Hoe AH de kleintjes inpakt

DSC09524

Hamsteren!
Ze zitten op het hek. Nee, niet de drie kleine kleutertjes. Schoolkinderen van een jaar of acht. Gekleed in het oranje. Een begerige, opdringerige blik in de ogen. Een hamsterblik. Wanneer een volwassene in de buurt komt, begint het geschreeuw en geroep. Gezwaai met armen. Graaiende handen. Beestjes willen ze. Oranje beestjes met bolle wangen, die door het personeel van de AH-winkels aan klanten worden verstrekt. Voor elke bestede vijftien euro één hamster.

Wanneer ik eraan kom, krijg ik nauwelijks de tijd mijn fiets op slot te zetten. Mag ik straks je hamster? Vroeger (en nu doe ik dat nog steeds, trouwens) sprak ik volwassen vreemden altijd aan met “U”. Met een hoofdletter. Tegenwoordig hoeft dat niet meer. Van mij ook niet. Maar dat opdringerige gedoe vind ik vervelend. Buiten het feit, dat ik nog steeds niet in het bezit ben van zo’n beestje, zou ik ook moeite hebben ze in die graaiende handen te deponeren, terwijl er van een “dank je wel” geen sprake is. Nee, de meest gehoorde kreet is: “Hèè, die heb ik al.”

Een jongetje met een vrolijke blonde kuif, die het dichtst bij de ingang op het ‘dranghek’ zit, schreeuwt zijn longen uit zijn lijf. Hij heeft twee hamsters aan zijn hand bungelen. Hij hangt zo ver naar voren, dat hij de kassa’s kan zien. Mensen die veel boodschappen op de band zetten, hebben kans op een hamster. En hij bespringt ze bijna als ze naar buiten komen; hij heeft allang gezien dat ze er een paar in hun tas hebben gestopt.

Hoe verzin je het?
Ach, je kunt het die kinderen niet kwalijk nemen. Natuurlijk willen ze die speeltjes graag hebben. Het is ook voor ‘de heb’. Zowel voor de kinderen als voor de multinational, waar iemand heeft bedacht dat je bij vijftien euro aan boodschappen zo’n onooglijk gevalletje kunt krijgen. Een duur speeltje, maar AH vaart er wel bij.
De mensen die dit verzinnen, zouden eens ernstig moeten worden toegesproken. Weten zij wel wat ze veroorzaken?
Kinderen worden opgezadeld met bergen troep waar ze binnen de kortste keren niet meer naar omkijken. Ik vraag het schreeuwende jongetje of hij wel goed naar die rare beestjes heeft gekeken. “Vind je ze echt leuk?”, wil ik weten. “Nee”, zegt hij snel, “maar ik wil ze gewoon allemaal hebben.” Een meisje vult aan: “Ik moet (!) er nog twee en dan ben ik klaar, dan kan ik naar huis.”
Ouders zullen, wanneer ze erin trappen en echt drieëntwintig beestjes bij elkaar willen sparen, tenminste driehonderdvijfenveertig euro kwijt zijn. In de praktijk natuurlijk veel meer, omdat je vaak dubbele zult krijgen.

DSC09525

Allemaal beessies….
In 2010 brengt Albert Heijn het ‘beessie’ op de markt. Die liggen natuurlijk al snel na het WK te verstoffen. Er wordt een nieuwe actie bedacht: lever de pluizige speeltjes in, zodat er weer andere (zielige) kinderen mee kunnen worden blij gemaakt. Dat gun ik ze van harte, maar voor hen is het wel mosterd na de maaltijd. Na het WK een beessie bij de boodschappen van de voedselbank. Dat is pas zielig.

Waarschijnlijk gaat het dit keer net zo. De kinderen op het hek kijken niet echt blij. Het is meer een taak waar ze aan zijn begonnen. Wie a zegt moet ook b zeggen. Eén is niks; je moet ze allemaal hebben. Sparen, dus. Tegen wil en dank na schooltijd voor de winkel gaan rondhangen en hopen dat je onbeleefde, dwingende gezeur nog wat oplevert. Terwijl je misschien liever was gaan spelen met dat mooie weer. En na ‘het heilig moeten’ liggen al die rare hamstertjes ergens in een hoekje en kijkt niemand er meer naar om. Tot een heldere geest plotseling bedenkt, dat er voor de beessies ook een goede tweede bestemming is gevonden. Misschien zou er bij de winkels vast een verzamelton geplaatst kunnen worden, waar ouders de rondslingerende troep direct al in kwijt kunnen. Dan kunnen de ‘zielige’ kinderen nog tijdens de WK meedelen in de feestvreugde.

Een actie tegen de actie?
Misschien moet men bij AH de volgende keer eens goed nadenken over de actie. In de eerste plaats is er de vraag: moet er wel een actie komen? Moet je kinderen leren om te bedelen? Moet je ze onrustig en ontevreden maken? Moet je hen en hun ouders opzadelen met rommel die later weer naar de kringloop gebracht moet worden? Moet je kinderen niet juist enig ethisch en esthetisch bewustzijn bijbrengen?

Is dit allemaal overwogen en blijkt dat er toch onherroepelijk een actie moet komen, verstrek dan liever iets met een educatief tintje. De dierenplaatjes voldeden indertijd aan deze norm.
In geval van een actie ter gelegenheid van een sportief evenement zou het iets kunnen zijn, waarmee of waardoor kinderen gaan bewegen.

Naar huis.
Ik reken mijn boodschappen af. Te weinig voor een hamster. Het oranje jongetje glipt langs me heen. Achter mij staat een vader met twee kleine kinderen. “Hier, voor jou”, hoor ik een schor stemmetje zeggen. Het zoontje straalt: een oranje hamster. “Ik heb hem toch dubbel!”, roept het blonde mannetje, terwijl hij snel naar buiten rent om zijn plaats op het hek weer in te nemen. Vlak voor ik wegrijd, zie ik hem een zakje openscheuren. “Ruilen?”, schreeuwt hij tegen het meisje. Ze knikt. Nu hoeft ze er nog maar één. Ze mag bijna naar huis.

Advertenties