hun schilderijen meer betekenis krijgen.

Toch heeft het Van Gogh gekozen voor een meer thematische indeling. Het zij zo.

Hans_heyerdahl_fiskergutten_1886

Gisteren realiseerde ik me ineens dat de tentoonstelling op zijn einde loopt. Nog één keer rondlopen en de verse sneeuw van Munch zien. Een schetsje maken van de roofvogel. Maar vooral….. me nog één keer verlustigen aan zijn inspiratiebronnen: Krohg en Heyerdahl. Nog één keer de jongen aandachtig naar zijn hengel zien staren. Nog één keer de uitgeputte moeder en haar vol overgave slapende, rozige baby zien. Ik kan er weer tijden tegen!

Christian_Krohg-Sovende_mor_med_barn_1883

——————————————————————————————————————-

De afbeeldingen van de schilderijen van Krohg (Slapende moeder met kind) en van Heyerdahl (Vissersjongen) komen van het internet.

Film over Edvard Munch: https://www.eyefilm.nl/film/edvard-munch?program_id=11778818

Op reis met Bram

De oude vriendin ligt in het ziekenhuis. Longontsteking. Natuurlijk ga ik haar bezoeken. Je hoeft niets mee te nemen hoor, op mijn vraag. Wel neem ik tulpen mee. Mooie, kreukelige roze, met een wit randje langs het blad.

Samen met Bram stap ik in de auto. Na de sneeuw van die ochtend, nu zon. Nat, spiegelend asfalt. Hoewel ik de route ken, naar Den Haag, ben ik toch blij met iemand die de weg weet. Geduldig legt hij me uit dat ik links moet aanhouden. Neem de afslag, zegt hij tot drie maal toe. Vind je het goed als ik even wacht tot we die vrachtwagen zijn gepasseerd? Het maakt hem niet uit. Wat zeg je nou? Keer om en sla linksaf? Nee, dat kan niet kloppen. Ik kijk stug voor me uit en neem de afslag naar rechts. Zie je wel. Hoor ik nu een vinnige stem: Houd links aan? Nee toch, we zouden er een gezellige middag van maken.
We passeren de haai, langs de A4. Vermomd als finishvlag. Er daalt een airbus. Jaren ‘80 muziek op de radio. Sade met Smooth Operator. Een genoeglijke middag.

ResizeImage

Den Haag Zuid. We zijn er bijna. Maar eerst nog een sightseeingtour door Den Haag, blijkbaar. Is het echt nodig via de Veenendaalkade te rijden? Ik volg gedwee de suggesties op. Aan het einde van de weg rechtsaf, op de rotonde rechtdoor: de tweede afslag. Bijna geef ik de moed op. Dan, wachtend voor het stoplicht (rechtsaf, jahaa, even wachten, het is rood!) zie ik een enorme bouwput, waarachter ik het ziekenhuis vermoed. En ja hoor, wanneer we de weg zijn overgestoken zie ik wat ik tegelijkertijd hoor. Een opgewekte stem roept: Bestemming bereikt. Dank je wel Bram.

Vriendin ziet er klein uit in het ziekenhuisbed. Blij met de tulpen – haal niet al het groen eraf hoor, dan zien ze er zo zielig uit – en de dichtbundel. Het medisch verslag houdt ze zo summier mogelijk; de kuil in het matras stoort haar nog het meest. Misschien vóór het weekend al naar huis. Ja, ik lees hier alleen maar niemendalletjes. En Van Gogh in de Beurs van Berlage, zou dat er nog van komen? Natuurlijk. Eerst helemaal opknappen en dan plannen maken. De bezoektijd wordt ruimschoots overschreden.

Bram brengt me in no time op de snelweg. Dus het kan wel. Ik zeg het maar niet hardop.
Denken doe ik des te meer. Hier zit ik in de auto met een postume stem. Vanuit het universum wijst Bram me de weg. Geen wonder dat hij zo geduldig is.