Mozart, Dumas en een fikse boete

20140920_160634

Woest en onstuimig leven: we doen nog steeds ons best, vriendin MD en ik. Afgelopen zaterdag deden we een hernieuwde poging.

Met de kaartjes voor “Die Entführung aus dem Serail” (veelbelovende titel in dit verband!) mogen we gratis met de tram. De ZaterdagMatinee in het Concertgebouw zal deze Duitse opera van Mozart brengen en we hebben er zin in.
Het is nog wel een hele toer om op het terras van Het Stedelijk op tijd een broodje geserveerd te krijgen, zo druk is het op deze stralende dag in september. De obers genieten ook van het prachtige weer, zijn in voor een gezellig praatje en maken zich, terecht, niet al te druk. Maar kom op, ons motto getrouw zijn we nergens bang voor: living on the edge!

Dus schuiven we om vijf voor half twee de zaal in. Een passender entourage voor dit “Singspiel” uit 1782, waarin, volgens keizer Jozef ll, Mozart zich te veel had uitgeleefd (“Zuviel Noten”, lieber Mozart), is nauwelijks te bedenken. Met de ogen dicht kun je je makkelijk wanen in het Wenen van de achttiende eeuw. Het sfeertje uit de film Amadeus is zo opgeroepen.

Het flinterdunne verhaal, waar Mozart op een inventieve manier mee aan de haal is gegaan, wordt met veel liefde, plezier en enthousiasme gebracht. Zo mooi om te ervaren hoe de reactie van het publiek effect heeft op de zangers: ze trekken echt alles uit de kast, om het oneerbiedig te zeggen.
Het orkest speelt de prachtige en krachtige melodieën met volle inzet, terwijl men zich met groot plezier ook aan een flink aantal grapjes te buiten gaat. De dirigent, René Jacobs, volgt volledig de tekst en de muziek van “toen”, maar toch is zijn zeer inventieve inbreng niet te verwaarlozen. Het is een sublieme voorstelling, waarin de jonge zangers het publiek verbijsterd doen staan van hun kunnen.
Heerlijk is het om dit virtuoze spel te zien, te horen, te beleven. Bijna vier uur lang genieten; het is onbegrijpelijk dat tijd ineens niet lijkt te bestaan. Wel zijn er twee pauzes, waarin, ook niet onbelangrijk, een heerlijk wijntje wordt geschonken en waarin je leuk mensen kunt kijken. Kortom, een heerlijke middag, waar we intens van genieten, en velen met ons.

Om half zes, knipperend tegen het zonlicht, steken wij, met gevaar voor eigen leven (!) de van Baerlestraat over. Het Museumplein, in dit licht, met uitzicht op het Rijksmuseum: wat een schoonheid. Zijn we nog lyrisch vanwege de omhulling door de schitterende muziek? Betoverd door Mozart? We voelen ons krachtig en tot veel in staat.

DSC09156

Het Stedelijk is tot zes uur open. En o, loflied op de museumkaart, we gaan dus nog even naar binnen. Een compleet contrast met onze culturele consumptie van amper een kwartier geleden is de expositie van Marlène Dumas. Wat heerlijk om hier die trap op te lopen, de geuren op te snuiven, de kleurige neonverlichting te zien. We “doen” dit op een holletje. Even snuffelen aan datgene waar heel museaal Nederland de mond van vol heeft. En waar ik zelf, eerlijk is eerlijk, nooit zo weg van was. Het blijkt echter zeer de moeite waard: woest en onstuimig tot kalm en ingetogen werk. Gelukkig is de afspraak om de expositie rustig te bekijken allang gemaakt. Een herkansing, binnenkort.

20140920_174045

Tijd om te gaan. Richting Leidseplein. Het borrelt. Weet je nog? Hier zagen we Ramses Shaffy de weg oversteken, zo dronken als wat. Wat vonden wij hem leuk! En hier waren we met vriendin K, die midden op de weg een dansje maakte. En o, ja, daar kwam jij toch ook, bij Zorba De Buddha, die disco waar je tot diep in de nacht kon swingen? En die expositie van Mondriaan, weet jij dat nog? O, ja, ergens aan de Amstel was dat. Daar, bij die pinautomaat raakte jij in gesprek met die Ier, weet je nog welke goede tips hij je gaf? En daar, op dat terras dronken we koffie. Nee, dat gepikte kopje heb ik niet meer. Daar aten we pizza. Ja, we weten het allemaal nog. En meer dan dat. Al die herinneringen aan een leven dat ook toen al niet woest en onstuimig was. Maar we hebben ons best gedaan.

