Als de Russen komen

dsc04871

De Russische buurt in Zaandam is een begrip. Tussen de markt en de Hogendijk ligt een vreemde mengeling van huizen verscholen. Het dertig jaar geleden opgezette nieuwbouwwijkje lijkt in redelijk goede staat. De gevels zijn in diverse tinten ‘Zaans groen’ geschilderd, wat wel een frisse aanblik geeft.

dsc04892

De oorspronkelijke woningen uit het begin van de vorige eeuw bestaan uit slecht onderhouden kleine huurhuizen en wat grotere koopwoningen. Die laatste krijgen nog wel eens een verfje, maar echt fanatiek onderhoud wordt er niet gepleegd, zo te zien.

dsc04864

Het oudste pand is het behuizinkje van Gerrit Kist, een timmerman uit de achttiende eeuw. Hier heeft Peter de Grote een aantal dagen doorgebracht. Het is dan ook terecht het Tsaar Peterhuisje genoemd. Met zijn twee meter drie moest de Russische vorst zich opvouwen in een krappe bedstee. En hij ging gebukt door de lage deur. Hij schijnt het niet erg te hebben gevonden; zijn kamer thuis, in Sint Petersburg, was niet groot en zeer eenvoudig ingericht met simpele houten meubels. Het huisje staat onder een soort stolp, een huisje in een huisje, zodat het goed geconserveerd blijft.

dsc04872

Het is niet direct een buurt die uitnodigt tot een fijne wandeling. “Maar”, moet iemand bij de gemeente hebben gedacht, “daar gaan we iets aan doen.” Na de bouw van het nieuwe winkelcentrum, de Hermitage (!) leek het wel een goed idee om de Russische buurt er ook wat meer bij te betrekken. Te beginnen bij de straatnaambordjes.

Dus toen ik er deze week toevallig doorheen fietste, vielen mij die grote, glanzende, fonkelnieuwe bordjes wel degelijk op. Daar heeft iemand zijn stinkende best op gedaan. Uitgezocht wie al de Russen waren die op de oude bordjes vermeld stonden en er nog wat verhelderende informatie aan toegevoegd.
Tja, vraag je je dan af, waarom is er niet een commissietje benoemd om de boel te controleren en een beetje bij te sturen.

dsc04866

Zo lees ik op het bordje bij de Tolstoistraat dat de goede man een aantal ‘epossen’ heeft geschreven. Altijd gedacht dat het meervoud epen was, maar inderdaad, het blijkt dat epossen ook mag. En verder heb ik ooit geleerd dat een epos een heldendicht is. Nu zijn Anna Karenina en Oorlog en Vrede wel prachtige (vuistdikke) romans, maar beslist geen epen! Even verderop in de straat staat een beeld van een stevige, gedrongen tuinkabouter, die bij nadere beschouwing Tolstoi blijkt te moeten voorstellen. Hij bewaakt met strenge blik een reusachtig tafelvoetbalspel.

dsc04869

Het Sacharov’plein’ (vergelijk dit met de immense pleinen in Moskou en Sint Petersburg!) is een speeltuintje, waar ik mijn kleinkinderen niet zou laten spelen. Je weet niet wat er allemaal rondzwerft aan troep.

dsc04875

De Czarinastraat, die de Hogendijk met de markt verbindt, is een aaneenschakeling van koffieshops. En overal ligt afval. Huizen zijn verveloos en vies. Nee, mooie naambordjes kunnen het armoedige en sleetse van het wijkje helaas niet verhullen.

dsc04877

Jammer, jammer. Als ‘de Russen komen’, moeten we ze maar via het Krimp (what’s in a name) naar het Tsaar Peterhuisje loodsen, langs de ‘Moestuin van Monet’. En niet via die gribus van de Russische buurt.

dsc04882

Ik heb me er evengoed wel vermaakt. Er is altijd meer te zien dan je denkt. En de fantasie gaat snel met me op de loop. Een vrouw met hoofddoek hangt uit een raam, zoals ik me dat voorstel bij de vrouwen uit Russische romans. Een oude baas in het zwart lijkt zo weggelopen uit Schuld en Boete. Het zwartglanzende water van de Dijksloot zou zomaar een Petersburgse gracht kunnen zijn…..

dsc04886

Het onooglijke straatje, Het Vorstenbosch, waar ik ooit deelnam aan dichtersavonden in een souterrain, leidt naar een klein gemaal, dat in het stille water wordt weerspiegeld.
Het blad op straat glanst rood en goud in de zon.
Toch een vorstelijk buurtje.

dsc04885

————————————————————————————————

Over ‘De Moestuin van Monet’: http://wp.me/p36K0e-yd

Advertenties

Bridget, Banksy en een bizarre film.

