Sinterklaas, ooit….

1-sint-en-piet-v-en-d

Toen winters nog echt winters waren. Toen we nog op een gewone step met luchtbanden naar school gingen. Toen we op zondag tijdens het middageten naar een hoorspel op de radio luisterden. Toen we ouderen nog aanspraken met “U”. Toen we nog met twee woorden moesten spreken. Toen “Nee” ook echt nee was. Toen we nog gezelschapsspelletjes deden. Toen we een keer per week in de teil gingen. Toen spruitjes nog echt bitter waren en aardbeien echt zoet. Toen fast food nog onbekend was. Toen gedrag en vlijt nog werden beoordeeld op het rapport. Toen je nog veilig kon buiten spelen. Toen de wereld nog klein was. Toen je voor vijf cent een ijsje kon kopen. Toen ’s ochtends de kachel moest worden aangemaakt. Toen de bakker nog aan de deur kwam en je soms op woensdag een kadet mocht kopen. Toen je bij vader op de stang mee mocht op de fiets. Toen je nog met een kroontjespen schreef. Toen de boterham met tevredenheid nog bestond. Toen je zondagse kleren had. Toen er in de kerstboom nog echte kaarsjes brandden. Toen je op zaterdagmiddag met vader naar de Cineac ging. Toen voetbal nog gewoon voetbal was.

Toen… toen mocht je begin december met je ouders ’s avonds mee de stad in om de prachtige Sinterklaasetalages te bewonderen. Ging je met ze naar de Bijenkorf om de Zwarte Pieten langs een dik touw op en neer te zien ‘klimmen’. Zette je je schoen. Zong je je schor bij de schoorsteen. Wist je nog wat roet was. Klopte je hart vol verwachting. Was het Sinterklaasfeest warm, gezellig en zonder bijsmaak.
Kwam er geen enorme politiemacht op de been bij de intocht. Waren er geen voor- en tegenstanders van Zwarte Piet, die elkaar de tent uitvochten.

Lang geleden……
Toen Sinterklaas nog gewoon een leuk, onschuldig kinderfeest was……

Advertenties

Dank u SinterklaaRsje

220px-HajjiFiruzHet is herfstvakantie. De kleinkinderen logeren bij mij. We kijken naar het jeugdjournaal. Gouda komt in het nieuws. Sinterklaas zal daar in november aanmeren met zijn stoomboot en nu probeert men politiek correct een aantal zwarte pieten te veranderen in kaaskoppen en zoete koekjes. Op mijn vraag aan de kleinzoons (van wie één niet meer gelooft en de ander nog wel) wat ze ervan vinden, krijg ik een eensluidend antwoord: “Raar, zo zien mensen er toch niet uit!” De gelovige poneert: “Ik ben nu gewend aan zwarte, dus dan moeten ze dat niet ineens gaan veranderen.” De ongelovige vindt het te belachelijk om over te praten. Zwart is zwart. Zo hoort het. Punt. Wat dat betreft zijn kinderen behoorlijk conservatief.

Diep in hun hart, of moet ik zeggen intuïtief, weten ze dat het allemaal verder niets met kleur te maken heeft, maar met een feest. Sinterklaas is niet beter dan zijn pieten. Vaak vinden ze zwarte piet wel zo leuk: hij beheert de zak waarin zich het snoepgoed bevindt. Er heest een gezond gevoel van spanning: je schoen zetten; ook al geloof je niet meer, je hoopt dat er wat in komt. Voor wat, hoort wat: zingen als je je schoen zet, een wortel voor het paard, een tekening voor Sinterklaas. Maar ook een verlanglijstje. En dan op pakjesavond: zou hij komen, de goede Sint? Er wordt op de deur geklopt. Ook al geloof je het hele jaar niet meer, op dat moment zet je het ongeloof in de ijskast en ren je met bonkend hart naar de deur, ouders en grootouders met waterige oogjes achterlatend.

De oudste kleinzoon (een halve Pers) viert in feite zelfs twee keer in het jaar ‘sinterklaas’. Uiteraard in december. En tijdens het Iraanse Nieuwjaar, zo rond 21 maart, nog een keer. De traditie wil dat er dan twee figuren komen opdraven, van wie er één op sinterklaas en de ander op zwarte piet lijkt; respectievelijk: Baba Nohroez en Hadji Firouz. Er worden cadeautjes uitgedeeld en hadji Firouz maakt grapjes. Dit is niet de hoofdmoot van het feest, maar het hoort er wel degelijk bij! En de kinderen vinden het heerlijk.

