Onze vader

20160719_142650

Als kleine jongen al zocht hij
De boerenwijsheid
Meer vanzelfsprekend
Dan welbewust

Misschien door de weidse weiden
De stromende rivier
De lome blik van de koeien
De noodzaak van het mes

Toen hij vader was
En ons bezwoer dat
Wijsheid met de jaren kwam
Was onbegrip
En soms ook ongeloof zijn deel

Maar door de jaren
Die wij telden
De boeken die hij naliet
Zijn eigen wijze woorden
Zijn berusting
En mildheid later

Besefte ik maar al te goed
Dat hij het gelijk aan zijn kant had

En nu nog steeds
Lichtjaren ver

——————————————————————————————————————-

Hij zou nu 95 jaar geworden zijn.

Advertenties

Wijsheid door moederliefde

img029Ze werd met een schok wakker. Er was iets. Ze keek naast zich. Daar lag haar prachtige jongetje. Heel stil. Te stil. Te bleek. Ze hield haar vinger onder het neusje. Niets. Geen zuchtje. Ze aaide het over de wangen. Koud. In het zachte schijnsel van het olielampje zag ze zijn bleke gezichtje. De paniek sloeg toe. Haar kind! Haar trots! Levenloos lag hij in haar armen.

Grote schaduwen bewogen op de muur toen ze voorzichtig overeind kwam. Haar kamergenote was vast in slaap. Het kindje naast haar onder de deken.

Zachtjes sloop ze naar haar toe. Het kind in haar armen woog zwaar. Ze legde het snel neer en nam het warme, blozende, ademende kind op. Haar bed was nog warm toen ze zich samen met het kind te ruste legde. Haar hart bonkte. Was het verkeerd wat ze deed? Natuurlijk was het verkeerd. Het hoefde niet uit te komen; niemand had iets gemerkt. En bovendien: ze zou zo ontzettend goed voor dit kind zorgen.

Voor de tweede keer die nacht kreeg een moeder de schrik van haar leven. Doodse stilte. Een intense kou. Geen beweging. Maar, was dit stille, tere, bleke wezentje haar zoon?

De man op de troon bad om wijsheid. Had hij ooit eerder over dood en leven moeten beslissen? Van wie was het levende kind? Hij verhief zijn stem. “Dus jullie beweren beide dat het dode kind de ander toebehoort? Breng mij een zwaard!”, echode het door de zaal.
Hij keek naar het door beide vrouwen begeerde kind. “Ieder de helft”, beval hij. “O”, riep de moeder, “geef het haar dan maar. Laat dit kind niet ook nog sterven!” De koning wist genoeg. Tranen drupten op het gezichtje toen de vrouw haar kind teder in de armen sloot.

Zo werd Salomo’s wijsheid hem door ware moederliefde geopenbaard.

——————————————————————————————————————-
Dit is een verhaal in de categorie WE-300, een schrijfuitdaging van Plato. De bedoeling is dat je een verhaal schrijft van 300 woorden, waarin je het woord waar het om gaat niet mag noemen. Deze keer was het verboden woord: verdelen.
Meer lezen of zelf meedoen? Ga naar https://platoonline.wordpress.com/

Over vriendschap en wijsheid

DSC07767

Het is misschien wel twintig jaar geleden dat ik van goede vriendin L (E voor ingewijden) voor mijn verjaardag een klein Chinees opschrijfboekje kreeg. Zij schreef daarin negentien spreuken. Wijsheden van bekende personen. In de loop der jaren heb ik wat aanvullingen gedaan. Het is een waardevol boekje geworden, wat ik nog regelmatig raadpleeg.

Elk voorjaar, wanneer ‘de aarde lacht in bloemen’ (Emerson) ervaar ik weer hoe waar het is wat Tagore zei: ‘De begeerte naar de vrucht mist de bloem’. Mijn appelboom staat er schaterlachend bij! Maar op de vruchten kan ik wachten; de bloesem is zo wonderschoon! En dit jaar is de boom wel heel feestelijk uitgedost.

DSC07762

De enige boom, waar ik een ambivalent gevoel bij heb, is de vlier. Als ik op de vrucht wacht, mis ik de bloem. Van deze bloemschermen kun je heerlijke vlierbloesemlimonade maken. En in een beslagje gedoopt, gebakken in een klein laagje olie en daarna bestrooid met poedersuiker zijn ze een heerlijke traktatie. De twijfel slaat toe; wat zal ik doen? Wanneer ik te veel bloesem pluk, mis ik de vrucht, waarvan je zulke heerlijke jam kunt maken.

Volgens Descartes, die in het boekje zegt: ‘Twijfel is het begin van de wijsheid’, zal dit probleem mij geen windeieren leggen. Gelukkig kan ik de keuze nog even uitstellen; de vlier staat nog in knop.

DSC07769

Ik blader door het boekje. Ik lees: een vriend is iemand tegenover wie men zichzelf durft te zijn (Frank Cane). Ik vertaal het met: vriendin. Vriendin L en ik kennen elkaar al meer dan dertig jaar. Een kostbare vriendschap. Wij durven tegenover elkaar onszelf te zijn. En dat niet alleen: we zijn het aan elkaar en onze vriendschap zelfs verplicht.

DSC07768

Een kleine ode aan Godfried Bomans

Zaterdag 2 maart was het de honderdste geboortedag van Godfried Bomans, een van mijn favoriete schrijvers.

Wat in je jeugd wordt aangereikt, gaat een heel leven mee. Op de HBS werd er door de lerares geschiedenis voorgelezen uit de sprookjes van Bomans. Later maakte ik kennis met Erik en Pa Pinkelman. Met ‘Pim, Frits en Ida’, een serie leesboekjes voor kinderen van de basisschool, toen ik zelf voor de klas stond. Ook ik vond het heerlijk om voor te lezen uit zijn werk. En stiekem hoop ik dat die verhalen (bijvoorbeeld over ‘Het luie jongetje’, dat niet naar school wil en toch wijs wil worden, of ‘De waarheid omtrent Sinterklaas’) een indruk hebben achter gelaten. Dat het werk van deze grote schrijver blijft doorleven.

Hij had het vast fijn gevonden om oud te worden. Hij schreef graag over oude mannen en vrouwen. Hij deed dat met een subtiel gevoel voor humor. In ‘Het luie jongetje’ bijvoorbeeld gaat het over vier generaties tovenaars, cq heksen, allemaal nog in leven. Met hun eigen wijsheid en een zekere strengheid. De humor in de kinderverhalen is meer bedoeld voor volwassenen; je kunt ze niet (voor)lezen zonder glimlach.

In zijn werk staat geen woord teveel. Een van zijn beroemde uitspraken was dan ook: “Schrijven is schrappen”. Dat komt goed overeen met zijn opmerking, die ik zaterdag aantrof op de tuinscheurkalender:
Eenvoud is niet het kenmerk van de beginner. Het is de duur bevochten stempel van de meester.
Hij was een meester. En voor mij blijft hij dat.

07782da0-5ff6-11e2-9559-b949519d466c_original