20160726_111941

Deze week onderging ik drie totaal verschillende kunstuitingen, die op een of andere manier iets met elkaar te maken hebben. Wat zijn de overeenkomsten? In de eerste plaats dat deze drie activiteiten (bezoek aan Gemeentemuseum in Den Haag, Beurs van Berlage, Amsterdam en Filmhuis, Zaandam) in dezelfde week plaatsvonden. Maar dat kun je uiteraard ook gewoon toeval noemen.

Dan misschien dat het modewoordje ‘bizar’ van toepassing is op alle drie? Evenals het feit dat de drie kunstenaars doelbewust de toeschouwers op het verkeerde been weten te zetten?
Of gewoon het feit dat ik ze per se, coûte que coûte met elkaar in verband wil brengen? Omdat alle drie de kunstenaars een bijzondere kijk op kunst hebben? Of vanwege het feit dat ik de twee tentoonstellingen en de film mede door de ogen van een ander bekeek? En alles daardoor gedeeld en dus anders beleefde?

20160727_114247

Ach, laten we het maar houden op de illusie, waar het hele leven tenslotte op is gebaseerd. Dus zeker ook de kunst, die daar weer een afspiegeling van is. Een schilderij is niet meer dan verf op doek, zegt kunsthistorica Saskia Goddijn. Wat er verder gebeurt doen we zelf. Het is onze invulling- wat we erin zien, wat we voelen, hoe we erover denken. Sommige mensen worden heel onrustig, wanneer de kunstenaar zijn werk labelt: zonder titel. Kunst moet zijn (volgens Kloos): de allerindividueelste expressie van de allerindividueelste emotie. In het verlengde daarvan, vanuit de toeschouwer gezien zal kunst dan moeten zijn: de allerindividueelste ervaring van de allerindividueelste emotie. Vertalen is verraden, zegt men in de Joodse cultuur. Geldt dit ook voor het ‘vertalen’ van kunstuitingen? Is interpreteren dodelijk voor de kunst? Kan daaruit volgen dat alle verklarende kunstboeken waardeloos zijn? Gevaarlijk terrein! Ik wil daar geen oordeel over vellen.

Genoeg gefilosofeerd. Over naar de kunst. Bridget Riley, Banksy en Anders Thomas Jensen.

Bij Bridget Riley is de illusie de beweging in haar werk. Vanuit iedere hoek is het weer anders, bewegen de lijnen, waarvan je weet dat ze vastliggen op papier of doek.

Bridget

Bij Banksy is het de illusie van de kunstenaar zelf; hij bestaat, dat blijkt. Maar wie is hij? De illusie die hij schept is vaak de combinatie van beeld en tekst. We worden volkomen op het verkeerde been gezet.

Banksy1

Ook bij Anders Jensen gaat het om de illusie. Wat is film anders? Maar hij verstaat de kunst om in die illusie een tweede te scheppen en daarin een derde. Een soort matroesjka.

Doordacht, doorwrocht en bereken(en)d, geldt voor Bridget Riley. Ontwerpen op ruitjespapier en deze uitgewerkt op grote doeken. Haar vroegste werk stamt uit de jaren zestig. Maar het zal een levenswerk blijken. De titel van de tentoonstelling is dan ook: Bridget Riley, The Curve Paintings. 1961 – 2014. Op-art. Die stroming vonden we verrassend in de zestiger jaren. Maar nu nog steeds is het verrassend en verfrissend! Werk waar je vrolijk van wordt. Maar ook stil. Het is leuk dit met “de oude vriendin” te zien. Zij is nu bijna negentig, slechts een paar jaar ouder dan de kunstenares. En enthousiast dat ze is! Af en toe hoor ik haar roepen: dit is enig! Met haar smartphone fotografeert ze de bijzondere werken. Ik vraag me opeens af of ik dat over twintig jaar nog net zo zal doen.

Doordacht, doorwrocht en maatschappijkritisch past bij het werk van Banksy. De onbekende bekende. Zijn kunst wordt gepresenteerd in het voormalige kapitalistische ‘bolwerk’, de Beurs van Berlage; dat moet voor hem toch even slikken zijn. Zit hij al te broeden op een antwoord? Op een van de muren aan het Damrak op dit monumentale gebouw? Ik kijk nu ook door de ogen van mijn jongste dochter. Het geeft er een speciale dimensie aan. Ook al omdat we dit soort uitjes niet meer zo vaak hebben. En ik zie dat zij weer kijkt met haar prachtige kinderen in gedachten.