Natuurlijk gaat het bij beide feesten om de tegenstellingen: lief en stout, zwart en wit, oud en nieuw, enzovoort. De tegenstellingen waarop ons hele bestaan is gefundeerd, en waarvan je spelenderwijs doordrongen wordt. Het is iets universeels.
En het gaat in de donkere dagen van het jaar natuurlijk ook om vrolijkheid en gezelligheid. Om elkaar verrassen en verwennen. Aardig zijn voor elkaar. Deze leuke, warme elementen van het hele gebeuren zouden we gewoon vergeten door al het kille en koude gedoe van tegenwoordig. Door het donker naar het licht. Rascisme? Daar heeft het sinterklaasfeest in de verste verte niets mee te maken.

Ik hoop eerlijk gezegd, dat we vanaf nu niet ieder jaar die “P”-discussie zullen hoeven te voeren. Dat gedram en gedrein over iets wat totaal geen link heeft met het aloude feest zorgt er juist voor dat mensen een grotere liefde opvatten voor de zwarte piet in ons bestaan. Dat zou die zuurpieten toch juist tevreden moeten stemmen?

20140902_174807Nee, het enige waar we over zouden kunnen vallen is de tekst van één van de simpelste sinterklaasliedjes: Sinterklaasje, bonne, bonne, bonne. In groep één van de basisschool leren kinderen al rijmen. Hoe trots kunnen ze zijn, wanneer ze het principe van het rijm doorhebben.
En dan, in de laatste twee zinnen van dit schone lied van slechts vier regels gaat het mis:

Gooi wat in mijn laarsje
Dank u Sinterklaasje.

Dát vinden kinderen nou verwarrend. En dát vind ik een kwalijke zaak.

——————————————————————————————————————-
Nog een zwarte-pietendiscussie, maar dan op een heel ander vlak:
De gele veer.

De foto van Hadji Firouz komt van het internet.

De gele veer

DSC00133

“Waarom niet, Yvonne?” Hij stampte van woede. “Ik dacht dat we het er vorige week over hadden gehad? Je was het er toch mee eens?”

Ze keek hem aan. Als hij zo te keer ging, moest ze altijd aan haar vader denken. Het was waar dat een vrouw een man zocht die op haar vader leek. Dat bewijs werd keer op keer geleverd. Maar Herman sloeg niet, dat was een groot verschil.

Had ze maar beter opgelet, acht jaar geleden. Verliefd, verloofd, verloren, dacht ze cynisch. Ze had zo veel jongens kunnen krijgen. Ze was mooi en aantrekkelijk. Ze hield van mannen. En ze koos Herman. Uit dat enorme aanbod wist ze feilloos de verkeerde te kiezen. Ze zuchtte.

“Ja, ik weet het. Vorige week dacht ik er anders over. Maar uiteindelijk heb ik er altijd weer moeite mee. Dat weet jij toch ook?” Hoe moest ze hem dit nu op een nette manier duidelijk maken? Ze probeerde rustig te blijven, maar dat maakte hem nog kwader. Hij griste zijn jas van de kapstok en sloeg de deur met een klap achter zich dicht. Zou hij nu van haar verwachten dat ze achter hem aan kwam? Tot voor kort deed ze dat wel, smeekte met tranen in haar ogen of hij niet weg wilde gaan. Hing aan hem, letterlijk, ging voor hem op haar knieën. Ze piekerde er niet meer over. Nee, die vernedering kon ze zich gevoeglijk besparen. Ze wilde het niet meer, dat afhankelijke gedoe. Ze kon hem toch niet tegenhouden. Bovendien, hij kwam altijd terug, wist ze uit ervaring. Na een uur, een dag. Die ene keer dat hij een heel weekend wegbleef, was een uitzondering.

