Fietsend door Groningen

DSC09838

Echt, het bestaat
Goudgeel wuivend koren
Zover je kijken kunt
Het buigt en ruist
En de zoete geuren
Zijn voor ons

Het wegje in het koren
Kerstboek, kinderboek
Herinneringen op afroep beschikbaar

Strogele balen opgetast
De wagen volgeladen
Hier zal de voorspelde regen
Geen vat op krijgen
Voor de bui de buit binnen

Innig tevreden met deze dag, dit uur
Moment van verstilling
Om me heen en in mij

Fietsend met een lekker gangetje
De wind in de rug
Mijn schaduw vooruit
Denk ik het leven te vatten

Dat had ik gedacht….

DSC09840

Wat je nooit meer ziet (3)

DSC08763Nu het dan toch echt herfst is geworden, met regen en wind en een duidelijke R in de maand wordt het voor velen tijd om voor het verhogen van de weerstand naar de multivitamines te grijpen of de echinacea forte. Voor wie erin gelooft. Vroeger stonden ons ook al allerlei middeltjes ter beschikking, zoals bijvoorbeeld levertraan (Halitran). En al associërend kwam ik weer op een aardig lijstje van ‘vergeten’ zaken.

– Levertraan! Sommige kinderen kregen Sinatran (met sinaasappelsmaak dus) Wij niet. Ook geen schepje suiker toe
– Later werden dat AD-druppels
– Davitamon 10
– Een glazen buisje met aspirine. Lege buisjes werden op de kleuterschool voor diverse knutselwerkjes gebruikt
– Staafje pure cacaoboter, in zilverpapier. Tegen schrale lippen hielp het niet zo heel goed, maar het smaakte wel lekker. Naar witte chocola.
– Teerzeep, zwarte zeep met die speciale geur
– Molenaars kindermeel. De pap werk gekookt en daarna opgediend in een warmwaterbord en vaak gegeten met zo’n ‘dwars’ lepeltje

DSC08789

– Reckitts blauw. Een stoffen zakje met ‘blauwsel’. Dit ging in het laatste spoelwater van de witte was. Voor een optisch wit effect
– Spic en Span (we kennen nog wel de uitdrukking – door sommigen uitgesproken als spic en spaM, ja, ja, het digitale tijdperk – maar wie kent het schoonmaakmiddel nog?)
– De schillenboer (met zijn onduidelijke uitroep) Afvalscheiding avant la lettre.
– De kolenboer, de kolenkit, kolenschep, een kolenhok op het balkon. Wanneer dit gevuld moest worden legde mijn moeder kranten op de vloer van de voordeur tot de balkondeur, tegen de vieze zwarte voeten
– Eierkolen, antraciet, turf
– ’s Morgens de kachel aanmaken met kleine houtjes
– Een lavet. Om in te baden. Bij sommige kon je een schoep in de afvoer zetten en die draaide op elektriciteit (met een elektromotor onder de kuip). Zo had je een soort wasmachine.

p-lavetklein

– De tekst op het afvoerputje van de gootsteen en het lavet: ocriet reinigen met vim
– Enorme stapels gemeniede raam- en deurkozijnen bij de bouw
– Speelgoedfornuisje wat brandde op esbitblokjes
– Een petroleumstel waarop de stoofpeertjes rood stonden te stoven
– Sterappeltjes, cox d’orange. Appels met een speciale smaak. Tegenwoordig smaken alle appels zo ongeveer hetzelfde. Als wintervoorraad uitgespreid op kranten op zolder
– Brilliantine, brylcreem. En dan uiteraard een kammetje in je achterzak en dat af en toe nonchalant met één hand door je haar halen en met je andere hand je kuif een beetje opduwen. Voor jongens dus.
– De kikkerproef als zwangerschapstest. Moest uitgevoerd worden door de huisarts
– Een perronkaartje kopen, wanneer je iemand naar de trein bracht
– Een ‘gewoon’ treinkaartje. Van karton. In het midden een gaatje en een geperforeerde rand. De helft was een kinderkaartje. De conducteur knipte een gaatje in je plaatsbewijs
– Een boekje van W.G. van de Hulst cadeau krijgen na het kerstfeest van de zondagschool
– Een mandarijn die nog echt naar mandarijn smaakte en vol zat met pitten
– Biest! Een enkele keer bracht opa dat mee. Een traktatie. Voorzichtig laten wellen tot het dik werd en eten met een beetje suiker
– Poppen van celluloid
– Een streng wol ophouden voor je moeder, zodat zij daarvan een knot kon opwinden
– Druipkaarsen, in combinatie met een chianti-fles. Witte kaarsen, die in allerlei kleuren dropen. Die werden vaak gebruikt op feestjes waar slechte wijn werd geschonken (Valpolicella) en waar de aankleding verder bestond uit visnetten en zitzakken……