20160727_114802

Regisseur Anders Thomas Jensen, kunstenaar op een totaal andere manier, met een totaal ander medium. Men and Chicken is een werkelijk absurde film. Het woordje ‘bizar’ is hier zeker op zijn plaats. Het verhaal is grandioos, en gaat uit van een gegeven waar iedereen waarschijnlijk wel eens zijn gedachten over heeft laten gaan: genetische manipulatie. Terwijl je na de eerste beelden vermoedt dat het er zeer ruig aan toe zal gaan, blijkt er toch ook begrip, goedwillendheid en een zekere warmte te zijn tussen de vijf merkwaardige broers, over wie de film in feite gaat. De plot is groots. Je voelt bijna letterlijk de puzzelstukjes op hun plaats vallen. Meer zal ik er niet over melden, om het verhaal niet weg te geven. “Ga deze film zien!”, is het enige dat ik er nog over wil zeggen. En ook, dat ik deze film zag met (de voor sommigen inmiddels bekende) Ina in gedachten. Ze kan er niet meer bij zijn, maar zij raadde tien jaar geleden de film ‘Adam’s Apples’ aan, van dezelfde regisseur. Menig keer hoorde ik haar schallende lach. Het toeval bracht een gezamenlijke vriendin (die ook ooit was getipt) naar het filmtheater, zodat we na afloop nog even konden proosten op Ien.

men and chicken

Als laatste verbindende factor tussen deze drie kunstenaars zou ik willen noemen: de Humor. De kurk waar het hele leven op drijft!

Tenslotte. Dit was een vermoeiend en tegelijkertijd energiegevend weekje. Zozeer zelfs, dat ik vandaag ook zelf maar eens de kwast ter hand heb genomen. Het plafond van de badkamer ziet er weer piekfijn uit. En nee, geen optische of andere illusies. Gewoon wit.

——————————————————————————————————————-

De afbeelding van de film Men and Chicken komt van het internet.

Communes en zo

Kollektivet

Eindelijk gingen we weer eens naar filmhuis De Fabriek. Daar hadden we echt naar uitgekeken: thee op het zonnige terras aan de Zaan en dan een heerlijke film. Kollektivet draaide en dat leek ons de moeite waard. Onze verwachtingen werden niet beschaamd. Sowieso staat de regisseur garant voor goede films. Wie Festen heeft gezien, weet genoeg. En Thomas Vinterberg heeft ook nu weer een bijzonder fraaie film afgeleverd.

Kollektivet gaat over een vers opgestarte commune en alle perikelen die dat met zich mee brengt. Het door Erik geërfde huis is te groot voor het kleine gezin en het lijkt Anna een goed idee om het met meerdere personen te gaan bewonen. Het kost enige moeite haar man over te halen, maar uiteindelijk is ook hij voor het idee te porren. Kandidaten melden zich aan voor een sollicitatiegesprek en geleidelijk aan krijgt de commune gestalte. Puberdochter Freja beschouwt het hele gedoe van een afstandje en gaat lekker haar eigen gang.

Het lijkt zo eenvoudig, gezellig, avontuurlijk, efficiënt en economisch, met elkaar een huis te delen, maar het blijkt in de praktijk toch niet zo simpel. Zet een aantal mensen met hun hebbelijkheden, behoeftes en wensen bij elkaar en ziedaar: een uitgelezen recept voor problemen.
Het avontuurlijke liefdesleven van Erik gaat Anna op den duur parten spelen, waardoor zij haar rol in de commune moet herzien en zich moet gaan bezinnen op wat zij wil en nodig heeft.

Kollektivet geeft een goed beeld van het functioneren van een commune, of beter, hoe de mensen daarin functioneren. – Ook de film Together (in het Zweeds: Tillsammans), uit 2000, zoomt hierop in. De hilariteit van sommige situaties in de commune kan het onvermogen, de onbeholpenheid en de frustraties van de bewoners maar nauwelijks camoufleren. –
Het is daarbij een waar tijdsdocument. Alles klopt (op twee kleine dingetjes na, maar ach): van de rommelige inrichting met veel groene planten tot de ongedwongen vrolijkheid en de keiharde manier van overleggen. De gezamenlijke maaltijden, overgoten met enorme hoeveelheden drank, worden vaak benut om urgente en gevoelige kwesties aan te kaarten.

Zo ging het er in de jaren zeventig aan toe: je voerde serieuze gesprekken, er werd doorgevraagd. Altijd moest het gesprek ergens over gáán. Het was de tijd van de sensitivity-training. Je moest alles kunnen zeggen, kritiek kunnen leveren, elkaar kunnen kwetsen, ‘weet-je-wel’. Je moest gekwetst kunnen worden en tegelijkertijd voor jezelf opkomen. Behoorlijk ingewikkeld, dus.