Ze haalde haar schouders op, streek een blonde lok uit haar gezicht en begon de ontbijtboel af te ruimen. Hij zou wel naar kantoor zijn gegaan. Zij was vandaag vrij. Waardeloos, eigenlijk. Het gaf haar de kans om de hele dag te piekeren. Had ze anders moeten reageren? Nee, het had niet uitgemaakt. Elke reactie zou verkeerd gevallen zijn. Ieder jaar was het weer hetzelfde liedje. Ze had het kunnen weten.

Haar telefoon ging. Ciska, zag ze. Daar had ze nu echt geen zin in. Alsjeblieft even geen verhalen over dat modelgezinnetje. Ze had vast weer een geweldig gezond recept gevonden. Of verantwoorde cadeautjes. Ze wachtte tot de voicemail werd ingesproken. Terugbellen kon altijd nog. Nu had ze opbeurend gezelschap nodig.
Ze zou Romy bellen nadat die klaar was met haar therapie. Dan konden ze misschien even de stad in. Ergens lunchen met veel witte wijn.

Het was behaaglijk in het restaurant. Ze hadden een tafeltje bij het raam. Op het zachtrose tafelkleed stond zowaar al een piepklein kerststukje. Smaakvol, dat wel. Maar toch, het was nog maar eind november. Ze zakte wat onderuit en keek naar haar vriendin die druk bezig was haar make-up bij te werken. Had ze gehuild?

Zalm met pesto en rucola op een knapperige ciabatta. De zilveren wijnkoeler binnen handbereik. Het aangename gezelschap van haar beste vriendin. Zou ze het vertellen, straks? Of was dat toch lichtelijk gênant? Ze wachtte af. Eerst maar eens horen hoe het Romy was vergaan bij de psychiater. Ja, daar vertelde ze graag over. Ze viel wel op die man, probeerde hem te verleiden. Maar hij was oud en getrouwd, deed of hij niets in de gaten had. Hij gedroeg zich afstandelijk, professioneel. “Die man is echt blind!”, riep ze schaterend uit, “volgende keer doe ik een nog korter rokje aan en een nog dieper decolleté!” “En als hij er nou onverwacht toch eens op ingaat?”, vroeg Yvonne . “Hij is getrouwd. En veel te oud voor jou. Je wilt toch geen lijk in je bed?” “Nee, bah, natuurlijk niet.” Romy beweerde dat ze er helemaal niet op uit was om echt iets met hem te beginnen. Dit was gewoon leuk, een spel. Dat wist zij toch ook wel? Ja. Dat wist ze. Maar het leek heel ver weg gestopt.

Vanuit haar ooghoek zag ze de ober naar haar staren. Ja, ze wist het inderdaad nog wel: zo begon het. Maar ze had er geen zin in. Ze wenkte de jongen en bestelde een tweede fles wijn. Ze voelde zich lichter worden, losser. Zou ze het nu vertellen? Beter van niet. Met Romy wist je het nooit. Die kletste zo haar mond voorbij. Ze wilde Herman ook niet voor gek zetten. “Hé, ik vroeg of jullie nog wat doen aan Sinterklaas.” Romy keek haar vriendin onderzoekend aan. “Is er wat?” “Nee, er is niks, beetje moe en dan vier glazen wijn. Je kent dat wel. Nee, vertel verder, ik luister.” Terwijl het verhaal voortkabbelde met af en toe een gierende uithaal, bedacht zij hoe ze het aan zou pakken. Ze voelde zich rustiger nu. Toegeeflijker. Zoveel kwaad stak er toch niet in. Dat het elk jaar op hetzelfde uitdraaide was natuurlijk niet zo erg. Het gaf zelfs wel wat vastigheid. En als ze zich erop instelde, vond ze het deze keer misschien nog wel leuk ook. Zeker wanneer ze op pakjesavond ook een hele fles wijn soldaat zou maken. “Oké, vooruit!”, zei ze hardop. “Wat?”, wilde Romy weten. “Eh, ik denk dat ik maar eens opstap. Het wordt al schemerig. Er moet nog gekookt worden vanavond, dus ik ga even wat boodschappen doen”

Stipt om zes uur knarsten de wielen over het grind. Het autoportier werd dicht geknald. Ze glimlachte. Hij moest eens weten. Ze hoorde de wc doortrekken, het kraantje lopen. Eindelijk kwam hij de kamer binnen. De tafel was feestelijk gedekt. Kaarsen brandden. Wijn fonkelde in de kristallen karaf. Hij kon toch niet boos blijven?

