De Zaandijker kerk in volle glorie

Het is al een tijdje aan de gang in het oude wijkje, een paar straten bij mij vandaan: slopen, breken, graven, egaliseren. En renoveren. Zo kwam het stokoude Zaandijker kerkje letterlijk steeds meer aan het licht.

Toen ik twintig jaar geleden (alweer!) in dit aardige dorpje (natuurlijk, het is een onderdeel van Zaanstad, maar toch) kwam wonen, zag ik vanuit mijn keukenraam het blauwe lichtje op de kerktoren. Ik vond het wel mooi, onder de rook van de kerk te wonen.
Het oude, vervallen gebouw heeft mij altijd aangesproken. Het was een echte kerk zoals kinderen die tekenen: een schip en een toren. Kerkdiensten werden er al lang niet meer gehouden. Zelfs is er een tijdje een paintballcentrum in gevestigd geweest. Dat vond ik raar en zonde van het gebouw. Heiligschennis. Daarna stond het leeg.

Het blauwe lichtje was verdwenen. Het verval sloeg enorm toe. Ramen werden ingegooid. Het was onduidelijk wat er allemaal in dat gebouw gebeurde. En eigenlijk wilde ik dat liever niet weten ook.

Tot er vorige zomer ineens met grof geschut sloopwerk werd verricht. Nee, niet de kerk ging eraan, maar de lelijke gebouwen rondom (wie kent nog de term: punaisebouw?)
De kerk werd in de steigers gehesen en daarna flink onder handen genomen, zowel aan de binnen- als aan de buitenkant. Er werd natuurlijk druk gespeculeerd over wat er met het gebouw zou gaan gebeuren. Stukje bij beetje hebben we de metamorfose kunnen volgen. Deze week werd het laatste gedeelte van de buitenmuur wit geschilderd. En zijn er leibomen omheen geplant. Het terrein is opgeruimd. De klok loopt weer (nog niet op tijd, maar voor de kerk is het noch te vroeg, noch te laat).

Vanochtend reed ik er langs, met de fietstassen vol boodschappen. Ik zag dat de deur wagenwijd openstond. Afstappen dus. Een vriendelijk bordje nodigde uit tot binnenkomen. Het was zelfs mogelijk de toren te beklimmen. Wel via zo’n enge metalen gaatjestrap, maar dat is ook wel weer een uitdaging. Het uitzicht was in elk geval fantastisch.

Binnen rook het heerlijk naar lak en er werd nog driftig getimmerd en gezaagd. De laatste hand voordat de officiële opening vrijdag plaatsvindt. Buiten voor de voordeur staan tien brievenbussen. Tien appartementen zijn er gerealiseerd voor een project begeleid wonen.

Zo heeft de kerk haar leidinggevende functie uiteindelijk toch weten te behouden.

——————————————————————————————————————-
Oplettende lezertjes zullen het woordje hammerbeam op een van de foto’s zijn tegengekomen. Dit is een speciale manier van het aanbrengen van dakspanten, heb ik van een behulpzame bezoeker begrepen. Deze kerk is een van de weinige waarin dat te nog zien is, blijkt. Zo komt de plafondversiering goed tot zijn recht. Hier is dat slechts een randje in ossenbloed rood, maar dat is in elk geval goed zichtbaar.

De Haremakerai

haremakerai

Na de teleurstellende ervaring bij de kapper van een tijdje geleden, besluit ik mijn heil te zoeken bij een andere zaak. Want hoe je het ook wendt of keert, haar blijft groeien. En zoals ik al eerder schreef – ik vind het zo leuk om deze uitdrukking van mijn moeder weer te gebruiken – op een gegeven moment kijk je ’s morgens in de spiegel en denk je: wat ziet dat haar er lijzig uit, daar moet de schaar in!

De afspraak is snel gemaakt. Ik kan terecht bij de Haremakerai, een salon in de buurt, die wordt gerund door een oud-leerling. Een leuke bijkomstigheid. Deze jonge vrouw heeft het goed voor elkaar. Het lieve bescheiden meisje dat twintig jaar geleden bij mij in de klas zat, heeft haar droom verwezenlijkt: een eigen kapperszaak met vier man (vrouw!) personeel, waar ze haar creativiteit kwijt kan en waar ze stagiaires opleidt, zodat ook haar andere passie, het onderwijs, een plaats in haar leven heeft kunnen krijgen.