Kollektivet kent een behoorlijk zware emotionele lading. Bijna vliegt de regisseur uit de bocht, wanneer een jong kind overlijdt, maar hij houdt op tijd in en gelukkig wordt het nergens sentimenteel of goedkoop. Het loopt goed af, tenminste als je het ‘open eindje’ voor lief neemt.

De film werkt als een trigger. Terug op de fiets buitelen de beelden over elkaar heen. Bij ons is het nooit tot een commune gekomen, maar we waren al een goed eind op weg.

Wij, als jong gezin, bewoonden een grote boerderij in de Achterhoek. We maakten plannen. In de schuur konden minstens vier wooneenheden worden gerealiseerd. De deel zou plaats kunnen bieden aan een grote gemeenschappelijke ruimte. In de enorme tuin zouden we onze eigen groente en fruit kunnen verbouwen. Nee, we zouden het geen commune noemen, maar een woon-werkgemeenschap. In de advertentie die we plaatsten in Vrij Nederland stond dit dan ook nadrukkelijk vermeld. We namen contact op met ‘De Kleine Aarde’ in Boxtel, werden er hartelijk ontvangen en van veel nuttige informatie voorzien. Om inspiratie op te doen bezochten we Orvelte en de Hobbitstee. We vonden dat we behoorlijk goed voorbereid waren.

Daar kwamen de gegadigden. Praktisch elk weekend kregen we gezinnen over de vloer. Grote pannen vegetarische soep stonden op de houtkachel te pruttelen. En maar praten en plannen maken.

Op een goed (!) moment werd het duidelijk dat er te veel onderlinge verschillen waren. Het voorstel om de was gezamenlijk te doen in een gezamenlijke wasmachine bleek bijvoorbeeld voor sommigen al een reden om af te haken. Allerlei plannen werden opgevoerd, waarover weer hoogoplopende discussies ontstonden. Hoeveel zouden de buitenshuis werkenden moeten afdragen aan de gezamenlijke pot? En wie zou die beheren? Konden we van elkaars eerlijkheid op aan? Moest er een soort van corvee-lijst worden opgesteld? Zouden we bij toerbeurt ons eigen brood bakken? Konden we toe met één auto? Mochten we eigenlijk nog wel auto rijden? Moest er vegetarisch dan wel macrobiotisch worden gegeten? Stond iedereen achter homeopathie? En zo ontstond er een hele waslijst aan zaken die geregeld zouden moeten worden voor de Woon-Werk-Gemeenschap Neede daadwerkelijk een feit zou zijn.

Om kort te gaan: het is niet van de grond gekomen. Als we gewoon maar waren begonnen, zoals in de film, zou de gemeenschap wellicht organisch hebben kunnen groeien. Dan hadden we tijdens wekelijkse bijeenkomsten kunnen evalueren (ook al zo belangrijk in die tijd!). Iedereen had zijn zegje kunnen doen. We hadden stevige, opbouwende discussies kunnen voeren. We hadden zwak en sterk kunnen en mogen zijn. Dan was het misschien toch gelukt. Voor een tijdje.

Met twee personen samenleven was al een hele klus. Dat is gebleken. Met vijf gezinnen samenwonen was veel te hoog gegrepen.
En met dit gegeven in het achterhoofd en een grote grijns op het gezicht, geniet ik dubbel na van de heerlijke film, Kollektivet. Zij wel……
——————————————————————————————————————-

De afbeelding komt van het internet.

De naakte waarheid

20160407_155153

Hij zit daar zo rustig
Of het hem allemaal niet aangaat
Zonder nieuwe keizerlijke kleren
In kunststof adamskostuum

Om hem heen scharrelen mensen
Op zoek naar nog dat ene koopje
Bij het scheiden van de markt

Met nietszeggende blik tuurt hij
Naar de troep op de stoffige vloer
Het zal hem een zorg zijn
Geen nieuwe collectie
De tekst op rode bordjes ten spijt

En waar hij de rest van zijn dagen zal slijten-
Voor de schamele vijftig euro
Die hij moet opbrengen
Getuige de sticker op zijn borst-
Ook dat laat hem koud

Hij was deelgenoot
Van het vergane imperium
Uitgekleed
Net als hij

Ships that pass….

boeket

De aula zit vol. Ik kijk naar het blauwe raam, dat van onder naar boven toe steeds lichter wordt van kleur. Aan de bomen die erdoorheen schemeren zit hier en daar nog een geel blad. Takken buigen, de regen striemt tegen het raam. Op en rond de kist golft een zee van kleurige bloemen. Hij hield van bloemen, stond er op de kaart. Dat hebben velen ter harte genomen.