Ze zag de trilling in zijn bovenlip. Een goed teken. Eenmaal aan tafel besloot ze het er maar op te wagen. “Herman”, begon ze, “vanochtend was ik er niet zo voor in de stemming. En ik vond het ineens zo kinderachtig, dat hele gedoe. Maar ik heb er nog eens over nagedacht. Laten we het maar weer doen. Je kijkt er tenslotte het hele jaar naar uit. Nee, laat me uitpraten. Ik weet het zeker: we doen het.” Ze overhandigde hem een pakje. Hij kleurde tot onder zijn haar toen hij het uitpakte. “Nieuw?”, vroeg hij, happend naar adem, “met schmink?” Met twee handen hield hij het pietenpak omhoog: paars en groen, zijn lievelingskleuren. Hij raakte haar wang aan met de gele veer van de baret. Ze huiverde, maar liet niets merken. Hij raapte de bruine schmink op van de vloer, rook eraan. “Dus, de hele avond? Zoals we hadden afgesproken? En dan met alles aan naar bed?” Hij straalde. Ze zuchtte onhoorbaar. Sloot even de ogen.

Dat zou ze die nacht ook doen. Ze zou zich eraan overgeven. Maar ze wilde beslist niet zien hoe die stomme gele veer boven haar hoofd heen en weer bewoog.

——————————————————————————————————————-

Met dit verhaal doe ik mee aan een schrijfwedstrijd. Wie het leuk vindt, kan erop stemmen. If so: hartelijk dank!
http://www.editio.nl/schrijfwedstrijd/

Allebei bestaan ze niet

20140902_174807Het is nog zomers, maar er zijn al mensen bezig met winterse perikelen. Niet met het trainen voor de hopelijk te schaatsen Elfstedentocht, de extra isolatie van het huis, of de aanschaf van warme kleding. Nee, het is een serieuze aangelegenheid waarmee zij zich onledig houden: het hulpje van een fictieve figuur, die half november in diverse plaatsen in Nederland met een stoomboot aankomt.

Daar raken we al direct de kern van de zaak. Deze hulpjes, de zwarte pieten, hebben een uiterlijk, dat sommige mensen verafschuwen. Is dat het enige probleem?
Nee, in wezen gaat het niet om de kleur, maar om het dociele gegeven. Deze zwarte personen voeren hen terug naar de tijd van de slavernij. Zij vinden dat zwarte piet een slaafs, volgzaam, beetje sullig wezen is, een karikatuur. Het Sinterklaasjournaal laat doorgaans iets anders zien; de pieten hebben hun eigen ideeën en bezigheden. Meestal delft Sinterklaas het onderspit, omdat een piet weer een of andere actie uithaalt, waardoor de boel in de soep dreigt te lopen. Of er wordt een jong pietje geboren. Ik zou me daar eerlijk gezegd drukker over maken: wie is het pietinnetje?

Om de ellende voor te zijn, heeft een stel volwassen blanke mannen Een Plan bedacht: de oude sinterklaasliedjes vertalen naar deze tijd. Met als queeste het verwijderen van slaafse elementen uit de teksten. Het argument: kinderen zouden die oude teksten niet meer begrijpen. Ik kon mijn ogen niet geloven toen ik het las. Wat een pretenties, wat een arrogantie.

Straks wordt er weer een blank kerstkind geboren. Het lijkt mij een uitgelezen moment om ook daar eens flink de bezem door te halen: een zwart kind, geboren in een armoedige stal. Misschien moeten dan ook maar gelijk de onbegrijpelijke kerstliedjes aangepast worden. Het is nu nog vroeg genoeg.

—————————————————————————————————————–

Dit is een tekst in de serie WE-300, een schrijfuitdaging van Plato (Hier kun je meer leuke, spannende, bijzondere WE-verhalen vinden, of zelf meedoen). Het werkt als volgt: Schrijf een tekst van 300 woorden, waarin het sleutelwoord niet mag voorkomen. In dit geval was het verboden woord: renoveren.

De foto is op 2 september (!) gemaakt bij onze nationale grootgrutter.