Bacchus aan de Zaan

j en f

Je zou denken
Wanneer je de beelden ziet
Dit is Griekenland
– Maar dan zou ik beter kijken
Om met Kees Schippers te spreken –

Integendeel
Op een steenworp afstand
Van de Zaan
Staan ze schoongeboend te blinken
In een tuin
Met gladgeschoren buxushaagjes

In de verste verte
Geen Parthenon te bekennen
Maar pakhuizen
Molens en fabrieken

Met zijn vieren geschaard
Rond de vrolijke jonge god
Gehuld in druivenranken
De kruik aan zijn voeten
Tot de hals toe gevuld
Wijn der vergetelheid

Dionysos
Volgens de oude Grieken
Wanneer ze hem bezongen
Tijdens hun bacchanalen

In kil kerkelijk Nederland
Van twee eeuwen geleden
Werd een denkbeeldig
Vermanend en belerend
Vingertje opgestoken

Morgen middag
Avond en nacht
Niet te veel
Aan Bacchus gedacht

Maar de molenaars
Zakkensjouwers en schippers
Hadden hier geen boodschap aan
Ze ploeterden de godganse dag

Brood op de plank
Was het devies
En een goede sigaar op zondag

Aan god noch gebod
Werd een gedachte gewijd
Wanneer ze na het zware werk
Hun welverdiende borrel
Achterover sloegen

1 WordPress

Advertenties

De laatste keer

CafebezoekOf ik hem nog gezien heb? Lekker wijntje trouwens, proost! Ja, wat versta je onder gezien. Als het aan mij ligt, zie ik hem helemaal niet meer. Nee, ja, de laatste keer… Ach wat zal ik ervan zeggen. Gezien…. Ik laat sowieso het licht liever uit, dus gezien, nee. Maar ja, ik had zoiets van, als ik het nu niet doe, dan is het helemaal zo’n raar einde. Dus.

Nee, hij had het niet door. Nee joh, wat dacht je, een man hè? Brains en body, maar verder… Verbaasd was hij wel, uiteindelijk. Nee, geen tekst. Die man had totaal geen tekst! Dus toen ik het zei, hè, nou of hij het in, waar was het ook alweer? Keulen? Nou, of hij het daar hoorde bliksemen. Ja, snap jij dat nou?

Jij nog wijn? Lekker wijntje, vind je niet? Nou, dan bestellen we toch nog een fles? Je bent maar een keer jong, zeg ik altijd. Hij ook, trouwens, veel te jong eigenlijk. Daar begin ik niet meer aan. Een kind nog. Ja, wat je zegt, daar kun je nog behoorlijk last mee krijgen, haha!

Ja, donker haar, donkere ogen. Daar val ik op. Zoiets als hij daar. In die hoek. Strak shirtje, je ziet zijn wasbordje erdoorheen. Ja, zoals hij. Die daar zit te flirten met dat sletje.

Hij nam het wel goed op, dat moet ik hem nageven. Ik had er misschien wel meer last van dan hij. Hè? Nou, het is al niet makkelijk om het te zeggen. En als meneer dan doodleuk zijn spullen pakt en er zonder een zinnig gesprek vandoor gaat, ja, dat is op zijn minst….

Denk je? Misschien met iemand van zijn eigen leeftijd, haha. Kan niet alleen zijn, natuurlijk.
Schenk nog maar een keer in. Ik jaloers? Op die griet? Pfffff!

—————————————————————————————————————–

Dit is een verhaal in de categorie WE-300 (klik op de link voor meer verhalen in deze categorie), een schrijfuitdaging van Plato (http://platoonline.wordpress.com/; hier kun je meer leuke, bijzondere, ontroerende WE-verhalen vinden). Je schrijft een verhaal van 300 woorden, waarin HET woord niet mag voorkomen. In dit geval was het verboden woord: leuteren….

Het schilderij, Cafébezoek, is van Joost Doornik. (gevonden op internet)

Zonnebloemen

img033De laatste suppoost rende, diep in zijn jas gedoken, naar de tram. Het regende nog steeds. Hij deed het licht uit, toetste de code van het alarm in en eenmaal buiten draaide hij de deur van het museum op slot. Het was een drukke dag geweest. Vanwege de hevige regen hadden veel toeristen liever een droge dag in één van de musea doorgebracht, in plaats van een rondvaart te maken of te slenteren langs de zeventiende-eeuwse gevels.

Het werd al donker. De tram reed net voor zijn neus weg. Dan maar lopend naar huis. Hij huiverde. Toch was het goed om even in de frisse lucht te zijn. Opgewekt zette hij er flink de pas in. Er wachtte hem een heerlijke maaltijd, wist hij. Elke zondag maakte zijn vrouw er speciaal voor hem een feestmaal van. Een goede wijn erbij en na het dessert koffie met een oude armagnac.

Net om de hoek was de bloemenman zijn stalletje aan het leegruimen. Hij haalde de zonnebloemen uit de emmers en goot die leeg op het toch al natte asfalt. Zou hij? Ach ja. Voor tien euro kreeg hij de laatste drie bossen mee.