Adios Nonino van Carel Kraayenhof vult de kille ruimte waar de airconditioning nog wat graden vanaf blaast. Ik sla mijn sjaal om en besluit me er verder niet aan te storen. De uitvaartleidster heeft de touwtjes stevig in handen en leidt ons op professionele wijze door dit moeilijke, maar onvermijdelijke halve uur. Twee toespraken, afgewisseld met muziek. Eenvoudig en sober. Passend bij degene om wie dit allemaal draait. Een gedicht, voor de achterblijvende echtgenote.

‘De Vlieger’ van André Hazes klinkt. De muziek heeft hij zelf uitgezocht, toen hij wist hoe hij ervoor stond. Ik dwing mezelf naar de tekst te luisteren en niet weg te dromen.

Zijn broer houdt een toespraak. Een terloops uitgesproken zinnetje blijft echoën: na een slechte jeugd….. De link met het verklonken lied is subtiel en onbedoeld, waarschijnlijk, maar maakt de treurigheid van het moment nog intenser.

Op verzoek staan we op en gedenken hem in stilte. Ik ben verbaasd over de enorme hoeveelheid gedachten die zich in zo korte tijd verdringen in mijn hoofd. Kende ik deze man? Ik kwam hem tegen op de volkstuin. Daarom ben ik hier. We maakten af en toe een praatje. Een aimabele man. Rustig en behulpzaam. Aardig en positief. Het klinkt als een dooddoener: ‘hij stond voor iedereen klaar’, maar het is een waarheid als een koe. Hij gaf mij een restje pootaardappels. Deelde gul uit van zijn oogst. Hij spoot de kruiwagens van de vereniging in vrolijke kleuren……

Door de woorden van de mensen die hem na stonden, door de muziek, door de tekst van zijn vrouw op de kaart, door de grote belangstelling, de kleurige ode aan hem rond de kist, lijkt het dat ik hem postuum nog een beetje leer kennen.

In het condoleanceboek zie ik weer de rouwkaart. In de rechterhoek op de voorkant zwemt een witte zwaan. Nee, denk ik dan, ik kende je niet. Maar je hebt me vanmiddag op de valreep een glimp van je wezen gegund.

Ships that pass in the night. Zo gaat het, in leven en dood.

Katjeliem, koeienvla en een tandeloze boer

koeiensnuit

Het was zo’n dag die opstijgt uit de kou van de nacht en die zich langzaam ontvouwt tot een zomerse heerlijkheid met zon en een windje, geuren van vlierbloesem en hondsroos, een strakblauwe lucht, die om schapenwolkjes vraagt. Afgelopen woensdag genoot ik ervan.

Nadat de kapster had geconstateerd dat mijn haar wel heel hard was gegroeid en nu eindelijk echt grijzer begon te worden, toog ze aan het werk met wassen, knippen en föhnen. Onderwijl werd ik getrakteerd op de verhalen over haar bijna tweejarige zoontje en de vakantieplannen. Met een fris en vol hoofd vertrok ik voor de volgende missie.

de Liefde

Een half uurtje fietsen naar een rustiek gedeelte van Zaandam -om een boek op te halen dat mijn oudste kleinzoon via Marktplaats had besteld- was voldoende om de overbodige informatie van die ochtend weer kwijt te raken.
Nu naar huis? Geen denken aan. Langs de zonovergoten dijk rijd ik naar Westzaan.

Vermaning

Het dorp strekt zich aan weerskanten van de weg als een lang lint uit. Prachtige oude boerderijen, kleine bedrijfjes, grappige huizen, een school. De Doopsgezinde Vermaning, die mooie oude kerk, schemert tussen de linden door. Af en toe een doorkijkje met zicht op de weilanden en slootjes. Idyllisch landschap.

doorkijkje

Altijd wanneer ik daar fiets, zie ik het leven voor me zoals het in het begin van de twintigste eeuw moet zijn geweest. Ik stel me mijn opa voor met zijn timmerbedrijf. En oma die de hoge ramen met een ragebol te lijf gaat. Maar wanneer er een vrachtwagen langs dendert, wordt die droom ruw verstoord.

"oma's huis"

Vandaag zie ik voor het eerst de foeilelijke huizen van het nieuwbouwwijkje, dat als een puist aan het dorp is vast gebouwd, qua kleur en stijl totaal niet in het geheel passend. Waarom is hier toestemming voor gegeven? Heeft er iemand bij de gemeente zitten slapen?