Laat ook maar. We eten pizza op het terras van het tentje waar we dat een half leven geleden al deden, drinken wijn, halen nog meer herinneringen op.

Woest en onstuimig stappen we in de tram: de verkeerde ingang. We worden streng en vermanend toegesproken door de conducteur. Nooit mogen we dit meer doen, op straffe van een boete van tachtig euro! Giechelend ploffen we neer op een bankje achterin. Als twee jonge meiden, die niet al een heel leven achter zich hebben.
Zuviel Noten. Jazeker!

Advertenties

Jong en Young

20131120_222401-1

Woensdagavond. In de miezerige regen naar het station. Maar het optreden van de band van zoon Jaap van vriendin H laat ik me niet ontlopen. We verbazen ons over de chique aankleding van de trein. Dat zie je er aan de buitenkant niet aan af. Er is meer beenruimte. De glazen tussenwandjes zien er fris uit en zijn voorzien van robuuste bronzen handgrepen. Het icoontje op het raam betekent gelukkig dat je mag praten. En zo kletsen we ons door de reis heen. Ver is het niet. Al snel zijn we op Amsterdam Centraal. De tram komt er direct aan en brengt ons naar het Leidseplein.

Hooguit vijf minuten lopen en daar is het doel van de reis: Paradiso. Een kaartje kopen betekent ook lidmaatschap voor een maand aanschaffen. Nou ja, wie weet. Misschien bevalt dit zo goed dat het naar meer smaakt.

We komen voor de band The Benelux. Vanavond wordt hun nieuwe album gepresenteerd. We nemen een voorschotje op de nabije toekomst en kopen een cd en een lp. De T-shirts houden we voor gezien; zoiets dragen wij niet meer, een tekst schuin over de borst. Dat we hier zijn is al bijzonder, vinden wij. De twee oudste vrouwelijke bezoekers, op het eerste gezicht althans, een plastic glas rode wijn in de hand.

Als ware artiesten laten de leden van de band nogal op zich wachten. Maar wanneer de halve zaal vol rook wordt geblazen, kan het niet lang meer duren. En ja hoor! Als jonge honden springen de vier het podium op en het spektakel begint. We kijken elkaar aan; het klinkt goed. Krachtige stem, ruige muziek, een sterke beat. Hoe zal dat voelen voor H, je kind daar zo te zien zingen. Vragen kan ik het haar niet, althans het heeft geen zin, nu.

Het blijft leuk, nadat ik twee sets oordopjes heb gehaald, beneden bij de ingang. Op aanraden van Jaaps zus, M. Beter zo. Het wordt drukker nu het concert in de grote zaal is afgelopen en sommige bezoekers nog een afzakkertje komen nemen ‘bij ons’. Rode plastic trays met daarin acht biertjes worden over de hoofden heen vervoerd. De bezoekers blijven over het algemeen droog, maar de vloer begint geleidelijk aan te glanzen van het vocht.

Het slotnummer. Twee toegiften. En eindelijk kunnen de ouders hun zoon, broer en zus hun broer begroeten. Hij wordt gefeliciteerd met de release van het nieuwe album, gecomplimenteerd met de geweldige show. En dan wordt het voor ons tijd om te gaan.

De laatste trein. Dat is lang geleden. Ja, we worden bezadigd, lijkt het wel. Maar dit, deze avond raakte aan woest en onstuimig. In elk geval wat de muziek betreft. Drie wat oudere mannen zitten aan de overkant van het gangpad. Het woord pensioen valt. Maar daar wordt snel overheen gepraat: ze hadden een geweldige avond in De Melkweg: A tribute to Neil Young. Een van hen bladert in het boekje: Forever Young. Ze vragen naar de lp: van welke band?