Met een stralende lach nam ze het boeket in ontvangst. Prachtig zijn ze; zo groot en zo veel! Wil jij misschien? Natuurlijk wilde hij dat.

Terwijl zij de laatste hand legde aan de maaltijd, sneed hij de bloemen af en schikte ze in de oude vaas die ze van zijn moeder hadden geërfd. Tot twee keer toe viel die om en moest hij de bloemen nog wat korter snijden. De laatste drie perste hij er met geweld bij.

Tevreden met het resultaat zette hij zich verwachtingsvol aan de rijk gedekte tafel. Morgen bel ik die Engelse kunsthistoricus, dacht hij. Heeft die schilder er een potje van gemaakt?

……………………………………………………………………………………………………..

Dit is een verhaal in de serie WE-300. Een schrijfuitdaging van Plato. (http://platoonline.wordpress.com/, hier kun je ook andere leuke, spannende, ontroerende verhalen lezen) De bedoeling is een verhaal te schrijven van 300 woorden, waarin een bepaald woord niet mag voorkomen, terwijl het wel duidelijk moet zijn dat het daar om draait. In dit geval was het verboden woord: verwennen

Andere berichten in de categorie WE-300:

Soezen (verwennen): http://wp.me/s36K0e-soezen
De brief (spinnen): http://wp.me/p36K0e-bl
In The Looking Glass (schakelen): http://wp.me/p36K0e-9N
Struikelen over het verleden (schakelen): http://wp.me/p36K0e-9U

Gek genoeg

Vriendin MD en ik spraken een aantal jaren geleden af, dat we op een keer woest en onstuimig zouden gaan leven. Ooit. Hoe dat leven eruit zou gaan zien, ja daar hadden we geen idee van. Zelfs wisten we niet precies wat we ons moesten voorstellen bij woest en onstuimig. Helemaal niet erg natuurlijk, want als de tijd daar was zou dit vanzelf aan ons geopenbaard worden.

Om de een of andere reden kwam het maar niet uit de verf. Regelmatig herinnerden wij elkaar aan de afspraak. Op menig verjaars- of nieuwjaarskaartje werd de belofte ten overvloede genoteerd: “Van harte! In het kader van woest en onstuimig leven nodig ik je uit voor een film in het filmhuis.” Of: “Ik wens je een rustige kerst en een woest en onstuimig nieuw jaar.”

Woest en onstuimig leven; wie wil dat nou niet?

Het komt er uiteindelijk op neer dat wij dat, diep in ons hart, inderdaad niet willen. Of niet durven. Of dat we niet weten hoe het moet. Waarom leven wij het leven dat we al jaren doen? Gewoon, zonder al te veel gekke dingen? Wat weerhoudt ons ervan om de afspraak na te komen? Uitvluchten waren er tot nu toe genoeg. Zorg voor kinderen, ouders, drukke baan, maar die gelden niet of nauwelijks meer.

Nee, woest en onstuimig; het zal er niet van komen. En daar moeten we ons dan maar bij neerleggen. Als gevleugelde uitspraak zal hij het goed blijven doen, het staat leuk als kreet op een kaartje, maar meer moeten we ons er niet bij voorstellen.

Wel hebben we van tijd tot tijd bijzonder leuke uitjes. Een gewoon uitje wordt om een of andere reden doorgaans heel speciaal. Hoe dat komt is niet helemaal duidelijk, maar het is een feit. Een bezoek aan het Drents Museum, De Sovjet Mythe, wordt, ondanks de sneeuw, de kou en de vertraging op het spoor, een geweldige dag. We genieten van de kunst, de lunch in het uit Den Haag overgeplaatste café Krul en van een onverwachte ontmoeting op het station. Een strandwandeling, op een bewolkte middag, die zodra wij het strand op lopen, stralend zonnig wordt, is een cadeautje. We vinden krabbenschildjes en door het heiige weer zijn de windmolens niet zichtbaar. De film, waarvan we niet zeker wisten of hij de moeite waard was, bleek een schot in de roos. Het diner vooraf, in het Filmhuisrestaurant, ook. En de lijst kan nog worden aangevuld.

Het is maar één keer de mist ingegaan. Wij kregen van een kennis twee kaartjes voor een cabaretvoorstelling in het theater, waar zij zelf niet naartoe kon. Toen de pauze begon hadden wij nog niet één keer gelachen en bijna voortdurend met kromme tenen gezeten. We zijn weggegaan en hebben een goed glas wijn gedronken in een gezellig café. Dus uiteindelijk kwam ook dat uitje weer goed.

Ons laatste uitje was ontbijten op het strand. Om het begin van de vakantie te vieren. Het was prachtig weer. De broodjes waren vers, de koffie was goed. Dat er speculaasjes bij werden geserveerd namen we op de koop toe. Dat we uitzicht hadden op het windmolenpark ook.
Het enige onstuimige was de wind, die alle parasols uit de grond blies. En woest was alleen de persoon die daardoor werd geraakt.

Woest en onstuimig? Ach welnee. Wij doen maar gewoon, dat is al gek genoeg.

DSC07975