Zaanse huisjes

Op plaatsen waar je het niet zou verwachten worden er stapels Zaanse huisjes neergezet en op plaatsen waar je dát juist zou verwachten, wordt er maar wat aangeknoeid. Ik fiets er snel langs, maar dat neemt niet weg, dat de met lichtgrijze plastic “planken” beklede huizen op mijn netvlies zijn opgeslagen. Je zult hier maar tegenover wonen.

lelijk grijs

Snel verder. Een bordje langs de weg: Rustpunt. Ik ben er al bijna voorbij, als ik denk: RUSTpunt. Dus afstappen en een kopje koffie drinken.

rustpunt

Binnen doe ik mijn bestelling. Op het bankje buiten zit een echtpaar. Uit Groningen, blijkt al gauw, want het wordt gewoon aanschuiven. “Pas op hoor”, zegt de vrouw, “er zit katje-lijm op de bank. Eigenlijk zeggen wij: katje-liem. Hoe noemen ze dat hier?” Ik kijk. Hars noemen wij dat. Haar mans broek zit al onder, dus hij moet eraan geloven wanneer ze van de boerin een fles wasbenzine en een doekje krijgt aangereikt. In het winkeltje koop ik een stuk boerenkaas. Een groet en verder maar weer.

Idyllisch landschap? Als je goed kijkt is er van alles te zien wat er niet hoort. “De nieuwe tijd, net wat u zegt”. Je kunt er best omheen of langs kijken, maar het is wel de realiteit.

windmolens
gevangenis

Ik doe mijn beklag bij drie jonge koeien, pinken denk ik; ze zijn zo nieuwsgierig. Wel hebben ze van die vreselijke oorbellen, maar hoorns hebben ze ook. En dat doet me genoegen.

duo de drie koeien

We maken een praatje. Dat wil zeggen, ik praat en zij geven af en toe antwoord. Er wordt veel gesnoven, natte neuzen komen over het hek, er wordt gepiest en gepoept en vooral heel geïnteresseerd gekeken. En jaloers gereageerd op mijn belangstelling voor de ander. “Pas op, ze bijten!”, roept een tandeloze boer met een vette grijns. Ik grijns terug.

6 minuten gaans

Een mooie oude kreet op een bordje bij het Relkepad, dat naar de molen Het Prinsenhof voert: 6 minuten gaans. Wie zegt zoiets nou nog. Maar alleen zo kun je kort maar krachtig duidelijk maken, dat je zes minuten door het weiland moet banjeren, langs een slootje met kwakende kikkers, een maaiende boer en (weer) nieuwsgierige koeien om bij de molen uit te komen.

Het Prinsenhof

Bruidsparen maken wel van de mogelijkheid gebruik om daar hun feest te vieren. Wat vooral leuk is voor gasten op naaldhakken en voor hen die zijn vergeten een zaklamp mee te nemen voor de terugweg in het pikkedonker.

rietorchis

De rest van het tochtje trap ik stevig door. Ik stap alleen nog even af om een rietorchis te fotograferen. En die prachtig tere bloempjes van de smalle weegbree.

smalle weegbree

Dan ben ik weer thuis en eet een boterham met heerlijke Stolwijker kaas.

Stolwijker kaas

Mijn lachspiegel

5

Ik maak mijn beeld van jou
Aarde en water kneed ik
Tot een gewillige substantie
En zo boetseer ik jou al jaren
Tot wie ik denk dat je bent
Een kleine god
In de holte van het spiegelend heelal

En als jij lacht
Lach ik
Ik lach me tranen om het lot
En houd mijn adem in

Op lichte voeten dans ik
Spring zo hoog ik kan
En strek mijn armen uit

Ik had je voor de vogels graag behoed
O laat ze toch geen
Nesten maken

Kijk in mijn ogen
Spiegel mij
En lach

——————————————————————————————————————-

Het beeld: MIJN LACHSPIEGEL (1998) van Hella de Jonge staat in de hal van het Zaantheater in Zaandam.

Zaantheater

De moestuin van Monet

DSC00035

Zaanstad heeft een grote aantrekkingskracht op toeristen en dat is niet zo verwonderlijk. Er is veel leuks te zien, van De Zaanse Schans in het noorden tot het Tsaar Peterhuisje in het zuiden. Met langs die route schitterende pakhuizen, bijzondere fabrieken en pittoreske huisjes. En natuurlijk de Zaan. Meestal let ik er niet zo op, sjees erlangs op de fiets op weg om een boodschap te doen. Soms stel ik me op als toerist en zie dan bijzondere dingen. Laatst keek ik door de ogen van drie kleine toeristjes: de kleinkinderen.