De gevel is, hoe kan het ook anders, fris ‘Zaans’ groen geschilderd. Het bijzondere logo is een ontwerp van haar kunstzinnige zus. Je vindt de karakteristieke items van de Zaanstreek erin terug: de industrie, de wind, de walvisvaart en uiteindelijk, waar het hier tenslotte om gaat: de haren.

logo-h

Wat een vondst om je kapperszaak De Haremakerai te noemen! Een echte Zaanse naam en precies zoals de rasechte Zaankanters ‘harenmakerij’ uitspreken. Zaanser kan bijna niet.
Dit vraagt wellicht om enige uitleg. In de oliemolens van de Zaanstreek gebruikte men bij het persen paardenharen matten. Deze werden gemaakt van het haar van staarten en manen in de enige ‘harenmakerij’ die dit gebied rijk was en die op zo’n vijftig meter afstand van de kapsalon heeft gestaan. In de zestiger jaren van de vorige eeuw is dit pand in zijn geheel naar de nabij gelegen Zaanse Schans getransporteerd, waar het nog steeds bewoond wordt.

klaas-harenmaker

Eindelijk is het vrijdag. Ik ben wat aan de vroege kant en ga aan de grote leestafel zitten. De ruimte is netjes en gezellig ingericht; schoon, licht, warm, creatief, met een bijzondere touch.
Er worden twee kleine jongens geknipt. En ‘mijn’ kapster is nog bezig met een klant. Er liggen recente tijdschriften, er wordt een heerlijk kopje koffie geserveerd. Er staat een rekje met informatie over activiteiten in de Zaanstreek. Een folder van Kledingbank Zaanstad stop ik in mijn tas. Ik voel me hier op mijn gemak; het is net een gezellige huiskamer.

Dan neem ik plaats voor de grote spiegel. De excuses omdat het wat is uitgelopen, wuif ik weg; ik heb de tijd. En het kan gebeuren. Het is mensenwerk en dat kan niet in een keurslijf worden geperst. Bovendien kan het ook in mijn voordeel werken, wanneer er optimaal aandacht aan de klant wordt besteed.

We bekijken hoeveel eraf kan. Niet te kort, vindt ook zij. Dan begint het avontuur, waar ik me vol vertrouwen aan overgeef. Zorgvuldig en met aandacht wordt er geknipt. Het lijkt net of er niets gebeurt, zo vanzelfsprekend voelt het aan, maar toch zie ik steeds meer grijze plukjes op de zwarte kapmantel vallen. Na een half uurtje schud ik op verzoek mijn hoofd. Simpele, maar doeltreffende methode, zo valt het haar op een natuurlijke manier op zijn plaats. Ze controleert of er nog wat uitsteekt, knipt de laatste haartjes weg, et voilà! Zo strak en recht is mijn haar nog nooit geknipt.

Was het proces bij het bedrijf van Klaas Harenmaker een goed bewaard geheim, voor de Haremakerai geldt dat niet. Al snap ik absoluut niet hoe deze vrouw in een handomdraai met kam en schaar een perfect zittend, tot volle tevredenheid stemmend kapsel tevoorschijn tovert.

Met een goed gevoel sta ik even later buiten. De nieuwe afspraak is gemaakt. En ze heeft gelukkig beloofd me in het vervolg te tutoyeren.

rook

Over de oorspronkelijke harenmakerij:
http://onh.nl/nl-NL/verhaal/1859/voormalige-harenmakerij-uit-de-18e-eeuw

“Geachte Vergadering”

Na het vorige blogje ben ik nog verder de geschiedenis ingedoken. Het oudste notulenboek van Tuinvereniging Zaandijk is een geweldige bron van informatie. Het nu volgende jaarverslag werd gepresenteerd in februari 1944. Zware tijden.

DSC02400

Jaarverslag 1943. Tuinvereniging Zaandijk.

“Geachte Vergadering”……………….

De heer J. Kamphuis, de pas benoemde secretaris, heeft er echt zin in. Hij schrijft een jaarverslag van ruim vier dichtbeschreven kantjes, in een keurig handschrift. Maar, hij waarschuwt wel: “Veel moet U er echter niet van verwachten, want
1ste Slechts korte poos heb ik in Uw bestuur zitting.
2de Over 1943 zijn geen notulen beschikbaar waaruit ik de gebeurtenissen van dit jaar zou kunnen opduiken.
3de Er was weinig activiteit te bespeuren, de inwendige organisatie en administratie was niet overzichtelijk en zoo was het ook op de tuinen, alles stond in het teeken van verval en dat nog wel in het jaar dat de Ver. haar 5 jarig bestaan herdacht. Ook het nieuwe bestuur was gedwongen door de huidige omstandigheden, hieraan geen ruchtbaarheid te geven”

Dit schrijft hij op het moment dat de oorlog nog ruim een jaar zou gaan duren. Dat is wat wij nu natuurlijk weten, toen was het allemaal nog onbekend; een zeer onzekere periode. Daarom ook is het bijzonder dat de heer Kamphuis er zo’n positief verhaal van weet te maken.

