Bach in de Bullekerk

Spandoek-cantate-klein

Na jaren was ik zaterdagmiddag weer eens in de Bullekerk om een Bach-cantate te beluisteren. In de tijd dat Jan Pasveer daar de scepter (en het dirigeerstokje) zwaaide, kwam ik er steevast de laatste zaterdag van de maand. ‘Zijn’ cantatekoor was een begrip in de Zaanstreek. De inleiding die hij gaf was zeer informatief; of hij Bach zelf gekend had en met hem overleg had gepleegd over de uit te voeren cantate. En in zijn laatste zin wist hij het meestal zo te manoeuvreren, dat hij de collecte aan het eind van harte aanbeval. Bijna altijd lokte dit een lachsalvo uit en werden de mandjes bij de uitgang goed gevuld.

In 2005 overleed hij plotseling. Geen maandelijkse cantates meer, en geen Christmas Carols, die zo sfeervol de kersttijd inluidden.

Het stokje werd overgenomen door Cor Brandenburg, met het Collegium Vocale Zaandam. Deze laatste zaterdag van mei heeft hij mij ervan weten te overtuigen dat het zeer de moeite waard is om de uitvoeringen weer te gaan bezoeken, één keer per maand. Ook zijn inleiding is zeer kundig en wordt met humor gebracht.

Het barokensemble ‘Eik en Linde’ opende met het grandioos gespeelde Concerto no 8 van Vivaldi en begeleidde daarna niet minder gloedvol het koor. De Pinkstercantate, BWV 68, werd prachtig en zuiver uitgevoerd. De sopraan vertolkte de aria: ‘Mein gläubiges Herze’ met volle overtuiging. De bas verraste: zo’n vol en diep geluid voortgebracht door zo’n tengere zanger.

Het applaus verstierf. Tevreden keek ik om mij heen. Ook jaren geleden viel het publiek al op door het grijze haar, de hoorapparaten en de wandelstokken.
Met het eerste doe ik nu mee……

Advertenties

Sneeuw

DSC06403

De sneeuw maakt van de wereld een onrealistisch droomlandschap. Een witte wereld? Zeker, maar als je goed kijkt zie je zoveel tinten en schakeringen in die miljoenen sneeuwkristallen. Zoveel kleuren als de sneeuw heeft, zoveel emoties roept zij op.

Tien jaar geleden lag er sneeuw in februari. We kwamen ’s morgens heel vroeg uit het ziekenhuis, mijn broer en ik. Die nacht waren wij erbij toen onze moeder zich uit het leven worstelde, buiten adem raakte en uit de tijd. We zaten in ons ouderlijk huis aan de eettafel met een kop thee. De tuindeur stond op een kier. Het was stil. En ineens zong een merel zijn lied. De stilte scheurde uiteen. Alsof de kleine vogel alle troost die hij in zich had over de aarde uitstortte. Over ons. Langzaam werd het licht. De sneeuwklokjes in de tuin waren het tweede teken van hoop en vertrouwen. De winter was bijna voorbij. We besloten De Lente van Vivaldi op de crematie te laten horen.

Terwijl de lente schoorvoetend dichterbij kwam, wapenden wij ons tegen de kou. De kou, die in je komt, wanneer je moeder sterft. De kou die nooit helemaal verdwijnt.

Nu er weer sneeuw ligt en de winterkou in de botten kruipt, verlang ik naar de sneeuwklokjes. En ik wacht met smart op de eerste zang van de merel. Vivaldi is mijn bondgenoot.