Toen zij in de herfstvakantie bij mij logeerden, belandden we in een gedeelte van Zaandam waar ik niet meer zo vaak kom: de Russische buurt. Hier vind je, aan de Krimp, het Tsaar Peterhuisje dat in een soort van glazen stolp te bezichtigen valt. Omdat het maandag was zat het hek potdicht, jammer genoeg. Ook de buitenkant is al mooi, maar het bekijken van het piepkleine huisje waar die reus van een Tsaar ooit overnachtte leek hen zo leuk, dat het op ons verlanglijstje is gezet. Het bordje met Cyrillisch schrift naast de deur trok vooral de aandacht van de twee jongens: ze konden het ‘gewoon lezen’ en probeerden het woord voor ‘dinsdag’ fonetisch in hun geheugen te prenten.

Van De Krimp liepen we richting Zaan. (Dat wil zeggen: ik liep, zij renden!) Het is een mooi oud buurtje. En hoewel er hier en daar onvermijdelijk nieuwbouw ontstaat, is de sfeer niet verpest en kun je je met gemak voorstellen dat zo’n belangrijke Rus hier heeft rondgelopen.

20141013_161040

Gewend als de kinderen zijn aan het kleine slootje voor mijn deur, vonden ze het uitzicht over de brede Voorzaan fascinerend. De grijsblauwe wolkenlucht boven spiegelend water, huisjes van de Prins Hendrikkade in de verte, de aangemeerde schepen: het leek wel een schilderij.

DSC00030

Wie hier ook van genoot, maar dan bijna anderhalve eeuw geleden was degene die er ook daadwerkelijk een schilderij van maakte: Monet. In 1871 verbleef deze beroemde Franse schilder vier maanden in de Zaanstreek. En in die periode (van 2 juni tot 8 oktober) maakte hij vijfentwintig schilderijen. Hij was enthousiast over “de verrukkelijke boten, de molens en de kleuren van de huizen”.

DSC00033

We vervolgden onze wandeling over de Hogendijk en bewonderden Het Blauwe Huis, dat door Monet vereeuwigd werd. Je kunt de knalblauwe muur onmogelijk missen. Prachtig vonden de kinderen het. Later kwamen we er achter dat dit Monets lievelingsschilderij was: waarschijnlijk omdat dit het enige werk is waarop hij zijn vrouw en zoontje heeft afgebeeld.

DSC00027

En er lag nog een verrassing op ons te wachten. Niet ver daar vandaan ontdekten we, achter met doeken bespannen hekken, de Moestuin van Monet.

DSC00028

Voordat we afdaalden naar deze oase van rust, bekeken we de reusachtig afgedrukte schilderijen en lazen we de recepten. Het sprak enorm tot hun verbeelding; het gaf ze het gevoel dat ze de schilder een beetje leerden kennen.

DSC00045

Daarna liepen we door het poortje de trap af naar het terrein tussen Hogendijk en Krimp. Hier is door buurtbewoners een fantastische tuin gecreëerd: grote bakken met groenten, vruchten, kruiden en bloemen.

DSC00049

Bieten en prei, boerenkool, salie, lavas, tomaten, aardbeien, frambozen. Een klein ‘blauw huisje’ met boeken, die je gratis mee kunt nemen. Een regenwatercontainer met kraan. En interessante weetjes over Monet, die uit de losse hand op de bakken geschilderd zijn. Gezellige zitjes. De Zaanse Dichterskring heeft gezorgd voor bijpassende gedichten, die her en der in de tuin zijn opgehangen.

DSC00050

Als klap op de vuurpijl een heuse datsja, waardoor we weer in Russische sferen werden gebracht.
Even voorbij dit ‘Russische’ buitenhuisje verlieten we de tuin. Voor vandaag genoeg gezien. Na een groet aan Tsaar Peter op zijn sokkel, midden op de Dam en de belofte om nog eens terug te komen, togen we weer naar huis.

Het was een welbestede, gezellige, leerzame middag. En ik dank de jongens en de kleine meid dat ik met ze mee mocht op een ontdekkingstochtje door mijn eigen stad.

Inverdan

Het prestigieuze project van de gemeente Zaanstad nadert, na zo’n tien jaar van slopen en bouwen, zijn voltooiing. Het masterplan van Sjoerd Soeters, verguisd en verheerlijkt, toont zo langzamerhand zijn ware gedaante.

DSC09900

Het mooist is het te zien op maandagochtend vroeg. Alle winkels zijn nog dicht. Het is heerlijk rustig, zoals het eigenlijk op zondag zou moeten zijn. Maar om uit de gigantische kosten te komen, moet er gewinkeld worden. Zeven dagen per week. Open dus, Hema, Kruidvat, Blokker en al die andere winkels die je overal tegenkomt.