Uit het verslag blijkt dat er een nieuw bestuur is benoemd, dat “eenparig vol goeden moed is en de zaken anders aanpakt, dan tot nu toe het geval was. Zij heeft daarbij één doel voor ogen: namelijk de vereniging sterk te maken, zoodat ook na deze oorlog haar bestaan verzekerd is.”
Of de inspanning van het bestuur van 1943 er echt toe heeft bijgedragen, is natuurlijk niet te achterhalen, maar de vereniging bloeit nog steeds!

De heer Kamphuis memoreert nog eens aan het allereerste begin, toen de gemeente Zaandijk de grond in bruikleen gaf, zodat die kon worden uitgegeven aan werklozen, die graag wilden tuinieren. Dit mede door de bemoeienis van de Stichting Werklozenzorg Koog-Zaandijk. Na enige tijd werd er behoefte gevoeld aan het oprichten van een vereniging, met statuten en een bestuur. En zo geschiedde, op 22 november 1938. “Tevens werden op die avond de prijzen uitgereikt, vanwege de Stichting, voor de best onderhouden tuinen.”….. “De goede tuinders werden met tuingereedschap beloond.” Hij noemt de namen van deze mannen en vervolgt: “Vele van deze zijn nog lid en staan wat bewerking der tuinen betreft nog aan de spits, niettegenstaande dat zij nu lange werkdagen maken. Een woord van hulde aan deze pioniers is hier zeker op haar plaats”

Dan herhaalt hij de woorden die de heer Honig (de voorzitter van de Stichting) op de oprichtingsvergadering heeft gesproken: “In de eerste plaats acht ik het de plicht van hen, die krachtens hun positie daartoe in staat zijn alles te doen wat in hun vermogen ligt om de nood ontstaan door de werkloosheid zooveel mogelijk te lenigen. Ik ben de heer Brinkman erkentelijk voor zijn waarderende woorden, doch wil hier gaarne opmerken dat in de allereerste plaats dank moet worden gebracht aan mijn medewerkers die het grootste deel der werkzaamheden voor hun rekening nemen en voor wie geen moeite te groot is.”
De conclusie van de heer Kamphuis luidt: “Mijne Heeren, mij past het niet hier iets aan toe te voegen, hier sprak een groot en nobel mensch.”

Na deze lyrische ontboezeming keert hij weer terug tot de dagelijkse gang van zaken. Er is een inkoopcommissie in het leven geroepen. Hij vindt dat hij daar weinig over kan zeggen: “…aangezien ik daar zelf deel van uit maak. Toch meen ik te kunnen zeggen dat de leden hiermee ingenomen zijn. Deze inkoopcommissie staat nog in haar kinderschoenen, maar zij hoopt in de toekomst, op nog grotere schaal, aan de wenschen van de leden tegemoet te komen.”

Hij maakt duidelijk dat het bestuur misschien wel eens wat vervelende maatregelen zal moeten doorvoeren, maar dat dit altijd in het belang van de Vereniging zal zijn. “Als laatste spreek ik de hoop uit, dat de leden in het aanstaande tuinseizoen, het bestuur alle medewerking zullen verlenen.”

Dan besluit hij vol vuur, wat zeker te maken heeft met de tijd waarin men toen leefde: “….Dat de geest van kameraadschap over hen vaardig zal worden en dat wij elkander beter leeren begrijpen en elkanders werk weten te waarderen. Dan kan het niet anders of de Ver. zal in dit industriecentrum haar plaats veroveren en behouden. Ik wensch u allen een voorspoedig tuinjaar toe, met tuindersgroeten……”

jaarverslag 1943

Dit was weer een aardig inkijkje in het wel en wee van onze vereniging, met postume dank aan de heer Kamphuis. Ook over het jaar 1944 schreef hij een gloedvol verslag. Dat is voor een volgende keer.