Bijzonder hoe dit samenkomt: een jonge band, die haar nieuwe plaat promoot en een doorgewinterde muzikant eren op één en dezelfde avond.
En H? Ja, ze had zich met enige verbazing gerealiseerd dat het haar zoon was, die daar op dat podium in Paradiso de sterren van de hemel stond te zingen.

Rembrandt uit en thuis

DSC08495

Vrijdagavond brachten vriendin MD en ik een bezoek aan het Rijksmuseum. Bij de ingang onder de traverse werden we bijzonder vriendelijk verwelkomd door een groepje aardige jonge mensen – studenten dachten wij – in zwarte broek en rode blouse. We werden voorzien van een plattegrond en een consumptiebon en naar de garderobe verwezen. Daar stond weer een hele batterij vrolijke jongeren, dit keer in kaki outfit, te azen op onze jassen.
Na de koffie, geserveerd door een bijzonder aardige jonge vrouw in stemmig zwarte kleding, begonnen we ons ware VIP’s te voelen. We hoefden niet zelf de lift te zoeken, die werd ons gewezen. Zelfs het lichtjes optrekken van een wenkbrauw deed al iemand toesnellen met de vraag of wij ergens bij geholpen dienden te worden.

En eindelijk stonden we er. Voor de Nachtwacht. Na al die jaren weer oog in oog met dat kleine meisje. Maar nee, we wilden ons niet voor dit indrukwekkende schuttersstuk laten vereeuwigen door een van de toegesnelde fotografen. Heiligschennis vonden wij. Wat was het heerlijk om zo rustig door de zalen te lopen en al die prachtige werken weer te zien.

Bij de meeste schilderijen stonden (ook weer jonge) medewerkers klaar om vragen te beantwoorden en toelichting te geven. De zeer deskundige technische verhandeling maakte ons veel wijzer en we mochten overal bijna letterlijk met onze neuzen op staan.
“Rembrandt manipuleerde met licht; niet alleen door de heldere, lichte kleuren die hij koos, maar vooral ook door pasteus te schilderen. Dikke plakkaten verf bracht hij op, waarbij hij paletmes en soms zelfs zijn handen gebruikte. Zo spat het licht van het schilderij.”

Alleen bij het verhaal dat de enthousiaste vrouw vertelde over de ‘waarheid’ achter Het Joodse Bruidje had ik mijn twijfels. Deze titel is pas later aan het schilderij gegeven. Oorspronkelijk schilderde Rembrandt een Bijbels thema. Het schilderij zou ooit groter zijn geweest en linksboven was toen een raam te zien met daarachter de farao. Tot zover kon ik daar wel in mee gaan; tenslotte is er ook ooit een stuk van de oorspronkelijke Nachtwacht afgesneden wegens plaatsgebrek. Maar daarna vertelde zij het volgende:
“Eigenlijk zijn hier Izaäk en Rebecca afgebeeld. Izaäk wilde niet dat de koning (de farao dus) wist dat Rebecca en hij getrouwd waren, omdat hij bang was dat hij gedood zou worden, zodat de koning met zijn vrouw zou kunnen trouwen. In het geheim beminden zij elkaar, wat duidelijk te zien is op het schilderij; de blik, de tedere hand op de borst, de hand van de vrouw die de vingers van haar man beroert. En: hoort de vrouw soms iets?”

We bedankten voor de uitleg, maar bij mij begon er gaandeweg iets te knagen. Er klopte iets niet. Dit verhaal kende ik in een andere setting, namelijk wanneer Abram en Sarai, de latere ouders van Izaäk, in Egypte zijn, tijdens een hongersnood in het land Kanaän. Abram wil niet dat Sarai als zijn vrouw wordt gezien, en stelt haar voor als zijn zuster. Het hele verhaal is te lezen in Genesis 12: 10-20. Had de medewerkster zich vergist? Of wist ze niet beter? Toen ik er iets over vroeg, antwoordde ze dat ze niet zo bijbelvast was. Dat hoeft natuurlijk ook niet, maar je moet wel weten waar je het over hebt, wanneer je zo’n enorme tip van de sluier oplicht.

Ik vind het jammer dat tegenwoordig vaak de basiskennis ontbreekt. Er is in de loop der eeuwen zoveel geschilderd naar teksten en figuren uit de bijbel, dat het me noodzakelijk lijkt voor studenten kunstgeschiedenis en medewerkers van musea met oude kunst, om kennis te nemen van de meest gangbare verhalen. Zie het als algemene ontwikkeling. Het is alles zo verweven met onze cultuur.