DSC09576

De gedempte gracht in de gelijknamige winkelstraat is weer uitgegraven. (‘Ontgraven’, volgens Wikipedia. Je zou derhalve denken dat hij weer is dichtgegooid.) Het ondiepe water ligt er stil en spiegelend bij. Een vredig tafereel, met al die verschillende bruggetjes. De enkele voetganger, op weg naar stadhuis of station, accentueert de rust, de leegte.

DSC09891

Het uiterlijk van een van Nederlands grootste en meest vertrouwde kledingzaken (toch voordeliger) wordt helemaal vernieuwd. Het blauw met rode embleem zal straks in niet al te uitbundige grootte de Zaanse gevel sieren.
Een eis van de gemeente: ook de bestaande winkelpuien moeten worden aangepast; geen schreeuwerige uitingen meer. Het zou mooi zijn, wanneer de spuuglelijke jaren-tachtig-aanpassingen ook ongedaan konden worden gemaakt.

DSC09581

De natuurstenen toren van de Rabobank detoneert enorm in dit geheel. Gelukkig is ook daar in voorzien: de zogenaamde ‘voorbouw’ die tevens bedoeld is als uitbreiding van de Saentoren. Hopelijk zal dit de Zaankanters niet beletten de ster te zien, die in de kersttijd altijd boven op dit gebouw staat te stralen. Een vast punt voor velen.

DSC09890

Naar stadhuis en station is een hele klim, de weg gaat vrij steil omhoog. Gelukkig is er als beloning zicht op Zaanstads eerste en enige waterval. Zou daar stroom mee opgewekt kunnen worden? Dat zou best handig zijn voor de liften en roltrappen die het iedereen mogelijk maken op het Stadhuisplein te komen.

DSC09888

Hier staan volop bankjes waarop mensen genieten van het zonnetje. Met uitzicht op het hotel van gestapelde Zaanse huisjes. Zaans groen, uiteraard. Met één uitzondering: het blauwe huis. Eerbetoon aan Monet, die het schilderde toen hij in de Zaanstreek verbleef.

DSC09885

Het hotel is een ontwerp van Wilfried van Winden. Het commentaar was niet van de lucht: je vindt het mooi, of je vindt het niets. Een tussenweg is er niet. Maar zo langzamerhand is men er wel aan gewend.

DSC09908

Het Stadhuisplein ziet er vrolijk uit, met de hekjes gevormd van tulpen in rood, wit en blauw, die uit oranje bollen omhoogschieten. Ook wanneer het somber weer is, ziet het er vriendelijk uit.
Op het dak zijn de emblemen van de verschillende gemeenten aangebracht. Zaanser kán gewoon niet!

DSC09916

De toegang tot het station maakt duidelijk dat de walvisvaart ooit een belangrijk gegeven was in de Zaanstreek. Nog even en dan zal ook het gebied rond station Zaandam weer helemaal op orde zijn.

DSC09904

Inverdan. Zo heet dit hele project. Vanaf begin 2000 werd ermee geadverteerd: wonen, werken en winkelen. In de trein denk ik erover na. De betekenis van het woord is in tegenspraak met wat het uiteindelijk is geworden.
Inverdán (klemtoon op de laatste lettergreep): inwaarts , naar binnen, dieper in. (De Zaanse Volkstaal, Dr. G.J. Boekenoogen) Een huis dat inverdan staat, tussen andere huizen, is wat naar achteren geplaatst, staat niet pal aan de weg.

Deze gigantische verandering springt juist enorm in het oog, wat natuurlijk ook van het begin af aan de opzet was. Hiermee heeft Zaanstad behoorlijk aan de weg getimmerd.

Blauw meisje

DSC06661

Hier sta ik
Heerseres van
Mijn eigen klein domein
Een stenen cirkel begrenst
De dorre boel, wat gras, wat zand
Eén boom slechts

Met het zuidoosten in de rug
Zie ik de zon nooit opgaan
Voor mij gaat hij eeuwig onder

Mijn haren los, de voeten warm
Sokken met sterren
Stevige stappers
Waarmee ik geen stap verzet
Ik kom niet van mijn plaats
Of toch soms
In dromen ontstijg ik
Mijn stenen sokkel

Ik heb de winter weer doorstaan
In slechts mijn blauwe jurkje
Ik heb geen kou gevoeld
Ik luister

Zo ingespannen luister ik
Dat warmte noch kou
Sneeuw noch regen
Mij deren kunnen

Weten wil ik

Ik ben er heel dicht bij

DSC06662

(Beeld: Paul de Reus)

Nog een Zaans beeld: Naar de Haaien, http://wp.me/36K0e