Hundertwasser, uit en thuis

img075De expositie in het Cobramuseum in Amstelveen van vrij onbekend schilderwerk van Friedensreich Hundertwasser trok flink wat bezoekers, waaronder vriendin T en mij. Het artikel dat T uit de krant had geknipt, zou een mens niet al te enthousiast maken. Of misschien juist wel, om de ‘zwakke penseelstreek’ zelf in ogenschouw te nemen en er een eigen mening over te vormen.
Van Hundertwasser kende ik eigenlijk alleen maar zijn organische architectonische werken, die ik zeer bewonder. Het schilderwerk is voornamelijk in bezit van particulieren en was daardoor niet vaak te zien. Dat er een expositie van is samengesteld is dus wel bijzonder. Na te zijn tentoongesteld in Wenen (wat een zeer succesvolle onderneming is geweest), zijn de werken nu in Nederland te zien. De keuze voor het Cobra Museum ligt voor de hand, daar Hundertwasser een aantal leden van de Cobrabeweging kende en regelmatig ontmoette.

Een markante man. Van 1928 tot het jaar 2000 heeft hij de wereld verrijkt met zijn persoonlijkheid. Vanaf de vijftiger jaren heeft hij geschilderd (soms onder invloed van psilocybine). En hoe. Op de expositie hangt een sterk uitvergrote zwart-wit foto, waarop je hem bezig ziet: een groot vel papier waarop hij in het midden een draagbaar radiootje heeft neergezet. Toen ik dat beeld zag, stemde het me zowel vrolijk als weemoedig. Vrolijk omdat hij laat zien dat het schilderen een ambacht is en niet iets heiligs of verhevens – hij lijkt ook met iemand te spreken onder het werk. En weemoedig omdat er in de museumzaal muziek klonk en ik me afvroeg of hij indertijd naar iets dergelijks luisterde. Welke muziek heeft er gespeeld? Waardoor werd hij geïnspireerd? Japanse muziek? Zoals hij ook werd geïnspireerd door Japanse schilders en Zen?

DSC08376

Van een zwakke penseelstreek was geen sprake, vonden wij. De verf was niet op alle plaatsen even dik aangebracht. Dat gaf juist kracht aan de schildering, het beeld werd er helderder en schilderachtiger door. Er kwam beweging in en diepte. Er zat een gedachte achter, dat was duidelijk. We waren zeer onder de indruk.

DSC08377

‘De rechte lijn is goddeloos’, is één van Hundertwassers uitspraken. Rechte lijnen zul je bij hem dan ook niet aantreffen, noch in de architectuur, noch in zijn schilderwerk.
Wat ik daarom enorm waardeer is dat de organisatoren de moeite hebben genomen om voor de folder en de affiche gebruik te maken van een lettertype waarbij ook geen sprake is van rechte lijnen, namelijk hobo (ontworpen in 1910 door Morris Fuller Benton).
Friedensreich Hundertwasser (oorspronkelijk Stowasser) heeft een onuitwisbare en kleurige indruk op ons achtergelaten. Een degelijk cultureel uitje. (En weer niet woest en onstuimig….zie ook http://wp.me/p36K0e-8g)

En thuis? Ja, thuis ligt een door kleindochter(4) in de zomervakantie gemaakt ‘hundertwassertje’. “N is goed in vormen”, aldus haar broer(6). En ik ben het daar roerend mee eens.

img053

Advertenties

Een foto met een verhaal (2)

DSC07798

Op het kleine fotootje met de kartelrand staan mijn opa, mijn vader en mijn oudste broer. Ze zitten met zijn drieën op de rotan bank. Mijn vader heeft zijn overhemdsmouwen opgerold en hij draagt een stropdas. Mijn broer draagt een bloes met korte mouwen en een korte broek. En sandalen, net als mijn vader, met sokken. Opa is in pak. En hij draagt dichte schoenen. Alledrie hebben een bril op. Tot zover een gewoon familiekiekje, gemaakt in de zomer, eind vijftiger jaren.

Op het tafeltje staat een vaasje met rozen; het is de verjaardag van mijn vader, begin juli. Mijn moeder, met haar gevoel voor stijl, heeft het gezellig gemaakt in huis. Ik weet dat mijn vader zich vanochtend behulpzaam heeft getoond. Hij zou de slagroom kloppen, voor op de koffie. Niemand heeft het kunnen proeven. In zijn ijver klopte hij de slagroom tot boter. Ach, het is allang vergeven en vergeten.
Op het tafeltje ligt een pakje sigaretten. Zo te zien Gladstone. Ik vind het fijn dat het een kartonnen doosje is en niet zo’n pakje North State, van zilverpapier en cellofaan. Die doosjes gebruiken wij voor een spelletje: De vierkante boven- en onderkant knippen wij in twee helften en dan komen ze op het stapeltje tussen het elastiekje. Op school, in het speelkwartier spelen wij het spel, meestal in tweetallen: om de beurt trek je een kaartje. Degene die een aansluitend kaartje laat zien, mag ze allebei hebben. Zo spaar je hele stapels, tot het elastiekje op knappen staat.
Onder het tafeltje ligt een stripboek. Daarin heeft mijn broer net nog liggen lezen. Hij heeft het zichzelf geleerd en leest in alle denkbare houdingen alles wat hij te pakken kan krijgen. Hij houdt van leren. Hij leert graag iets uit het hoofd. De Bijbelboeken, bijvoorbeeld, of de namen van de zonen van Jacob. Hij oefent vaak in bed en als hij het onder de knie heeft, gaat hij naar de woonkamer om het mijn ouders te laten horen. Het levert hem soms een dubbeltje op, zo trots is mijn vader dan. Ook is hij heel goed in rekenen. De tafels kent hij in een mum van tijd op zijn duimpje. En ’t liefst de moeilijkste het eerst, de rest is een peulenschil.

Opa vindt dat leuk. Mijn vader heeft hem natuurlijk verteld dat zijn oudste zoon de Bijbelboeken uit zijn hoofd kan opzeggen. Dat wordt gewaardeerd. Niet alleen omdat het om de Bijbel gaat; ijver wordt zeer op prijs gesteld. En het is uiteindelijk de bedoeling dat je wat bereikt in het leven.
Er wordt gelachen; de opgestoken wijsvinger van opa duidt erop dat hij een van zijn favoriete woordgrapjes te berde heeft gebracht.

Ja, opa. Ongemerkt hebben wij veel van hem geleerd. Hij moest eens weten hoe groot zijn invloed is geweest op ons leven. En wat die briljante kleinzoon met zijn ijver en zijn inzicht heeft bereikt.

Zie ook: Een foto met een verhaal http://wp.me/p36K0e-2E