Bacchus aan de Zaan

j en f

Je zou denken
Wanneer je de beelden ziet
Dit is Griekenland
– Maar dan zou ik beter kijken
Om met Kees Schippers te spreken –

Integendeel
Op een steenworp afstand
Van de Zaan
Staan ze schoongeboend te blinken
In een tuin
Met gladgeschoren buxushaagjes

In de verste verte
Geen Parthenon te bekennen
Maar pakhuizen
Molens en fabrieken

Met zijn vieren geschaard
Rond de vrolijke jonge god
Gehuld in druivenranken
De kruik aan zijn voeten
Tot de hals toe gevuld
Wijn der vergetelheid

Dionysos
Volgens de oude Grieken
Wanneer ze hem bezongen
Tijdens hun bacchanalen

In kil kerkelijk Nederland
Van twee eeuwen geleden
Werd een denkbeeldig
Vermanend en belerend
Vingertje opgestoken

Morgen middag
Avond en nacht
Niet te veel
Aan Bacchus gedacht

Maar de molenaars
Zakkensjouwers en schippers
Hadden hier geen boodschap aan
Ze ploeterden de godganse dag

Brood op de plank
Was het devies
En een goede sigaar op zondag

Aan god noch gebod
Werd een gedachte gewijd
Wanneer ze na het zware werk
Hun welverdiende borrel
Achterover sloegen

1 WordPress

Pinksterdrie

In de Zaanstreek kent men drie Pinksterdagen. Ook de dinsdag is voor veel mensen een vrije dag, hoewel er de laatste jaren steeds meer de klad komt in dit ruim vierhonderd jaar oude gebruik.

De oorsprong ligt in het jaar 1574, tijdens de tachtigjarige oorlog. De Spanjaarden waren in oktober 1573 verslagen bij Alkmaar. Tijdens de februarimaand met strenge vorst, waren veel Spaanse troepen gelegerd in Assendelft. Van hieruit werden Krommenie, Knollendam, en Westzaan bestookt en aangevallen. Wormerveer (heette toen nog ’t Saen) werd binnengevallen en leeggeroofd. Terwijl de troepen weer naar Assendelft trokken, werd in het zuiden van het land een inval voorbereid door Lodewijk, de broer van Willem van Oranje. De Spaanse troepen werden razendsnel uit Noord Holland teruggeroepen. Maar onderweg staken ze nog even de resten van Krommenie en Knollendam in brand evenals Wormerveer, Zaandijk, Koog aan de Zaan en het Zuideinde van Westzaan. De bevolking onderging alles gelaten, waarschijnlijk omdat men dacht dat er nu snel een eind aan de bezetting zou komen. Maar nadat de Oranjes vernietigend waren verslagen op de Mookerhei, keerden de Spanjaarden terug naar Assendelft in het al zo gehavende Noord Holland. Ze waren van plan zich te concentreren op Wormer en Purmerend.

Slag_bij_Mokerheide_-_Battle_of_Mookerheyde_in_1574_(Frans_Hogenberg)

Op eerste Pinksterdag, 30 mei, in de vroege ochtend trokken 3000 Spaanse soldaten naar Wormer. Met roeiboten en pontons staken zij de Zaan over. Dit bleef niet onopgemerkt: boer Haentjes was met zijn meid koeien aan het melken op een weiland bij Wormer. De meid zag plotseling wat glinsteren en de gevolgtrekking was snel gemaakt. Haentjes rende naar het dorp en waarschuwde iedereen. Heel Wormer was op de been, tot de tanden toe bewapend met alles wat tot wapen kon dienen. Gelukkig was er vlakbij een aantal Oranjegezinde legereenheden gestationeerd en bij de Kalverschans lag een kleine vloot van vrijbuiterschepen, die zo snel mogelijk naar Wormerveer voer, waar de Spanjaarden nog steeds bezig waren de Zaan over te steken. Het vuur werd geopend en men voer in op de bootjes waarmee de Spaanse troepen werden overgezet. De Spanjaarden werden in de pan gehakt of ze verdronken tijdens hun vlucht in het waterrijke gebied. De schans werd snel door de Hollanders veroverd.
Van de 1400 Spaanse soldaten bleven er slechts 300 over. Op tweede Pinksterdag werden deze naar Hoorn gestuurd, terwijl de strijd in Purmerend in volle gang was. Aan het eind van de dag bleek dat men ook daar de aanval had weten af te slaan. Pinksteren was voorbij.

vrijbuiters

Op de schansen in de Zaanstreek gingen de vlaggen in top. De overwinning werd uitbundig gevierd, waarbij de wijn rijkelijk vloeide. Pinksteren werd met één dag verlengd. En zo is het nu nog steeds.