O, jongens!

Waar was ik
Toen jullie bolle babybuikjes
Verdwenen als sneeuw voor de zon
En jullie veranderden
In gespierde spijkers

Waar was ik
Toen het spelen met autootjes,
Lego en dieren
Plotseling veranderde
In belangstelling voor het echte leven

Waar was ik
Toen het voorlezen van filosofische
Kinderboekjes
Veranderde in diepzinnige gesprekken
Over het heelal

Waar was ik
Toen “Mag het speelgoed
Tot morgen blijven staan?”
Veranderde in gedachten
Over geld verdienen, nu en later

O, jongens, de tijd vliegt
En ook jullie gaan veel sneller dan ik
Kan bijhouden

Maar gelukkig
Ik was er wel toen jullie gisteren opstonden
En ik zag het weer
Tot mijn grote vreugde

Ochtendhaar!

Logeren in de herfstvakantie

Het is herfstvakantie. Mijn drie favoriete kleinkinderen (5, 7 en 8) komen bij mij logeren.
Dat betekent:

Hun ‘eigen’ handdoeken en washandjes klaarleggen
Net als de tandenborstels (cars en prinsessen)
Bijgepraat worden over snelle auto’s
Helpen de pop aan te kleden
Een uit bed gevallen jongetje knuffelen en weer lekker instoppen
Een potje voetballen
Verliezen met 12-0
Met zijn vieren pannenkoekenbeslag maken
Een grote stapel pannenkoeken als sneeuw voor de zon zien verdwijnen
Heel veel tekeningen bewonderen
Kleurplaten van snelle auto’s uitprinten
Kleindochter leren borduren
Zien hoe handig zij dat doet en hoe trots ze daarop is

DSC08745

Een klein meisje naast je voelen kruipen ’s ochtends vroeg
Op haar vraag, vertellen hoe zij was als baby: lief en klein en schattig
Luisteren naar de verhalen uit de boeken die haar moeder voorleest
Nog meer kleurplaten uitprinten
Voorlezen uit “De Poes die dacht dat hij een muis was”
Voorlezen uit “Bij uil thuis”, voor de denkertjes
Naar natuurcentrum ‘De Hoep’
Me heel verantwoordelijk voelen met zo’n kostbare ‘lading’ in de auto
Horen van de jongens hoeveel snelle auto’s er op de weg zijn
Horen van het meisje dat ons weer een rose auto tegemoet kwam
Genieten van de vrolijke gezichten
Zien hoe vertederd de jongens naar hun ‘kleine’ zusje/nichtje kijken
Tevreden constateren dat ze respect hebben voor de natuur
Vertedering voelen bij het zien hoe de jongens de opgezette vos zachtjes aaien
Kijken naar rennen, klimmen, springen (en de sociale interactie met vreemde kinderen)
Stiekem glimlachen om het besluit tóch naar de dvd van Buurman en Buurman te kijken (hoewel ze eerder verklaarden dat ze daar te groot voor waren)
Ze B en B ‘advies’ te horen geven (roepen, als bij poppenkast, maar helaas het gaat natuurlijk toch mis)
Verbaasd zijn omdat de jongens ’s ochtends lekker liggen te lezen in bed (‘vroeger’ gingen ze altijd direct spelen)

download

Gedichten van Annie M.G. Schmidt voorlezen
Liedjes van dezelfde schrijfster draaien (gezongen door Hetty Blok en Leen Jongewaard, gelukkig niet zo’n eng kinderkoor…)
‘De Wimwamreus’ extra spannend voorlezen en zien hoe ze daar griezelend van genieten
De kleine meid naar bed brengen en de jongens nog een kwartier laten opblijven
Op de vraag of de legobak mag worden omgekieperd, uiteraard “Ja, natuurlijk!” zeggen
Me verbazen over die vraag; vroeger ging de bak gewoon om
Mijn enthousiasme uiten over de bijzondere legobouwwerken van de jongens

DSC08749

Hun lievelingseten maken
Een wonderschelp in een glas water laten uitkomen
Een appeltje schillen voor het jongetje dat niet kan slapen
Met de mond vol tanden staan bij zijn filosofische opmerking over het opladen van een batterij
Van het andere jongetje horen dat zwemmen met dolfijnen kinderen kan helpen vriendjes maken
Me verbazen over het feit dat hij snapt hoe dat werkt
De laatste ochtend de koffers weer inpakken
Genieten van hun enthousiaste verhalen aan de ouders
Me intens gelukkig voelen met zulke lieve, grappige, spontane, levenslustige kinderen

En dan…
Met een zucht de deur achter ze dicht doen en ze direct alweer vreselijk missen.

(Voor de goede orde, ik ‘heb'(*) maar drie kleinkinderen, en alledrie zijn ze favoriet, op hun eigen eigenwijze wijze.)