Maar genoten hebben we, van ons brave en ingetogen uitje. (Weer niet woest en onstuimig, dus) En thuis? Ja toen werd er bij P & W nog uitgebreid gesproken over De Staalmeesters. Een onverwacht interessante afsluiting van een bijzonder geslaagde avond.

Zie ook Hundertwasser uit en thuis: http://wp.me/p36K0e-aE

Gek genoeg

Vriendin MD en ik spraken een aantal jaren geleden af, dat we op een keer woest en onstuimig zouden gaan leven. Ooit. Hoe dat leven eruit zou gaan zien, ja daar hadden we geen idee van. Zelfs wisten we niet precies wat we ons moesten voorstellen bij woest en onstuimig. Helemaal niet erg natuurlijk, want als de tijd daar was zou dit vanzelf aan ons geopenbaard worden.

Om de een of andere reden kwam het maar niet uit de verf. Regelmatig herinnerden wij elkaar aan de afspraak. Op menig verjaars- of nieuwjaarskaartje werd de belofte ten overvloede genoteerd: “Van harte! In het kader van woest en onstuimig leven nodig ik je uit voor een film in het filmhuis.” Of: “Ik wens je een rustige kerst en een woest en onstuimig nieuw jaar.”

Woest en onstuimig leven; wie wil dat nou niet?

Het komt er uiteindelijk op neer dat wij dat, diep in ons hart, inderdaad niet willen. Of niet durven. Of dat we niet weten hoe het moet. Waarom leven wij het leven dat we al jaren doen? Gewoon, zonder al te veel gekke dingen? Wat weerhoudt ons ervan om de afspraak na te komen? Uitvluchten waren er tot nu toe genoeg. Zorg voor kinderen, ouders, drukke baan, maar die gelden niet of nauwelijks meer.

Nee, woest en onstuimig; het zal er niet van komen. En daar moeten we ons dan maar bij neerleggen. Als gevleugelde uitspraak zal hij het goed blijven doen, het staat leuk als kreet op een kaartje, maar meer moeten we ons er niet bij voorstellen.

Wel hebben we van tijd tot tijd bijzonder leuke uitjes. Een gewoon uitje wordt om een of andere reden doorgaans heel speciaal. Hoe dat komt is niet helemaal duidelijk, maar het is een feit. Een bezoek aan het Drents Museum, De Sovjet Mythe, wordt, ondanks de sneeuw, de kou en de vertraging op het spoor, een geweldige dag. We genieten van de kunst, de lunch in het uit Den Haag overgeplaatste café Krul en van een onverwachte ontmoeting op het station. Een strandwandeling, op een bewolkte middag, die zodra wij het strand op lopen, stralend zonnig wordt, is een cadeautje. We vinden krabbenschildjes en door het heiige weer zijn de windmolens niet zichtbaar. De film, waarvan we niet zeker wisten of hij de moeite waard was, bleek een schot in de roos. Het diner vooraf, in het Filmhuisrestaurant, ook. En de lijst kan nog worden aangevuld.

Het is maar één keer de mist ingegaan. Wij kregen van een kennis twee kaartjes voor een cabaretvoorstelling in het theater, waar zij zelf niet naartoe kon. Toen de pauze begon hadden wij nog niet één keer gelachen en bijna voortdurend met kromme tenen gezeten. We zijn weggegaan en hebben een goed glas wijn gedronken in een gezellig café. Dus uiteindelijk kwam ook dat uitje weer goed.

Ons laatste uitje was ontbijten op het strand. Om het begin van de vakantie te vieren. Het was prachtig weer. De broodjes waren vers, de koffie was goed. Dat er speculaasjes bij werden geserveerd namen we op de koop toe. Dat we uitzicht hadden op het windmolenpark ook.
Het enige onstuimige was de wind, die alle parasols uit de grond blies. En woest was alleen de persoon die daardoor werd geraakt.

Woest en onstuimig? Ach welnee. Wij doen maar gewoon, dat is al gek genoeg.

DSC07975