druipkaars1

De foto’s van het lavet en de druipkaars komen van het internet.
Met dank aan Mario Bosch. Ik hoop dat hij het goed vindt dat ik zijn artikel over ocriet en het lavet heb gekopieerd.

Klik op de links en lees ook:
Wat je nooit meer ziet
Wat je nooit meer ziet (2)

Van boeken krijg je nooit genoeg

Wordpress1

Er werd bij ons thuis veel gelezen. We hadden een kast vol boeken. Toen wij nog analfabeet waren, mijn broers en ik, werden we voorgelezen. Mijn vader las na de avondmaaltijd altijd uit de kinderbijbel van Anne de Vries. We hingen aan zijn lippen; hij kon goed voorlezen. De prachtige illustraties van Jetses kregen we pas te zien als het verhaal uit was.

‘Zomaar’ voorlezen gebeurde ook. Bijvoorbeeld uit ‘Het Tovervisje’, waarvan de plaatjes bij elkaar gespaard werden bij Van Nelle thee en koffie. Op een zondagmiddag na de obligate wandeling zaten mijn oudste broer en ik aan weerskanten van mijn vader op de divan. Hij las voor uit De Wonderschelp. Een verhaal over Piggelmee, net als Het Tovervisje. Toen het midden in een woord ineens stil werd, en wij verbaasd opkeken, zagen wij dat vader in slaap was gevallen. Door de frisse buitenlucht waarschijnlijk en een hele week hard werken, tot en met zaterdagochtend.

Mijn moeder las ons gedichtjes voor van Annie M.G. Schmidt. We genoten. En, een groter contrast is nauwelijks denkbaar, gedichten van Willem de Mérode: Waar is Vitellus, de wafelverkoper. Ik kende het op het laatst uit mijn hoofd, die prachtige cadans. Ook de sprookjes van Andersen waren door ons geliefd: De Sneeuwkoningin en Het Sparreboompje, winterse verhalen waar ik warme herinneringen aan bewaar.

img018

Wij leerden zelf lezen. En hoewel we het niet breed hadden, zoals dat heet, kregen we toch regelmatig een boek. Verjaardagen en sinterklaas waren uitgelezen gelegenheden om er een cadeau te krijgen. De boeken van de Arbeiders Pers waren bij ons goed vertegenwoordigd. Maar er viel ook het een en ander te sparen, bij pindakaas en jam bijvoorbeeld, waardoor wij in het bezit kwamen van boekjes over Arretje NOF en Flipje. En na de kerstviering van de Zondagschool was er altijd weer een nieuw deeltje van W.G. van de Hulst: Van de boze koster, Voetstapjes in de sneeuw. Heerlijk, hoe dramatisch het verhaal ook was, op de laatste bladzijde kwam het altijd weer goed.

Mijn opa heeft, ook wat boeken betreft, een grote rol gespeeld in mijn leven. Van hem kreeg ik leuke, fantasievolle kinderboeken. In pocketuitvoering, heel bijzonder! Prachtig vond ik Knikkertje Lik, Jeroen en de Zilveren Sleutel; ik heb ze letterlijk stukgelezen. Toen ik volwassen was, begreep ik pas de filosofische strekking van de verhalen. En de link naar de Griekse mythen. Ik ben hem daar heel dankbaar voor. Maar ook voor de literatuur die hij me, tijdens mijn HBS-periode, aanreikte: Vestdijk, Louis Paul Boon, Leo Vroman.

Lezen, ik ben ermee opgegroeid. Mijn kinderen uiteraard ook. En zij geven het weer door aan hun kinderen. Nog even, dan zijn zij groot genoeg en kan ik ze mijn lievelingen voorlezen. Ik begin met Knikkertje Lik. En daarna……