(*: Lees Kahlil Gibran er maar op na: Je kinderen zijn je kinderen niet…. Uit: De Profeet)

Van boeken krijg je nooit genoeg

Wordpress1

Er werd bij ons thuis veel gelezen. We hadden een kast vol boeken. Toen wij nog analfabeet waren, mijn broers en ik, werden we voorgelezen. Mijn vader las na de avondmaaltijd altijd uit de kinderbijbel van Anne de Vries. We hingen aan zijn lippen; hij kon goed voorlezen. De prachtige illustraties van Jetses kregen we pas te zien als het verhaal uit was.

‘Zomaar’ voorlezen gebeurde ook. Bijvoorbeeld uit ‘Het Tovervisje’, waarvan de plaatjes bij elkaar gespaard werden bij Van Nelle thee en koffie. Op een zondagmiddag na de obligate wandeling zaten mijn oudste broer en ik aan weerskanten van mijn vader op de divan. Hij las voor uit De Wonderschelp. Een verhaal over Piggelmee, net als Het Tovervisje. Toen het midden in een woord ineens stil werd, en wij verbaasd opkeken, zagen wij dat vader in slaap was gevallen. Door de frisse buitenlucht waarschijnlijk en een hele week hard werken, tot en met zaterdagochtend.

Mijn moeder las ons gedichtjes voor van Annie M.G. Schmidt. We genoten. En, een groter contrast is nauwelijks denkbaar, gedichten van Willem de Mérode: Waar is Vitellus, de wafelverkoper. Ik kende het op het laatst uit mijn hoofd, die prachtige cadans. Ook de sprookjes van Andersen waren door ons geliefd: De Sneeuwkoningin en Het Sparreboompje, winterse verhalen waar ik warme herinneringen aan bewaar.

img018

Wij leerden zelf lezen. En hoewel we het niet breed hadden, zoals dat heet, kregen we toch regelmatig een boek. Verjaardagen en sinterklaas waren uitgelezen gelegenheden om er een cadeau te krijgen. De boeken van de Arbeiders Pers waren bij ons goed vertegenwoordigd. Maar er viel ook het een en ander te sparen, bij pindakaas en jam bijvoorbeeld, waardoor wij in het bezit kwamen van boekjes over Arretje NOF en Flipje. En na de kerstviering van de Zondagschool was er altijd weer een nieuw deeltje van W.G. van de Hulst: Van de boze koster, Voetstapjes in de sneeuw. Heerlijk, hoe dramatisch het verhaal ook was, op de laatste bladzijde kwam het altijd weer goed.

Mijn opa heeft, ook wat boeken betreft, een grote rol gespeeld in mijn leven. Van hem kreeg ik leuke, fantasievolle kinderboeken. In pocketuitvoering, heel bijzonder! Prachtig vond ik Knikkertje Lik, Jeroen en de Zilveren Sleutel; ik heb ze letterlijk stukgelezen. Toen ik volwassen was, begreep ik pas de filosofische strekking van de verhalen. En de link naar de Griekse mythen. Ik ben hem daar heel dankbaar voor. Maar ook voor de literatuur die hij me, tijdens mijn HBS-periode, aanreikte: Vestdijk, Louis Paul Boon, Leo Vroman.

Lezen, ik ben ermee opgegroeid. Mijn kinderen uiteraard ook. En zij geven het weer door aan hun kinderen. Nog even, dan zijn zij groot genoeg en kan ik ze mijn lievelingen voorlezen. Ik begin met Knikkertje Lik. En daarna……

Een kleine ode aan Godfried Bomans

Zaterdag 2 maart was het de honderdste geboortedag van Godfried Bomans, een van mijn favoriete schrijvers.

Wat in je jeugd wordt aangereikt, gaat een heel leven mee. Op de HBS werd er door de lerares geschiedenis voorgelezen uit de sprookjes van Bomans. Later maakte ik kennis met Erik en Pa Pinkelman. Met ‘Pim, Frits en Ida’, een serie leesboekjes voor kinderen van de basisschool, toen ik zelf voor de klas stond. Ook ik vond het heerlijk om voor te lezen uit zijn werk. En stiekem hoop ik dat die verhalen (bijvoorbeeld over ‘Het luie jongetje’, dat niet naar school wil en toch wijs wil worden, of ‘De waarheid omtrent Sinterklaas’) een indruk hebben achter gelaten. Dat het werk van deze grote schrijver blijft doorleven.

Hij had het vast fijn gevonden om oud te worden. Hij schreef graag over oude mannen en vrouwen. Hij deed dat met een subtiel gevoel voor humor. In ‘Het luie jongetje’ bijvoorbeeld gaat het over vier generaties tovenaars, cq heksen, allemaal nog in leven. Met hun eigen wijsheid en een zekere strengheid. De humor in de kinderverhalen is meer bedoeld voor volwassenen; je kunt ze niet (voor)lezen zonder glimlach.

In zijn werk staat geen woord teveel. Een van zijn beroemde uitspraken was dan ook: “Schrijven is schrappen”. Dat komt goed overeen met zijn opmerking, die ik zaterdag aantrof op de tuinscheurkalender:
Eenvoud is niet het kenmerk van de beginner. Het is de duur bevochten stempel van de meester.
Hij was een meester. En voor mij blijft hij dat.

07782da0-5ff6-11e2-9559-b949519d466c_original